maandag 14/10/2019

Top Header

Talen

Vennootschapsbelastingen: wanneer transparantie een vereiste is

Responsible Investment Strategist

Zoals we reeds hadden aangehaald in onze vier ESG-thema’s voor dit jaar: bedrijven worden geconfronteerd met een toenemende vraag naar transparantie over hun fiscaal beleid. Deze vraag, die zowel afkomstig is van burgers als van de verschillende regelgevers, is het gevolg van enkele bijzonder gemediatiseerde affaires (LuxLeaks, onderzoeken van de Europese Commissie rond de fiscale praktijken van enkele landen, veroordelingen van grote multinationals, enz.)

Enerzijds heeft de OESO in oktober haar Actieplan gepubliceerd tegen de erosie van de belastbare basis en de transfert van winsten (Base Erosion and Profit Shifting – BEPS). Die publicatie omvat vijftien grote thema’s die gebaseerd zijn op drie pijlers: de coherentie van het internationale fiscale regime, het belang van de economische substantie in de fiscale ‘constructies’ en fiscale transparantie.

Anderzijds neemt de Europese Commissie het onderwerp eveneens ter harte. Eerst en vooral heeft ze formeel bepaalde fiscale praktijken veroordeeld, zoals de ‘excess profit rulings’ van België. Ook heeft ze een ontwerp van richtlijn voorbereid om de aanbevelingen van de OESO (soft laws) door te trekken in het rechtssysteem van de Lidstaten.

De uitdaging is groot, maar de opdracht is ingewikkeld. Het is immers behoorlijk complex om een duidelijke lijn te trekken tussen ‘belastingontwijking’ en ‘legale fiscale optimalisatie’. Vandaag gebeuren heel wat fiscale optimalisatiepraktijken met volledige naleving van het fiscaal recht en in volle transparantie met de bevoegde autoriteiten, met name via het verkrijgen van fiscale rulings.

In de praktijk zal het slagen van het BEPS plan van de OESO afhangen van de coherentie van de toepassing ervan op wereldwijd vlak. Hoe kan deze doelstelling worden verzoend met de fiscale soevereiniteit van de staten? Bovendien blijven de staten onderling elkaar beconcurreren om buitenlandse investeerders aan te trekken, met name via fiscale ‘incentives’. Bepaalde landen spreken op dat vlak met twee monden, door de praktijken van bepaalde landen te hekelen maar wel hun eigen incentives te behouden.

Publieke informatie?
Een ander debat: het feit of die informatie al dan niet wordt gepubliceerd. Hoewel de maatregelen van de OESO een uitwisseling van informatie met de fiscale autoriteiten aanmoedigen, zou de EU eerder kunnen streven naar een publieke bekendmaking van bepaalde fiscale informatie en dus het risico kunnen veroorzaken dat de gegevens in verkeerde handen vallen en kunnen worden geraadpleegd door mensen die minder bekwaam zijn om ze op een relevante en correcte manier te interpreteren. Een ander risico is dat de concurrentie gebruik gaat maken van gevoelige informatie.

Hoewel de impact van deze maatregelen op de bedrijven moeilijk meetbaar is, heeft het initiatief wel degelijk een reden van bestaan, in het bijzonder de fiscale rapportage per individueel land. Vandaag verplicht de CRD IV-richtlijn de Europese banksector om gegevens per land te publiceren, wat al een idee geeft van over welk soort informatieverplichting het gaat. De financiële instellingen van de Unie moeten sinds juli 2014 een rapportage maken van hun inkomsten per land, het aantal werknemers en bijkantoren, en eveneens van hun winsten, belastingen en openbare subsidies die ze ontvangen hebben in hun belastingaangifte 2015.

We herinneren eraan dat de rapportage per land de zwakke schakel is in de inspanning die wordt geleverd om bedrijven transparanter te maken, wat wordt aangetoond door het jaarlijkse klassement van Transparency International.

De rapportagenormen variëren bovendien ook van de ene jurisdictie tot de andere, wat vergelijkingen maken nog bemoeilijkt.

Per land
De rapportage per land zou beleggers meer transparantie geven over de betaalde belastingen, maar zou er ook voor zorgen dat ze een beter idee krijgen van de blootstelling aan bepaalde landen, met name die landen die een zwakker bestuur vertonen, een hoger corruptierisico of zelfs een mogelijke schending van fundamentele principes zoals de mensen- en arbeidsrechten kennen, en ESG-risico’s in het algemeen vertonen.

De wil om transparanter te zijn, moet worden aangemoedigd en kan ook worden beoordeeld aan de hand van andere domeinen dan fiscaliteit, wat een complex en gevoelig onderwerp is. De transparantie van het management over de samenstelling van de raad van bestuur, de bezoldigingsprocessen, het beleid inzake corruptiepreventie of de maatregelen die worden toegepast op alle bedrijfsniveaus, met inbegrip van de bijkantoren en de onderaannemingsketen. Fiscale transparantie is hier ook niet helemaal vrij van een bepaalde mate van greenwash aangezien dit onderwerp voor marketingdoeleinden kan worden gebruikt. Dat neemt echter niet weg dat het verdedigen van correct fiscaal gedrag vandaag deel moet uitmaken van de fiduciaire verantwoordelijkheid van een bedrijf. Bovendien maakt de fiscale strategie van een bedrijf voortaan deel uit van de methodologie van de duurzame Dow Jones-indexen.

Vanuit het standpunt van de integratie van ESG-criteria zullen we eveneens aandacht besteden aan de stabiliteit van het fiscale kader waarin een bedrijf actief is. Het is immers soms bijzonder moeilijk voor een bedrijf om te anticiperen op zijn fiscaliteit en die te plannen – laat staan te optimaliseren – aangezien het fiscale kader van de landen constant wijzigt. Hoewel verschillende landen maatregelen nemen om te strijden tegen fiscale erosie, zoals het Verenigd Koninkrijk en zijn beruchte Googletaks, of Ierland, dat zich zou enten op de initiatieven van de OESO, mogen we niet uit het oog verliezen dat deze initiatieven over het algemeen samengaan met een verlaging van de nominale belastingvoeten. De Britse regering heeft immers voorgenomen om de belastingvoet te verlagen van 28% tot 20% over de periode 2008-2015 en tot 18% tegen 2020, wat aantoont dat fiscale concurrentie een actueel thema blijft in Europa.

Zoals eerder gezegd, hoewel de goede leerlingen nog niet geprofiteerd hebben van hun betere gedrag in vergelijking met anderen, zal fiscale transparantie een steeds belangrijker onderscheidend criterium worden en op middellange en lange termijn zijn vruchten afwerpen. Want naast het financiële risico op boetes of andere moeilijk in te schatten parameters, is het met name het reputatierisico dat het meeste doorweegt, en dat als gevolg van de evoluerende verwachtingen van de burgermaatschappij tegenover grote multinationals in het bijzonder.

Dit artikel werd geschreven met de mederwerking van het tax team van Bank Degroof Petercam.

Mail