woensdag 26/06/2019

Top Header

Talen

COP21: niet te snel victorie kraaien

Responsible Investment Strategist

Na maanden van aankondigingen van de overheden en beleggers, is de COP21 klimaattop achter de rug. De top was streng beveiligd door het terrorismerisico, en de 195 aanwezige landen hebben uiteindelijk toch een internationaal akkoord bereikt dat historisch ongezien is.

Met 195 landen tot een akkoord komen, is al een huzarenstukje. Het was immers een moeilijke evenwichtsoefening. Aan de ene kant waren er immers de geïndustrialiseerde landen, die geen rekening hebben moeten houden met beperkingen op het gebied van de uitstoot van broeikasgassen in de groei van hun economie. Aan de andere kant waren er de opkomende landen, die in naam van milieurechtvaardigheid een uitstootbonus opeisten om hun groei verder te zetten. Dan mogen we uiteraard nog niet de landen vergeten die gevoelig zijn voor klimaatverandering, die vandaag hiervan al de eerste dramatische gevolgen ondervinden en die niet de middelen hebben om hiermee om te gaan. We denken dan aan landen zoals Mali, Haïti of bepaalde eilanden. En ten slotte waren er de landen waarvan de groei afhangt van fossiele brandstoffen die heel wat uitstoot veroorzaken. Denken we maar aan landen zoals Venezuela, Rusland of Saudi-Arabië.

De hamvraag om het succes te evalueren is de volgende: is dit een bindend akkoord? Het gaat op de eerste plaats om een internationaal akkoord, en niet over een bedrag. Net zoals het Kyotoprotocol dient het te worden geratificeerd door de verschillende VN-landen tussen april 2016 en april 2017. Zodra het minimumquotum bereikt is, namelijk 55 landen die ten minste 55% van de wereldwijde uitstoot vertegenwoordigen, treedt het de volgende maand in werking. Het is bindend in de zin dat het landen verplicht om een doelstelling te formuleren op het gebied van de vermindering van de uitstoot en dit om de vijf jaar te herzien. Vanaf 2025 worden de doelstellingen nog ambitieuzer.

Een eenvoudige schriftelijke kennisgeving is echter voldoende opdat een land uit het akkoord kan stappen.

Het bindende karakter lijkt bijgevolg behoorlijk broos te zijn. Maar laten we eerlijk zijn, wat had men anders kunnen verwachten wanneer de Verenigde Naties, buiten de Veiligheidsraad, zelden bindende maatregelen uitvaardigen en het Amerikaanse Congres zich al heeft uitgesproken tegen het plan voor schone energie van Obama?

Het akkoord voorziet een relatief transparant rapportagekader op het gebied van de vermindering van de uitstoot, maar er is geen enkele sanctie wanneer de doelstellingen met de voeten worden getreden. Dat is niet het geval bij het Kyotoprotocol, wat bovendien tot de mislukking ervan heeft geleid. Bovendien behouden de ondertekenende landen de vrijheid om hun doelstellingen betreffende de vermindering van de uitstoot te bepalen. Bepaalde landen zoals Rusland bijvoorbeeld kunnen reductiedoelstellingen aankondigen die niet het resultaat zijn van een inspanning op dat vlak, maar uiteindelijk het natuurlijke gevolg zijn van technologische evoluties, of zelfs van een economische vertraging.

Het welslagen van het engagement is bijgevolg sterk afhankelijk van de ratificering van het akkoord. Vandaag hebben 187 landen het akkoord ondertekend, die bijna de volledige uitstoot van broeikasgassen op onze planeet vertegenwoordigen. In functie van de regelgeving van elk land, zullen de regionale overheden al dat niet betrokken worden. Het is bijgevolg moeilijk om te voorspellen welke landen het akkoord uiteindelijk zullen ratificeren. Het reputatierisico is echter wel van dien aard dat het onwaarschijnlijk is dat de grote landen het akkoord niet zullen ondertekenen. Vandaag moeten de landen immers ook omgaan met de toenemende druk van de civiele maatschappij. Hoewel geen enkele sanctie is voorzien, moeten we wel het voorbeeld van Nederland in het achterhoofd houden. Dat land werd immers door de eigen bevolking met de vinger gewezen. Het land nam immers onvoldoende zijn verantwoordelijkheid op voor klimaatverandering en werd ertoe verplicht om ambitieuzere doelstellingen te formuleren op het vlak van de vermindering van de uitstoot.

Een ander succes dat we moeten relativeren is de ambitieuzere doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius in plaats van de 2 graden in vergelijking met pre-industriële niveaus. We herinneren eraan dat de twee graden een politieke beslissing zijn, die voortvloeit uit de COP 16 in het Mexicaanse Cancun, en niet uit een wetenschappelijke maatregel om de strijd aan te gaan met klimaatverandering. Bovendien kan de doelstelling er niet voor zorgen dat verschillende landen ter wereld dreigen te overstromen. Niet minder dan 280 mensen lopen daar een risico. Het vermelden van een nieuwe doelstelling van 1,5 graden Celsius is een politiek compromis, om de kleinste landen die kwetsbaar zijn voor klimaatverandering te verenigen. Er werd echter geen enkele aankondiging gedaan over de manier waarop deze doelstelling moet worden bereikt, en er is evenmin een agenda. Ten slotte heeft Carbon Trackers een project uitgevoerd op basis van de aangekondigde uitstoot van elk land, en het resultaat ligt dichter bij 3 graden Celsius (2,7-3°C) dan 1,5°C.

Het grote succes van COP 21 ligt ongetwijfeld in het ongeziene engagement van de overheden en de private sector, en in een echte bewustwording van de risico’s, vooral het koolstofrisico. Hoewel de vele initiatieven ervoor zouden kunnen zorgen dat er een verwatering komt en de doeltreffendheid vermindert, zijn de desinvesteringstrend in steenkool en de investeringen in schone energie bijzonder sterk en mogen ze niet worden onderschat. Hoewel de meest getroffen sectoren al verplicht werden om zich fors aan te passen, moeten alle sectoren zich voorbereiden op een lagekoolstofeconomie die de manier waarop we werken, investeren en consumeren drastisch zal wijzigen.

De COP 21 is geen mislukking. Maar volgend jaar hebben we opnieuw een afspraak in Marokko voor de COP 22, om te toetsen welke beloftes er in de praktijk werden omgezet en om victorie te kraaien.

Mail