donderdag 21/11/2019

Top Header

Talen

COP21: de beloftes van de verschillende landen

Responsible Investment Strategist

De klimaatconferentie van Parijs is van start gegaan en de verwachtingen zijn hooggespannen. De regeringsleiders van de verschillende landen hebben ronkende verklaringen afgelegd en ook beleggers gaan soms verregaande verbintenissen aan. Toch zijn veel waarnemers van oordeel dat er een groot risico bestaat dat het uiteindelijke resultaat teleurstellend zal zijn. We overlopen even hoe wij het zien.

Sinds begin dit jaar hebben al verschillende regeringen in de aanloop naar de klimaattop van de Verenigde Naties hun programma bekendgemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. De Verenigde Staten, de Europese Unie, Noorwegen, Zweden, Rusland en Mexico – die samen goed zijn voor een derde van de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide - hebben relatief snel bekendgemaakt welke inspanningen ze tegen 2020 willen doen om de temperatuurstijgingen te beperken tot maximaal 2%.  

Onlangs maakte Frankrijk, dat als gastland fungeert voor de klimaatconferentie, een langetermijnstrategie bekend die de bedoeling heeft om de CO² uitstoot tegen 2020 met 30% te doen dalen en tegen 2050 terug te brengen tot een vierde van het huidige niveau. Daarbij wordt vooral gefocust op sleutelsectoren zoals afvalverwerking, bouw en transport. Middelen die het land daarvoor wil inzetten zijn onder meer het verhogen van de energie-efficiëntie van voertuigen, het aanpassen van de mobiliteitsgewoontes van de burgers, het ontwikkelen van het spoorwegnet en het aanmoedigen van het gebruik daarvan, het versterken van de recyclage-activiteiten en het opwaarderen van afval.

Heel wat aandacht gaat ook naar steenkool omdat het de fossiele brandstof is die niet alleen het meest koolstofdioxide uitstoot, maar ook andere deeltjes die schadelijk zijn voor de luchtkwaliteit. Verschillende regeringen hebben al programma’s goedgekeurd om steenkoolcentrales te sluiten, omdat steenkool door de OESO als de meest bedreigende grondstof is bestempeld voor de klimaatverandering. Zo kondigde het Verenigd Koninkrijk aan dat het land zijn steenkoolcentrales tegen 2025 zal sluiten. Duitsland verbond er zich van zijn kant toe om acht van zijn belangrijkste lignietcentrales te sluiten. Nederland, dat al door zijn eigen gerechtshof in Den Haag werd veroordeeld omwille van een al te nonchalante klimaatstrategie en dat door dat gerechtshof werd verplicht om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2020 met een kwart te verminderen ten opzichte van 1990, heeft al de verzuchtingen moeten aanhoren van een hele batterij professoren die het land vragen om snel zijn steenkoolcentrales te sluiten. Buiten Europa is het natuurlijk uitkijken naar China. Hoewel de economie er erg afhankelijk is van steenkool, begint het verbruik ervan heel geleidelijk te dalen. Geconfronteerd met de economische uitdagingen, omdat door de smog het verkeer helemaal vast geraakt en omdat vliegtuigen niet kunnen opstijgen, maar ook onder invloed van de toenemende druk van de bevolking ten aanzien van de luchtvervuiling, investeert China massaal in hernieuwbare energie zoals zonne- en windenergie. En hoewel China nog altijd wordt beschouwd als één van de meest vervuilende landen van onze planeet, beschikt het ook over grootste windmolenpark ter wereld en bezet het op de wereldranking voor het gebruik van zonne-energie de tweede plaats.     

Ook de Verenigde Staten hebben inmiddels beloofd om hun steenkoolcentrales te sluiten. Sinds 2010 zijn 40% van de steenkoolcentrales op het Amerikaanse grondgebied dichtgegaan. De klimaatverandering is een thema dat president Obama na aan het hart ligt. Maar de inspanningen die hij op dit vlak wil leveren botsen op veel tegenkanting van de politieke oppositie. Dat is precies waar het schoentje knelt voor de klimaatconferentie in Parijs. Heel wat beloftes van de regeringsleiders moeten immers nog worden vertaald in wettelijke reglementeringen die nog moeten worden goedgekeurd door de parlementen.   

Zo is Obama al eens op een “njet” van de Amerikaanse senaat gebotst. De republikeinse meerderheid in de senaat keurde immers twee resoluties goed die de belangrijkste maatregelen van een regeringsprogramma om de uitstoot van broeikasgassen te doen dalen, teniet deden. Op die manier toonde de oppositie overduidelijk dat ze zich verzet tegen het Clean Power Plan van de Amerikaanse president. Het belangrijkste argument daarvoor is van economische aard. Voor landen die sterk afhankelijk zijn van de steenkoolontginning is er inderdaad een grote economische impact. Dat geldt ook voor de elektrische centrales die gedwongen zouden worden om hun uitstoot van koolstofdioxide tegen 2030 met minstens een derde te verminderen. Daarop kondigde Obama al zijn veto aan tegen de voorstellen van de Amerikaanse senaat. Het is hoe dan ook zo dat het politieke spierballengerol van de verschillende partijen de klimaatzaak niet vooruit helpt, omdat bij een item dat nochtans hoogdringend is kostbare tijd doet verliezen. Het is in ieder geval duidelijk dat de uitdagingen ook op politiek vlak heel groot zijn en dat het politieke gehakketak de uitkomst van de klimaatconferentie zwaar kan hypothekeren. 

Kunnen we dan rekenen op de beleggers om voor druk te zorgen op de politici, zodat zij de maatregelen nemen die nodig zijn op het probleem op te lossen ? 

Mail