zaterdag 18/08/2018

Top Header

Talen

COP 21: de beloftes van de beleggers

Responsible Investment Strategist

De klimaatconferentie van Parijs: kunnen we dan rekenen op de beleggers om voor druk te zorgen op de politici, zodat zij de maatregelen nemen die nodig zijn op het probleem op te lossen?

Rekening houdend met de verschillende beloftes die door de regeringen zijn gedaan, is ook de financiële sector zich geleidelijk aan meer voor het onderwerp van de klimaatverandering gaan interesseren. Vanuit de maatschappij kwam er immers veel druk op institutionele beleggers omdat zij vaak de rol van vertrouwenspersoon spelen. Heel wat van die institutionele beleggers zijn  inmiddels rond het thema van de klimaatverandering een aantal specifieke verbintenissen aangegaan. Vaak zijn die verbintenissen de weerspiegeling van een verantwoordelijke en duurzame beleggingscultuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om aandeelhousersengagement, de verbintenis om de beleggingen in steenkool van de hand t doen, zogenaamde groene obligaties en de zogenaamde “decarbonisatie” van de portefeuilles. De ethische institutionele beleggers hebben op dit vlak de eerste stappen gezet, later zijn ze gevolgd door grote financiële spelers zoals de investeringsbanken, (Citi), de verzekeraard (Allianz, Aviva) en diverse andere institutionele beleggers, onder meer in Frankrijk, met als voorbeelden  onder meer ERAFP, FRR en CDC.   

De NGO’s hebben indertijd niet geaarzeld om de banken met de vinger te wijzen omwille van hun verantwoordelijkheid voor de klimaatopwarming  en ze hebben nog sterker aangezet om niet langer te beleggen in fossiele energie. Omwille van hun grote financiële middelen beschikken de spelers uit de financiële sector bovendien over een belangrijke hefboom om deel te nemen aan de energietransitie.  

We haalden al aan dat de republikeinen in de Amerikaanse senaat het klimaatprogramma van president Obama hebben verworpen. Maar het kan een troost zijn dat de Amerikaanse institutionele beleggers op dat vlak het nodige gewicht in de schaal werpen. Bekende grote pensioenfondsen zoals Calpers en Calstrs hebben zich aan de zijde van religieuze congregaties, stichtingen en universiteiten geschaard om zich voor het klimaat te engageren.    Volgens de jongste cijfers van Novethic [i], hebben meer dan 960 institutionele beleggers, die samen een bedrag vertegenwoordigen van 30 triljoen euro zich geëngageerd in de strijd tegen de klimaatopwarming. De meeste van die beleggers komen uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, maar ook Frankrijk doet op dit vlak een aardige duit in het zakje. 

Voor beleggers zijn er verschillende mogelijke invalshoeken om de klimaatzaak te steunen:

  • Aandeelhoudersengagement: dit is een traditioneel drukkingsmiddel bij de Angelsaksische investeerders en beleggers om een wijziging teweeg te brengen in het functioneren van de belangrijkste spelers. Dat was duidelijk te zien op de jongste aandeelhoudersvergaderingen van BP en Shell waar de aandeelhouders eisten om inzicht te krijgen in de blootstelling van die bedrijven aan het koolstofrisico en in de strategie die ze willen toepassen rond de klimaatverwarming en de energietransitie. 
  • De uitsluiting: Het kan rond uitsluiting gaan om een globale aanpak, maar het gebeurt vaker dat die maar gedeeltelijk is. Zo zag het Noorse staatsfond zich onder druk van de Noorse bevolking verplicht om zijn koolstofafdruk te verminderen om op die manier voor een compensatie te zorgen voor het feit dat de economie, omdat ze sterk afhankelijk is van fossiele energie, aan de basis ligt van de uitstoot van heel wat koolstofdioxide. Vandaar dat het fonds aankondigde niet langer te beleggen in 22 bedrijven die heel wat CO² uitstoten. Voorts verbond het fonds er zich vorige zomer toe zijn beleggingen in steenkool op te geven, of juister gezegd de beleggingen in die bedrijven waarvan minstens een derde van de winst afkomstig is van steenkool. Tot slot zal het fonds binnenkort het equivalent van 5,5 miljard euro investeren in groene energie en daarbij ook een aantal specifieke engagementen aangaan met de belangrijkste spelers.  
  • Groene energie : heel wat spelers geven aan dat ze belangrijke investeringen doen in « groene » obligaties en in schone en hernieuwbare energie. Door de goede zichtbaarheid en de erkenning voor de principes van de groene obligaties is die markt in ieder geval sterk aan het groeien.
  • De “decarbonisatie”  : met deze nieuwe term wordt bedoeld dat met alle beleggingen uit de portefeuille haalt om zo de koolstofafdruk ervan te verminderen. Dit concept leidde ook al tot het ontstaan van vernieuwende  zogenaamde lage koolstofindexen, die het mogelijk maken om weliswaar op een gediversifieerde manier te blijven beleggen, maar tegelijk de blootstelling van de portefeuille aan koolstof met de helft verminderen.  Het is nog te vroeg om op wereldwijde schaal de werkelijke impact van die verschillende invalshoeken te meten, maar net als bij de politiek valt alleszins te hopen dat de diverse aankondigingen ook in concrete daden worden omgezet.  En omdat het reputatierisico zo groot is, is er inderdaad een grote kans dat de woorden zullen worden gevolgd door daden. Dat kan een zeer grote impact hebben die zeker niet moet worden onderschat. Het is in ieder geval ook verheugend om vast te stallen dat de grote meerderheid van de geëngageerde institutionele beleggers afkomstig is uit de landen die nogal terughoudend zijn om tot actie over te gaan, zoals Canada en Australië.  Het is dan ook te hopen dat ze uiteindelijk hun regeringen ertoe kunnen aanzetten om inderdaad maatregelen te nemen, aangezien het koolstofrisico niet alleen grote ecologische gevaren inhoudt, maar een aanzienlijke bedreiging inhoudt voor de economie in haar geheel.  
Mail