vrijdag 25/05/2018

Top Header

Talen

Verslag van de High-Level Expert Group on Sustainable Finance: zeer belangrijk!

Responsible Investment Strategist

Het langverwachte finale verslag van de expertengroep rond duurzame financiën (HLEG High Level Expert Group on Sustainable Finance), die de Europese Commissie bijstaat in haar strategie rond duurzame financiën, werd op 29 januari jongstleden publiek gemaakt.

De belangrijkste milieuverenigingen vinden het een ambitieus project. Meerdere aanbevelingen proberen een kleine revolutie teweeg te brengen in de financiële sector, die bepaalde beleggers, met name enkele verenigingen die pan-Europese pensioenfondsen vertegenwoordigen, niet erg positief bekijken.

Europa als model voor een duurzaam en verantwoord financieel bestel
Het finale verslag is de uitloper van het tussentijdse verslag dat vorige zomer werd gepubliceerd. Hoewel sommigen kritiek hebben op het feit dat er weinig nieuwe punten instaan in vergelijking met de vorige versie, is het wel een bijzonder belangrijk verslag omwille van verschillende redenen.

Eerst en vooral geeft het een systematisch overzicht van de dringende veranderingen die noodzakelijk zijn voor een financiële sector die ten dienste staat van de energietransitie, rekening houdend met het scenario dat we de klimaatopwarming moeten beperken tot 2°C.

Ten tweede is het het resultaat van het werk van een comité van experts dat rechtstreeks verbonden is met de hoogste bestuursinstellingen van de Europese Commissie. Dit comité brengt grote specialisten samen met een uiteenlopende opleiding, expertise en nationaliteit. Op die manier worden de verschillende stakeholders, de burgermaatschappij en beleggers vertegenwoordigd.

Wanneer we elke aanbeveling individueel bekijken, kan het erop lijken dat ze gebaseerd is op ideeën die reeds bekend zijn, en weinig revolutionair. Wanneer we het verslag echter als één geheel bekijken, dan is het een krachtige en ambitieuze roadmap.

Vier dimensies voor een uitstekend verslag
De aanbevelingen draaien rond vier belangrijke dimensies.

  • De prioritaire aanbevelingen willen de meest dringende actiepunten identificeren.
  • De transversale aanbevelingen behandelen structurele problemen.
  • De aanbevelingen die eigen zijn aan de verschillende actoren hebben betrekking op elk profiel van de belangrijkste partijen binnen de financiële sector, zoals beleggers, maar ook de banken, de investeringsbanken, de consultants, de kapitaalmarkten en financiële centra alsook de kredietagentschappen en extra-financiële ratingbureaus.
  • Ten slotte zijn de aanbevelingen op het vlak van maatschappelijke en ecologische duurzaamheid eerder gericht op specifieke maatschappelijke of ecologische onderwerpen, zoals aardse of mariene hulpbronnen.

De prioritaire aanbevelingen, zonder in detail te gaan, omvatten met name:
1. De morele verplichting van de belegger om te erkennen dat ecologische, maatschappelijke en governancecriteria erg belangrijk zijn binnen het beheer;
2. Het  aanvaarden van een taxonomie van duurzame beleggingen: het ontwikkelen en toepassen van officiële duurzaamheidsnormen op Europees niveau;
3. Ervoor zorgen dat de bedrijfscultuur van de financiële sector optimaal is afgestemd op een langetermijnvisie;
4. Financiële steun voor duurzame infrastructuur.

Een kracht die angst inboezemt
Deze verschillende aanbevelingen werden eerder gemengd onthaald.

Drie grote verenigingen die grote institutionele beleggers vertegenwoordigen – PensionsEurope, de pan-Europese vereniging van pensioenfondsen, Aba, de vereniging van Duitse pensioenfondsen en ten slotte de pensioenfederatie in Nederland – weigeren regels en maatregels die worden opgelegd door een wet en die betrekking hebben op verantwoord beleggen. De kwestie van de culturele verschillen en de waarden die eigen zijn aan elke sector en zijn pensioenfonds moet uit vrije wil gekozen kunnen worden door het pensioenfonds zelf. Zij scharen zich achter het principe “one size does not fit all” en verzetten zich tegen een regelgeving die waarden oplegt, omdat zo het risico kan ontstaan dat zij hun belangrijkste taak in het gedrang brengen: ervoor zorgen dat de pensioenen die beloofd werden aan hun werknemers betaald kunnen worden.

De ngo WWF van zijn kant bejubelt de werkgroep van experts, met name de klimaatrapporteringsverplichting tegen 2020, het feit dat duurzaamheidsuitdagingen een juridische verantwoordelijkheid van beleggers worden, de verplichting om individuen te raadplegen over hun ESG-beleggingsvoorkeuren en het opnemen van een klimaatscenario in indices die gebruikt worden door financiële producten.

Uitdagingen en volgende fase
De Europese Commissie is vastbesloten om haar strategie inzake duurzame en verantwoorde financiën toe te passen.

Hiervoor omringt zij zich met experts van verschillende strekkingen en profielen, om ervoor te zorgen dat zij de nodige geloofwaardigheid heeft bij de verschillende stakeholders.
Zij engageert zich voor een welomschreven en concreet actieplan, en respecteert tot hier toe de opgelegde deadlines. Zij moet bovendien terugkomen met een actieplan dat gebaseerd is op de aanbevelingen van het uiteindelijke verslag, en dat reeds op 7 maart aanstaande.

De uitdaging ligt uiteraard in de kracht van de maatregelen die zij zal aanbevelen in haar actieplan, en in de tool die wordt gebruikt om de nationale regelgeving toe te passen (Richtlijn, Verordening, Beslissing, enz.).

Institutionele beleggers hebben ongetwijfeld gelijk wanneer zij zich zorgen maken over de prescriptieve maatregelen die de Europese Commissie zou kunnen aannemen indien deze aanleiding geven tot voornamelijk rapporterings- en publicatieverplichtingen, zogezegd in naam van engagement en transparantie.

Hoewel de taxonomie van de duurzame benaderingen zeker noodzakelijk is om de marktpraktijken te verduidelijken en beleggers te beschermen, kan het verkrijgen van een label of een erkenning dat bepaalde normen werden toegepast, al gauw geassocieerd worden met een mooie business die het niet voor elke marktspeler even gemakkelijk maakt om toegang te krijgen.

De rol van een pensioenfonds bestaat er immers in om ervoor te zorgen dat de pensioenen van de aangesloten leden betaald kunnen worden, en dat in alle marktomstandigheden. In al deze marktomstandigheden dient er rekening gehouden te worden met ecologische, maatschappelijke en governance criteria. Is het daarentegen realistisch om de mening te vragen van elk aangesloten lid over zijn ESG-voorkeuren, terwijl voor de ene kernenergie bijvoorbeeld volledig incompatibel is met een duurzame en verantwoorde visie, terwijl voor de andere het gebruik van steenkool volledig onaanvaardbaar is?

Vervolgens is er ook reden tot bezorgdheid over één enkele beleggingsbeweging die sterk in één bepaalde richting evolueert. Het is belangrijk om de energietransitie te financieren. De unieke en exclusieve financiering van een economisch model dat diametraal staat op hetgeen vandaag toegepast wordt, geeft aanleiding tot belangrijke risico’s aangaande economische en maatschappelijke duurzaamheid. Er is immers een klimaaturgentie, en de maatregelen die worden genomen moeten beantwoorden aan die urgentie. Klimaatverandering kan echter niet worden losgekoppeld van andere, vooral maatschappelijke, uitdagingen.

De verenigingen van pensioenfondsen hebben ongetwijfeld gelijk wanneer ze het verslag van de expertengroep aandachtig bekijken. Die groep, net zoals de aanbevelingen van de werkgroep rond financiële klimaatpublicaties (TCFD – Task Force on Climate-related Financial Disclosures) waarnaar ze al vaak heeft verwezen, zou een paradigmaverschuiving kunnen teweegbrengen in de manier waarop wordt belegd.

Dat is ongetwijfeld de reden waarom verdedigers van het klimaat, zoals WWF, erg tevreden zijn. De opname van een klimaatscenario in de indices die worden gebruikt door de financiële producten zou een echte vooruitgang moeten betekenen. Daar ligt bovendien ook de uitdaging voor morgen. Enerzijds is er veel enthousiasme voor indexfondsen en passief beheer geweest de afgelopen jaren. Die indices hebben enorm veel geld aangetrokken. Anderzijds houden zij vandaag erg weinig rekening met de belangrijke uitdagingen inzake klimaatverandering, en onderschatten zij de werkelijke economische en materiële impact ervan.

Het wordt dus voor de Europese Commissie een uitdaging om dit moeilijke evenwicht te vinden tussen enerzijds de dringende nood aan standaardisering van een sector die geëvolueerd is van een nichestatuut naar een sector die een antwoordt biedt op milieu-urgenties die massaal moeten worden toegepast opdat men zich echt bewust wordt van enerzijds de ernst, en anderzijds de ongewenste gevolgen van een regelgeving die te gesloten en weinig flexibel is, die aanleiding geeft tot een systeem van procedures, administratieve lasten en rapportering allerhande die zelden een positieve meetbare impact heeft op de omgeving rond ons. Ter herinnering, men moet op jaarbasis bijna € 180 miljard per jaar vinden om het Europese programma voor duurzame ontwikkeling te financieren tegen 2030!

Er zijn heel wat opportuniteiten om ervoor te zorgen dat de financiering van de economische activiteit duurzamer wordt. Maar dat zorgt ook voor talrijke valkuilen, waarvoor de Europese Commissie steeds aandachtig moet blijven.

Mail