dinsdag 23/01/2018

Top Header

Talen

COP 23 en de “One Planet Summit”: twee drijvers om het gedachtegoed van Parijs te bewaren

Responsible Investment Strategist

Vandaag  zal de top ‘One Planet Summit’, op initiatief van Emmanuel Macron en mede georganiseerd door de VN en de Wereldbank, de wereldleiders samenbrengen om de tweede verjaardag van het Klimaatakkoord van Parijs te vieren.

De top heeft als doel om de internationale gemeenschap, inclusief een 2000-tal vooraanstaande personen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties,  samen te brengen om vooruit te gaan op het vlak van financiering. De aandacht zal met name gevestigd worden op hoe de verschillende actoren uit de publieke en private financiën kunnen innoveren om de gemeenschappelijke strijd tegen klimaatverandering te versnellen. Zo zullen ze de nodige maatregelen voor de energietransitie bespreken alsook mogelijke oplossingen voor een koolstofarmere economie, de mobilisering van overheidsfinanciering en groene productinnovaties voor particuliere investeringen.

De One Planet Summit is zo het laatste belangrijke evenement van dit jaar na de eerder technische COP 23 die van 6-17 tot 17 november gehouden werd in het Duitse Bonn. Terwijl de One Planet Summit zich focust op de financiering van de klimaatdoelstellingen, was de COP 23 eerder technisch van aard met als doelstelling om de spelregels van het Klimaatakkoord van Parijs te bepalen alsook de structuur en de agenda van de  engagementen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, een beslissing die voordien werd gemaakt door de ratificerende staten.

Door het voorzitterschap van Fiji, een eilandengroep die sterk is blootgesteld aan de gevolgen van klimaatverandering, werd initieel een geëngageerde toon gezet. Inderdaad, voor de archipel waarvoor de kosten van klimaatverandering worden geschat op 4% van het bbp per jaar, is de uitdaging om de ambities van Parijs overeind te houden enorm groot. De situatie van Fiji was eveneens relevant voor de bespreking  van de meer ambitieuze doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden en voor het nodige solidariteitsakkoord tussen de ontwikkelingslanden, degenen die als eerste slachtoffer zullen zijn van de gevolgen van de klimaatverandering, en de ontwikkelde landen.

De tweede doelstelling van deze COP was de zogenaamde faciliterende dialoog, m.a.w. het opmaken van een balans van alle klimaatgerelateerde inspanningen en het voeren van de eerste besprekingen betreffende de modaliteiten voor het verhogen van de streefcijfers na 2020. Zoals werd bepaald door het klimaatakkoord van Parijs dienen deze streefcijfers elke 5 jaar herzien te worden.

Een scherp contract tussen maatregelen en behoeften

Het jongste verslag van de UNEP (VN Milieuprogramma) rond de wereldwijde uitstoot[1] bevestigt de bezorgdheid van de wetenschappers: de doelstelling om de klimaatverandering te beperken tot 2 graden Celsius zal niet gehaald worden. Er wordt eerder gemikt op 3 graden Celsius op basis van de huidige ambities.

Hetzelfde geldt voor de financiering. Hoewel de uitstap van de Verenigde Staten eerder een symbolische ‘njet’ is – zeker nu Nicaragua in oktober het akkoord heeft geratificeerd en Syrië op 7 november – blijft het een uitstap van een van de belangrijkste spelers. Er wordt geschat dat er tegen 2020 minimaal 100 miljard USD nodig zal zijn voor infrastructuurwerken. Daar zijn we vandaag nog niet, integendeel! De subsidies voor fossiele brandstoffen nemen niet af en ondertussen blijft de koolstofprijs op een dieptepunt staan. De balans is dus overwegend negatief. Aan de huidige bodemprijzen denken sommigen zelfs aan een mogelijke subprimecrisis voor de exploitanten van schaliegas. Hierdoor ontstaat er steeds meer het idee om niet de uitstoot zelf, maar de ontginningen en de externe uitstootbronnen te belasten.

Koolstofprijs en andere alternatieven

Vandaag is 85% van de uitstoot niet onderworpen aan enige koolstofbelasting. En drie vierde van de uitstoot die wel belast wordt, gebeurt tegen een koolstofprijs die minder dan 10 USD per ton bedraagt. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te bereiken, zou deze prijs op wereldvlak moeten stijgen tot een niveau van 40 à 80 USD per ton tegen 2020, en 50 à 100 USD per ton tegen 2030. De koolstofprijs weerspiegelt in realiteit wat de gemeenschap bereid is te betalen om het klimaat te beschermen.

In een omgeving waarin iedereen zijn bijdrage aan het algemeen belang uitstelt en wacht tot de eerste zijn uitstoot vermindert,[2] is een uitstoottaks niet echt stimulerend. Het feit dat er geen wereldmarkt bestaat voor de koolstofprijs, die complex is, zorgt ervoor dat hij omzeild wordt en dat de spelers geen langetermijninvesteringen aangaan (30-50 jaar) die noodzakelijk zijn voor de omslag naar een lagekoolstofeconomie.

Een andere hinderpaal is eveneens de noodzakelijke financiering, die afkomstig is van de overheden, terwijl er veel zijn die zonder middelen zitten en/of diep in de schulden zitten. Hierdoor hebben sommigen zich afhankelijk gemaakt van andere overheden, die voortaan beschikken over een de facto vetorecht voor elke beslissing op wereldwijd niveau. In het kader van deze aangekondigde mislukking is het alternatief ontstaan van een accijnsrecht dat zou worden geheven op private of publieke ontginningsbedrijven en dat zou worden herverdeeld in de vorm van subsidies voor concrete maatregelen en een meetbare impact inzake de vermindering van uitstoot. Dat zou gelden voor gunstig evoluerende projecten zoals vastgoed, transport en infrastructuur, bij gebrek aan een taks op geïmporteerde CO2. Dit is naïef, hoor ik u al denken. Dat is best mogelijk, want het vraagt om de oprichting van een internationale instelling die verantwoordelijk is voor het ophalen en herverdelen van de accijnzen met een vlekkeloos beheer. Vervolgens is het vrij typisch dat economische en politieke stakeholders van ontwikkelde landen vrij weigerachtig staan tegenover verandering. Ondertussen blijft de uitstoot van broeikasgassen verder toenemen. Vorig jaar vestigden we een droevig record met de grootste concentratie van koolstofdioxide. En dan spreken we nog niet over de nieuwe records inzake de uitstoot van broeikasgassen.

De drijvende kracht van Parijs behouden en het momentum verderzetten

Parijs en de COP 21 hebben duidelijk de wereld aan het denken gezet over het koolstofrisico. Het is noodzakelijk dat alle partijen hierbij betrokken worden, niet alleen overheden, maar ook ondernemingen en beleggers. Hoewel de stoel van Donald Trump uiteraard leeg bleef tijdens de conferentie in Bonn, toont het initiatief ‘We are still in’ dat bijna 1700 ondernemingen en beleggers samenbrengt, aan dat de oppositie tegen de beslissing van het Witte Huis aan het toenemen is. Toch hopen we dat er meer ambitie zal zijn dan louter in het Akkoord te blijven.

Dit momentum, ontstaan dankzij alle landen die willen meewerken, is van cruciaal belang. Door de terugtrekking van de Verenigde Staten en het feit dat Europa steeds meer nationalisme en onafhankelijkheidsbewegingen ziet opduiken, is er een gebrek aan leiderschap met betrekking tot klimaaturgentie. China zou een sterkhouder kunnen zijn, maar op het vlak van spelregels, transparantie en kwantitatieve doelstellingen rond de vermindering van uitstoot is het niet echt een voorbeeldland.

Naast een positief momentum van bijeenkomsten is het nog belangrijker dat de ambitie overeind blijft, want Warschau zal waarschijnlijk een minder geëngageerde gast zijn tijdens de COP 24. Polen blijft immers de belangrijkste blokkerende factor voor de hervorming van de Europese koolstofmarkt (EU ETS).

Hoewel de COP23 dus minder krantenkoppen heeft gehaald dan zijn 21e editie, is hij samen met de One Planet Summit echter van groot belang in het licht van de ambities die twee jaar geleden aan ons werden beloofd.



[1] UNEP The emissions gap report

[2] « Waiting Game » – Gollier & Tirole – effective institutions against climate change, April 6 2015