donderdag 14/12/2017

Top Header

Talen

Onderwijs en innovatie: essentiële duurzaamheidspijlers

Responsible Investment Strategist

De duurzaamheid van een land heeft ook betrekking op de toekomstige generaties. Door vandaag te investeren in vaardigheden kunnen mensen immers deelnemen aan de economie. Het is echter ook een engagement voor de financiering van toekomstige overheidsuitgaven. Tweede deel van onze ESG-analyse gebaseerd op ons halfjaarlijks duurzaamheidsklassement.

Ook op dat vlak stellen we vast dat er belangrijke verschillen bestaan tussen de verschillende OESO-landen. De financieel-economische crisis van 2008 heeft diepe wonden geslagen in de meest getroffen landen, die als gevolg van drastische besparingsmaatregelen fors het mes hebben moeten zetten in onderwijsuitgaven.

Talrijke argumenten

Nochtans hebben de overheden heel wat redenen om te investeren in de opleiding van hun bevolking. Betere vaardigheden dragen immers bij tot:

  • Hogere lonen en betere individuele tewerkstellingskansen;
  • Een hogere productiviteit en hogere bedrijfswinsten;
  • Hogere fiscale inkomsten voor de overheid.

Door de vaardigheden van de bevolking te verbeteren, daalt ook de werkloosheid en stijgt het niveau van de gezondheidszorg. Een recente studie van de OESO heeft uitgewezen dat de openbare onderwijskosten ruimschoots gecompenseerd worden door hogere fiscale inkomsten. Zo vloeit voor elke euro die de overheid investeert in onderwijs meer dan één euro terug naar de overheid in de vorm van hogere personenbelastingen.

De competentiewinst per bijkomende overheidsuitgave verschilt echter aanzienlijk van land tot land en naargelang de maatregelen die worden genomen. Zo ziet het ernaar uit dat fiscale aftrekken en opleidingskredieten minder efficiënt zijn dan leningen, beurzen en directe uitgaven.[1] Voor de landen met een zwak rendement op vaardigheden volstaan de verwachte fiscale inkomsten niet om de bijkomende uitgaven voor hoger onderwijs te dekken. En dat is zeker zo wanneer de overheidsuitgaven al hoog zijn.

Overheidsuitgaven voor onderwijs: return on investment

Bron: DPAM, OESO.

Het gaat hier om de return on investment voor de overheid als gevolg van inkomsten van bijkomende belastingen in vergelijking met de onderwijskosten (directe kosten, steun enz.). Voor Nederland en Portugal zijn de geschatte inkomsten bijvoorbeeld meer dan twee keer zo hoog als de investeringskosten. Dat wordt enerzijds verklaard door vrij lage relatieve uitgaven, maar ook door een proportioneel hoge premie op de arbeidsmarkt voor hoger onderwijs.

Binnen ons duurzaamheidsmodel kijken we verder dan investeringen en uitgaven. We hechten immers ook veel belang aan de resultaten van deze investeringen, zoals het onderwijsniveau dat de generaties verworven hebben. Dat onderwijsniveau is een bepalende factor voor de tewerkstellingsgraad en heeft dus eveneens een impact op de toekomstige groei van de landen.

Jongerenwerkloosheidsgraad (25-34 jaar) ten opzichte van het onderwijsniveau

Bron: OESO, DPAM.

Een gebrek aan investeringen in onderwijs is kortzichtig. Overheden brengen immers hun toekomst in gevaar door de economische participatie van individuen en de productiviteitsgroei in het gedrang te brengen. De toekomstige fiscale inkomsten en bijgevolg de toekomstige economische groei lijden er echter ook onder.

Het eerste deel uit onze reeks, dat aan het criterium milieu is gewijd, vindt u hier.

 


[1] Taxation and Skills - OESO