zaterdag 29/04/2017

Top Header

Talen

Brexit: de impact op duurzaamheid

Responsible Investment Strategist

De Brexit heeft heel wat inkt doen vloeien, zowel voor als na de aankondiging van 23 juni. Hoewel er heel wat onzekerheid blijft over de gevolgen, maar ook over de modaliteiten van de Brexit, met name de deadline, kunnen we toch eens stilstaan bij de mogelijke impact van de engagementen op het vlak van milieu, maatschappelijk welzijn en deugdelijk bestuur die het land genomen heeft, en in het bijzonder de invloed op het klimaatakkoord dat in december vorig jaar in Parijs werd bereikt.

De opgesomde doelstellingen moet men interpreteren in verhouding tot het referentiejaar 1990.

Het engagement tegenover de VN-klimaattop (COP 21) in Parijs (zie artikel hier) is genomen op Europees niveau.

Naast de doelstellingen voor 2020[1], heeft de EU ook de doelstellingen voor 2030 gedefinieerd. Concreet betekent dit een vermindering van 40 % van de uitstoot van broeikasgassen, een 27 % hogere energie-efficiëntie en een aandeel van 27 % hernieuwbare energie in het primaire energieaanbod. Deze doelstelling draait rond twee belangrijke assen waarbij ook het VK betrokken is: de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het aandeel van hernieuwbare energie in het energieaanbod. Hoewel het Verenigd Koninkrijk op dat laatste aspect vertraging heeft opgelopen, scoort het wel goed op het eerste criterium. De uitstap uit de EU heeft een invloed op het engagement voor 2030.

Compensatie

Hoewel het VK inderdaad niet meer is opgenomen in de geaggregeerde statistieken van de EU, zal die laatste ofwel verplicht zijn om zijn engagement neerwaarts te herzien, ofwel om meer inspanningen te vragen van de overblijvende leden om te compenseren.  Volgens berekeningen van HSBC zouden de Lidstaten moeten zorgen voor een bijkomende vermindering van 7,6 % om ervoor te zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen met 40 % daalt. Het kan belachelijk lijken om dat te verdelen tussen 27 landen. Maar aangezien sommige landen die veel uitstoten zich hiertegen verzetten, is het verre van een eenvoudige taak. Bovendien zou de Brexit aanleiding geven tot een herverdeling van de stemrechten in het Europees Parlement. Hierdoor zou het aantal grote uitstoters die klimaatsceptici zijn, met name het Oost-Europese blok, toenemen.

Bovendien wint de stem van de landen die veel uitstoten en die een zeker klimaatscepticisme aan de dag leggen, aan belang in het Europees Parlement na de uitstap van het VK, met name in het Oost-Europese blok. Dat brengt het engagement voor grotere inspanningen en dus ook om meer te investeren in de decarbonisatie van hun energiestelsels in het gedrang.

Hoewel dat toch gebeurde, kunnen we aannemen dat er eveneens een grotere impact zal zijn voor de bedrijven en sectoren die actief zijn in de Lidstaten die verplicht worden om bij te dragen tot de energietransitie. We kunnen zelfs nog verder gaan en ervan uitgaan dat er enkele delokalisaties zullen gebeuren naar regelgevingen die soepeler zijn op het vlak van uitstoot. Dat komt een beetje overeen met wat we zien op fiscaal vlak … naar het land dat het meeste biedt …

De EU kan ook aankondigen dat haar engagement neerwaarts wordt herzien, een boodschap die behoorlijk negatief zou zijn gelet op het belang van deze uitdaging en het spoedeisende karakter.

Aanzienlijke resultaten

Dat neemt niet weg dat het Verenigd Koninkrijk zich eveneens sterk kan engageren op het vlak van klimaatverandering, met of zonder de EU. We moeten immers benadrukken dat het land in 2008 de Climate Change Act heeft goedgekeurd. Die blijft nog steeds van toepassing en mikt op een reductie van 80 % van de broeikasgassen tegen 2050. Bovendien  bestaat er op nationaal niveau wel degelijk een comité voor klimaatverandering dat werkt aan de engagementen van het land op het gebied van de vermindering van de broeikasgassen en energie-efficiëntie. Zoals we hierboven reeds hebben aangehaald, heeft het VK op dat gebied aanzienlijke resultaten geboekt. In de periode 1990-2014 is het energieverbruik van het land met 10 % gedaald terwijl het bbp met 65 % is toegenomen. Ter vergelijking daalde het verbruik in de 28 EU-lidstaten met gemiddeld 4 % en steeg het bbp met 49 %. Ten slotte kan het VK het klimaatakkoord van Parijs als individueel land goedkeuren, net zoals elk ander land.

Op het gebied van hernieuwbare energie heeft het land nog werk voor de boeg en is er geen enkel risico dat de doelstellingen van de EU vertraging oplopen. Hernieuwbare energie vertegenwoordigde in 2014 immers slechts 6,93 % van het primaire energieaanbod in het Verenigd Koninkrijk, in vergelijking met 12,53 % in de Europese Unie. De evoluties, met name het engagement van de regering om meer in te zetten op kernenergie en gas, doen vermoeden dat het land noch de doelstelling van 2020 noch die van 2030 zal halen.

De talrijke onzekerheden als gevolg van de Brexit roepen ook verschillende vragen op over de mogelijke invloed op het vlak van het milieu-engagement, met name het klimaatakkoord van Parijs, dat als historisch wordt beschouwd voor de bewustwording van het koolstofrisico.

Hoewel er veel onzekerheid heerst op dit vlak en er meerdere scenario’s mogelijk zijn, moeten we erkennen dat het voornaamste risico op korte termijn de laattijdige goedkeuring van het klimaatakkoord door de EU is. Ter herinnering, het klimaatakkoord dat in december jongstleden werd bereikt, wordt van kracht indien het wordt goedgekeurd door ten minste 55 partijen die minimaal 55 % vertegenwoordigen van de globale uitstoot van de planeet. Hoewel 197 partijen het vandaag hebben toegepast, werd het akkoord eind juni slechts goedgekeurd door 19 partijen die samen 0,18% van de globale uitstoot vertegenwoordigden. De EU moet 28 lidstaten en 12,1% van de uitstoot vertegenwoordigen en hierdoor een belangrijke bijdrage leveren tot het slagen van de goedkeuring. De Brexit zorgt ervoor dat deze goedkeuring vertraging oploopt en de doelstelling van de 55 partijen en 55 % van de uitstoot verder weg lijkt. Hoewel het klimaat niet de prioriteit is van de discussies over de uitstapmodaliteiten, blijft klimaatverandering een actuele uitdaging die een globaal, ambitieus en spoedig antwoord vereist.


[1] De EU engageert zich voor een vermindering van 20 % van de uitstoot van de broeikasgassen, een verbetering van 20 % van de energie-efficiëntie en een aandeel van 20 % van hernieuwbare energie in de energievoorziening.