dinsdag 17/07/2018

Top Header

Talen

De olifant in de kamer

Chief Economist

De recente ontslagen in de industrie en de financiële sector alsook de ophef rond CETA plaatsen de uitdagingen die gepaard gaan met de automatisering en de mondialisering centraal. Ze komen bovenop de vergrijzing en vragen om dringende beleidsantwoorden.

Langer werken, meer investeren in infrastructuur, aangepast onderwijs en levenslang leren zijn voor de hand liggende maar cruciale maatregelen om de demografische tegenwind (gedeeltelijk) te counteren en de digitalisering op te vangen. Zoals al langer bekend stelt ook de globalisering grote uitdagingen. Niet alleen voor het milieu maar ook voor onze democratie en de beslissingsmacht van nationale overheden. Harvard-econoom Dani Rodrik illustreerde dit mooi door het politieke trilemma van de wereldeconomie

De globalisering heeft een belangrijk aandeel in de forse afname van de extreme armoede in de wereld over de voorbije veertig jaar. Die afname was het spectaculairst sinds de start van het millennium. En dat had op zijn beurt veel te maken met de sterke groei in de opkomende landen, China in het bijzonder.

Bron: Our World in Data, Branko Milanovic, Degroof Petercam.

De olifant-grafiek

Maar de globaliseringsgolf van de laatste decennia is geen eenduidig succesverhaal. In dat verband zorgt de zogenaamde “olifant-grafiek” van de ongelijkheidseconoom Branco Milanovic voor een mooie illustratie. Naast de armste 5% was er tussen 1988 en 2008 minder inkomenstoename weggelegd voor de bevolkingsgroep tussen het 75ste en 90ste percentiel van de globale inkomensdistributie. Het gaat hier over de westerse middenklasse. En die situatie is sinds de Grote Recessie niet fundamenteel verbeterd. De absolute toplaag slaagde er daarentegen in handig in te spelen op de mondialisering en technologische evolutie, waardoor zij haar inkomen nog in grote mate zag toenemen. De opkomst van het populisme in Europa maar ook in de VS komt minstens ten dele voort uit de globalisering. Het punt is niet dat globalisering op zich slecht is, wel integendeel. Maar globalisering zonder de verliezers te beschermen heeft absoluut geen zin en keert als een boemerang terug. Die fout maken overheden best geen tweede keer nu de digitalisering nog een versnelling hoger schakelt

CETA

De laatste weken is in ons land de discussie rond CETA (een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada)  losgebarsten. Dat is een goede zaak hoewel het natuurlijk rijkelijk laat is. In het algemeen is er de voorbije decennia veel te weinig aandacht besteed aan de impact van de globalisering op onze economie. Maar de huidige discussie tussen voor- en tegenstanders is niet altijd fraai om volgen. Terwijl de eerste groep de economische winsten van het vrijhandelsakkoord steevast overschat, is de vrees van de tweede groep over de forse degradatie van onze productstandaarden en democratie zwaar overdreven in dit specieke geval. Puur politieke positionering laten we hier dan nog buiten beschouwing. 

De conclusie is dan eigenlijk vrij eenvoudig. In de huidige economische omstandigheden, tegen de achtergrond van het oprukkende populisme in Europa, zouden de politieke beleidsprioriteiten best anders liggen. Een wervelend pan-Europees investeringsprogramma kan een wezenlijk verschil maken op economisch vlak. CETA en andere vrijhandelsverdragen (zoals TTIP) daarentegen leveren in het beste geval nog een zeer kleine economische winst op. Onze economie is nu eenmaal al sterk geglobaliseerd en misschien zijn er wel grenzen aan de globalisering. Een breed maatschappelijk debat dringt zich al langer op. De keuze voor verdere globalisering heeft immers gevolgen voor de rol van de natiestaat en de democratie.

Mail