woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

Nieuwe manier van ondernemen

Estate Planning Luxembourg

Sociaal ondernemerschap heeft de wind in de zeilen. Europa heeft niet op het verkeerde paard gewed door op die sector in te zetten. Om zo de interne markt via diverse programma’s en initiatieven[1] een nieuw elan te geven. Vandaag vertegenwoordigen sociale ondernemingen 10% van alle Europese ondernemingen en zijn ze goed voor 6% van de totale tewerkstelling.

In een notendop:

  • Voor sociale ondernemingen die in Luxemburg een commerciële activiteit willen uitoefenen, is het statuut van vzw geen geschikte rechtsvorm.
  • Om tegemoet te komen aan de behoeften van de sociale economie en om de ontwikkeling daarvan een duwtje in de rug te geven, werd een nieuw statuut gecreëerd: de 'société d'impact sociétal' (vrij vertaald: onderneming met maatschappelijk doel).
  • Naast Luxemburg, willen ook België en Frankrijk ondernemingen met een maatschappelijk doel promoten. Door ze meer uitstraling te geven en juridisch beter te omkaderen.

Nood aan aangepaste structuren

Hoewel deze markt in volle expansie is, voldeden de huidige juridische structuren jammer genoeg niet altijd aan haar specifieke behoeften. Twee recente publicaties van Statec, het Luxemburgse instituut voor statistiek, tonen dat aan. Zo is het in Luxemburg niet evident om als vzw een handelsactiviteit uit te oefenen, hoe solidair die ook is. Vzw’s mogen immers enkel handel drijven als nevenactiviteit. Daardoor is het er voor een vzw erg moeilijk om een vestigingsvergunning te verkrijgen voor het uitoefenen van een commerciële activiteit . Het vzw-statuut beperkt ook de toegang tot overheidsopdrachten. In het kader van een toekomstige hervorming (omzetting van een Europese richtlijn in nationaal recht) zou bij de gunning van overheidsopdrachten voortaan rekening kunnen worden gehouden met sociale aspecten. Daarnaast bestaat vandaag 80 à 90% van de inkomsten van vzw’s uit staatssteun, waardoor het in de huidige context van grotere begrotingsdiscipline belangrijk is dat vzw’s andere financieringsbronnen kunnen aanboren.

SIS

De Luxemburgse regering wou een juridisch kader creëren dat tegemoetkomt aan de specifieke uitdagingen van ondernemingen in deze sector. En tegelijk ook de ontwikkeling van hun economische activiteiten aanmoedigen. Dat leidde op 12 december 2016 tot de creatie van een nieuw statuut, de société d’impact sociétal of SIS.

Door het statuut van kapitaalvennootschap  af te stemmen op de specifieke behoeften van de sociale economie wordt een gelijke behandeling van alle economische actoren gegarandeerd (op het vlak van handelsrecht, fiscaal recht, arbeidsrecht, consumentenbescherming enz.). Zo zou een SIS gemakkelijk een vestigingsvergunning kunnen verkrijgen en zal ze ook in aanmerking komen voor overheidsopdrachten. Om de betrokken vennootschappen ertoe aan te zetten om ten minste deels ook andere financieringsbronnen aan te boren,  kunnen privébeleggers voortaan deelnemen in maximaal 50% van het kapitaal van een SIS. Die maatregel moet een nieuwe dynamiek teweegbrengen.

Het doel van de nieuwe wet is niet alleen meer rechtszekerheid bieden, maar de sector ook meer uitstraling geven door de specifieke manier van ondernemen ervan te erkennen. Er zijn een aantal vergunnings- en controleverplichtingen, die bedoeld zijn om de integriteit van de ondernemingen te waarborgen, maar ook om een kader te creëren voor de nieuwe economie.

Succes verzekerd?

Het succes van het nieuwe statuut wordt in de hand gewerkt door twee initiatieven:

  1. Aanpassing van de Luxemburgse wet waardoor een SIS met een sociale impact van 100% hetzelfde fiscale statuut geniet als een vzw. Door die maatregel zijn ze vrijgesteld van inkomsten- en vermogensbelastingen en worden giften fiscaal aftrekbaar voor de schenkers. Daardoor is het voor de huidige spelers (meestal vzw's) interessant om de overstap te maken naar het nieuwe statuut.
  2.  Oprichting van 6zéro1, de eerste Luxemburgse incubator voor sociale ondernemers die als doel heeft de oprichting van nieuwe SIS’en te promoten.

En in België?

België heeft al een statuut voor vennootschappen met sociaal oogmerk. Dat zijn commerciële vennootschappen die qua vennootschapsvorm niet verschillen van de andere (zoals cvba, nv en bvba.), maar die ervoor hebben gekozen om in hun statuten bijkomende voorwaarden op te nemen. Er zijn echter nog maar weinig ondernemingen die van dat statuut gebruik maken: in 2013 was 70% van de Belgische sociale ondernemingen een vzw en slechts 5% een vennootschap met sociaal oogmerk. In 2016 was de overgrote meerderheid van de werknemers in de sociale economie (90,1%) actief in verenigingen, terwijl slechts  3,8% was tewerkgesteld in een coöperatieve vennootschap of een vennootschap met sociaal oogmerk.

Ook in Frankrijk was er aandacht voor de behoeften van de sociale en solidaire economie. Zo voorzag de wet-Hamon van 31 juli 2014 in een statuut voor sociale ondernemingen (de zogenaamde “entreprises de l’économie sociale et solidaire"). Zij genieten voortaan een beter kader voor financiering en investeringen. De wet-Hamon herziet ook de vergunning voor deze ondernemingen, waardoor ze toegang krijgen tot solidariteitsfondsen (goed voor 8,46 miljard euro in 2015) en minder inkomsten- en vermogensbelasting moeten betalen.


[1] Zoals de lancering van het project “initiatief voor sociaal ondernemerschap” in 2011, de lancering van het sociaal ondernemerschapsfonds en de inventarisatie van de sector in alle 28 lidstaten.

 

Mail