maandag 25/05/2020

Top Header

Talen

Fiscale nieuwigheden voor 2015

Head of Estate Planning

Op 29 december 2014 werd in het Belgisch Staatsblad een Programmawet gepubliceerd. De Programmawet voert een aantal fiscale maatregelen in die reeds waren aangekondigd in het Regeerakkoord. Hierna volgt een overzicht van de meest in het oog springende maatregelen.

Op 29 december 2014 werd in het Belgisch Staatsblad een Programmawet (hierna ‘Programmawet’) gepubliceerd. De Programmawet voert een aantal fiscale maatregelen in die reeds waren aangekondigd in het Regeerakkoord. Hierna volgt een overzicht van de meest in het oog springende maatregelen. De Programmawet bevat geen enkele bepaling rond de invoering van de zogenaamde transparantiebelasting voor juridische constructies. Tijdens de parlementaire werkzaamheden is een amendement ingediend met het oog op de invoering van die transparantiebelasting. Dat amendement is verworpen. We gaan ook in op een aantal nieuwigheden op internationaal vlak.

Verhoging van de forfaitaire aftrek van beroepskosten

Belastingplichtigen die er niet voor hebben geopteerd om hun werkelijke beroepskosten te bewijzen, kunnen een wettelijk forfait van hun belastbaar beroepsinkomen in aftrek nemen. Dat forfait wordt verhoogd voor de werknemers. Het verhoogd wettelijk forfait zal niet meteen voor de volle pot kunnen worden toegepast. Om budgettaire redenen heeft men ervoor geopteerd om de verhoogde barema’s gedeeltelijk toe te passen vanaf het aanslagjaar 2016 (dus op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2015) en pas volledig vanaf het aanslagjaar 2017 (dus op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2016).

Opschorting van de indexering van bepaalde fiscale uitgaven

Voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 (dus inkomsten 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018) worden een aantal fiscale uitgaven niet meer geïndexeerd. Zo zal onder meer het vrijgesteld bedrag van interesten op een spaarrekening tot en met 31 december 2018 bevroren blijven op 1.880 euro.

Betalingen die u doet in het kader van het pensioensparen zullen slechts een fiscaal voordeel opleveren ten belope van 940 euro in plaats van 950 euro en dat vanaf het aanslagjaar 2015 (inkomstenjaar 2014). Indien u in 2014 950 euro gestort heeft, geniet u dus op de teveel betaalde 10 euro geen fiscaal voordeel. Er is wel voorzien dat het te veel betaalde zal worden beschouwd als een betaling die in 2015 is gedaan, en dus voor het aanslagjaar 2016 in aanmerking wordt genomen.

De liquidatiereserve

Kmo’s hebben vanaf het aanslagjaar 2015 (inkomstenjaar 2014) de mogelijkheid om een liquidatiereserve aan te leggen. De liquidatiereserve wordt gevormd door de volledige belaste winst van het lopend boekjaar of een deel ervan te reserveren op een afzonderlijke passiefrekening en hierop anticipatief 10% belastingen te betalen via een afzonderlijke aanslag. De vennootschap kan elk jaar beslissen om de te bestemmen winst van het boekjaar over te boeken naar deze reserve zolang zij een kmo is. De winst van het boekjaar 2014 kan al bestemd worden voor de liquidatiereserve. Bij de liquidatie van de vennootschap kunnen die reserves dan belastingvrij aan de aandeelhouders worden uitgekeerd. Indien de als liquidatiereserve gereserveerde winst toch als dividend zou worden uitgekeerd vóór de liquidatie van de vennootschap, is een bijkomende heffing van 15% verschuldigd indien de uitkering heeft plaatsgevonden binnen de 5 jaar na de reservering. Op een uitkering vóór liquidatie maar ná 5 jaar is een bijkomende heffing van 5% verschuldigd. De facto komt het dus neer op het permanent maken van de overgangsmaatregel die voorafgaand aan de verhoging van de roerende voorheffing op de liquidatiebonus naar 25% was ingevoerd (vanaf 1 oktober 2014). Het systeem van de liquidatiereserve kan evenwel enkel toegepast worden voor de winst van het boekjaar en biedt dus geen oplossing voor belaste reserves die zijn opgebouwd in het verleden.

Aanmoediging van het pensioensparen (derde pijler)

De taxatie van het kapitaal dat u ontvangt uit pensioensparen (de taks op het langetermijnsparen) zal worden verminderd van 10% naar 8%.

De belasting zal wel vervroegd en gespreid worden geïnd. De spaarder zal vanaf de jaren 2015 tot en met 2019 jaarlijks 1% moeten ‘vooraf betalen’ op het pensioenkapitaal per 31 december 2014. De taks zal telkens uiterlijk op 30 september worden ingehouden. De resterende 3% zullen worden betaald bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.

Indien u tussen 2015 en 2019 zestig jaar wordt en u de taks op het langetermijnsparen dus zal moeten dragen, zal de vervroegde heffing van 1% worden ingehouden tot het jaar voorafgaand aan het jaar waarin u zestig wordt. De vervroegde inningen die reeds zijn afgehouden worden afgetrokken van de nog verschuldigde taks.

Verhoging van de taks op de beursverrichtingen

De taks op de beursverrichtingen is vanaf 1 januari 2015 opnieuw gestegen. De taks op de aan- en verkoop van aandelen op de secundaire markt is gestegen van 0,25% naar 0,27%. De taks op de verkoop van beleggingsfondsen van het kapitalisatietype is gestegen van 1% naar 1,32%. Voor de verrichtingen met obligaties is de taks ongewijzigd gebleven op 0,09%. De plafonds zijn ook aangepast. Voor aandelen is die opgetrokken van 740 euro naar 800 euro. Voor de beleggingsfondsen van het kapitalisatietype is het plafond opgetrokken van 1.500 euro naar 2.000 euro.

Internationale gegevensuitwisseling

Op het vlak van de internationale gegevensuitwisseling dient te worden vermeld dat Luxemburg vanaf 1 januari 2015 het systeem van de woonstaatheffing in het kader van de Spaarrichtlijn heeft verlaten en automatisch informatie zal uitwisselen over alle rentebetalingen in de zin van de Spaarrichtlijn aan Belgische rijksinwoners vanaf 1 januari 2015 en voor de eerste keer in 2016.

Vanaf 2017 (over gegevens van het jaar 2016) zullen 51 landen ook starten met de automatische gegevensuitwisseling van fiscale informatie met betrekking tot financiële rekeningen (de zogenaamde “Common Reporting Standards”). Die informatie-uitwisseling zal niet enkel betrekking hebben op rentebetalingen, maar ook op rekeningtegoeden, dividenden, de verkopen, de terugbetalingen of afkoop van financiële activa en op andere inkomsten die zijn gecrediteerd op financiële rekeningen, enz. Levensverzekeringsovereenkomsten zullen ook het voorwerp uitmaken van die automatische informatie-uitwisseling. Onder meer Luxemburgse verzekeraars zullen met andere woorden vanaf 2017 bepaalde informatie aan de Luxemburgse fiscale administratie moeten meedelen betreffende levensverzekeringsovereenkomsten die zijn afgesloten door Belgische rijksinwoners. De Luxemburgse fiscale administratie zal deze informatie op haar beurt overmaken aan de Belgische fiscale administratie. De uitwisseling zal betrekking hebben op nieuwe én bestaande contracten. De verzekeraar zal verplicht zijn de naam, het adres, de datum en de geboorteplaats van de verzekeringnemer, het contractnummer, de betaalde premies, de naam van de begunstigde(n), de gedane afkopen en de afkoopwaarde op jaareinde mee te delen.

Registratie Luxemburgse aandelen en deelbewijzen aan toonder

Een Luxemburgse wet van 28 juli 2014 verplicht alle houders van Luxemburgse aandelen en deelbewijzen aan toonder over te gaan tot de neerlegging van die effecten bij een professionele depositaris.

Die verplichting heeft betrekking op alle aandelen en deelbewijzen aan toonder van Luxemburgse oorsprong, dus niet enkel van Luxemburgse naamloze vennootschappen, maar ook van Luxemburgse beleggingsvennootschappen zoals Sicav’s, Sicar’s, Sicaf’s, enz. die u nog fysiek in uw bezit zou hebben.

Indien u nog dergelijke effecten in uw bezit hebt, dient u actie te ondernemen vóór 18 februari 2015 opdat de rechten verbonden aan die effecten niet zouden worden opgeschort. U dient ofwel de omzetting van die effecten aan toonder in effecten op naam te vragen, ofwel die effecten in bewaring te geven bij de depositaris die is aangeduid door de raad van bestuur van de uitgever van de effecten, ofwel die effecten neer te leggen op uw rekening met het oog op de omzetting in gedematerialiseerde effecten. In ieder geval dient die omzetting uiterlijk op 18 februari 2016 te zijn gebeurd.

Aandelen en deelbewijzen aan toonder die u nog fysiek in uw bezit zou hebben op 18 februari 2016 worden verplicht ingekocht door de uitgevende structuur en de verkoopopbrengst ervan gaat naar de Luxemburgse consignatiekas.

Uw contactpersoon bij de Bank en de dienst Estate Planning staan tot uw dienst om alle verdere vragen te beantwoorden.

Mail