zaterdag 22/09/2018

Top Header

Talen

Naar een volledige transparantie inzake uw roerend vermogen

Head of Estate Planning Vlaanderen

Een opeenvolging van wetgevende initiatieven in de voorbije jaren, zowel op nationaal, als op internationaal niveau, heeft tot gevolg dat de fiscale administratie langzaam maar zeker meer en meer zicht heeft gekregen op de samenstelling van uw roerend vermogen.

Een opeenvolging van wetgevende initiatieven in de voorbije jaren, zowel op nationaal, als op internationaal niveau, heeft tot gevolg dat de fiscale administratie langzaam maar zeker meer en meer zicht heeft gekregen op de samenstelling van uw roerend vermogen.

Op Belgisch niveau

De fiscale administratie beschikt vandaag al over heel wat informatie met betrekking tot uw roerend vermogen. Sinds de invoering van de verplichting om buitenlandse rekeningen aan te geven in de aangifte personenbelasting vanaf het aanslagjaar ´97, zijn de verschillende maatregelen elkaar snel opgevolgd met als gevolg een steeds grotere transparantie aangaande roerende vermogens. Hierna volgt een chronologisch overzicht van de belangrijkste maatregelen:

  • In december 2005 is een wet gestemd die de Belgische effecten aan toonder geleidelijk heeft afgeschaft. Vanaf 1 januari 2014 bestaan Belgische effecten nog enkel onder gedematerialiseerde vorm, ofwel op naam.
  • In 2007 heeft de wetgever de verplichting ingevoerd om bepaalde participaties in beursgenoteerde vennootschappen kenbaar te maken. In januari 2010 is die verplichting uitgebreid tot participaties van 25% of meer in niet-beursgenoteerde vennootschappen.
  • In juli 2011 is het bankgeheim verder onderuit gehaald. De onderzoeksbevoegdheden van de fiscale administratie om toegang te krijgen tot de bankgegevens van belastingplichtigen, zijn uitgebreid vermits de fiscale administratie de mogelijkheid heeft gekregen zich rechtstreeks tot de in België gevestigde financiële instellingen te richten indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld. In juli 2013 is, met het oog op het vergemakkelijken van de onderzoeksbevoegdheid van de fiscale administratie, een Centraal Aanspreekpunt (CAP) in de schoot van de Nationale Bank opgericht. Dat CAP houdt gegevens bij die hem rechtstreeks door de financiële instellingen worden bezorgd. De financiële instellingen delen voor de kalenderjaren 2010, 2011, 2012 en 2013 de identiteit van hun cliënten mee, evenals de rekeningnummers waarop die cliënten hun tegoeden aanhouden. Bepaalde contracten, zoals hypothecaire leningen, worden ook meegedeeld.
  • In 2012 heeft de wetgever die databank uitgebreid tot buitenlandse rekeningen die Belgische belastingplichtigen aanhouden. Zij zijn verplicht die rekeningnummers aan het CAP mee te delen. De praktische toepassingsmodaliteiten omtrent die informatie-uitwisseling dienen nog te worden vastgesteld in een Koninklijk Besluit. Maar uit een amendement dat intussen aangenomen is, blijkt dat elke Belgische belastingplichtige die voor de aanslagjaren 2012, 2013 of 2014 heeft aangegeven een rekening in het buitenland aan te houden, door de Federale Overheidsdienst Financiën uitgenodigd zal worden om bepaalde informatie betreffende die rekening (rekeningnummer, naam van de bank en het land waar die rekening geopend is) mee te delen aan het CAP.
  • Eind 2012 is de verplichting ingevoerd om vanaf het aanslagjaar 2013 (inkomsten 2012) buitenlandse levensverzekeringscontracten aan te geven in de aangifte personenbelasting.
  • Voor het aanslagjaar 2013, werd het bevrijdend karakter van de roerende voorheffing afgeschaft. Een (eenmalige) solidariteitsbijdrage van 4% op de roerende inkomsten boven 20.020 euro liet echter toe om in bepaalde gevallen anonimiteit over de roerende inkomsten te behouden. Vanaf het daaropvolgende aanslagjaar is het bevrijdend karakter van de roerende voorheffing opnieuw ingevoerd.
  • Ten slotte is er op 1 augustus 2013 een wettelijke bepaling gepubliceerd die verplicht om vanaf het aanslagjaar 2014 (inkomstenjaar 2013) private vermogensstructuren aan te geven. Zoals gedetailleerd in onze Estate Planning Flash van 19 december 2013 zijn onder meer trusts en bepaalde buitenlandse juridische constructies geviseerd. Op 2 april 2014 is er een lijst verschenen van de geviseerde buitenlandse juridische constructies. Zoals verwacht werd de Luxemburgse SPF in die lijst opgenomen. Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat de fiscus beetje bij beetje meer zicht krijgt op het roerend vermogen van de Belgische belastingplichtigen.

Op internationaal niveau

De verstrenging van de Belgische fiscale wetgeving hangt samen met de economische en politieke ontwikkelingen op internationaal niveau.

In de nasleep van de gebeurtenissen van september 2001 wilden de Verenigde Staten een beter zicht krijgen op de financiering van terrorisme alsook op de financiële stromen naar belastingparadijzen. Na de financiële crisis van 2007-2008 is die evolutie nog versterkt doordat de regeringen wereldwijd middelen zochten om hun financiële situatie te herstellen.

De Amerikaanse FATCA-wetgeving (Foreign Account Tax Compliance Act), die de gegevensuitwisseling regelt over het vermogen aangehouden door "US persons" die niet in de Verenigde Staten verblijven, is als model naar voren geschoven voor een transparantie op internationaal niveau. Die wetgeving is zeer ruim en financiële instellingen die niet meedoen aan de gegevensuitwisseling in het kader van FATCA riskeren zware sancties. België zal zeer binnenkort overgaan tot de ondertekening van een FATCA-akkoord met de VS met het oog op wederzijdse automatische gegevensuitwisseling, en dit vanaf september 2015. Het is overigens duidelijk dat de Amerikaanse druk de hefboom is van de tendens naar een volledige fiscale transparantie.

De fiscus heeft vandaag de dag verschillende middelen in handen om informatie te ontvangen of op te vragen met betrekking tot het buitenlands vermogen van Belgische belastingplichtigen.

Vooreerst springt de Europese Spaarrichtlijn in het oog. De Spaarrichtlijn is in werking getreden op 1 juli 2005. Ze laat een automatische gegevensuitwisseling toe tussen de verdragsluitende staten. Die uitwisseling heeft enkel betrekking op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen en betreft enkel natuurlijke personen. Aanvankelijk deden Luxemburg, Oostenrijk en België niet mee aan de automatische gegevensuitwisseling. Als tegenprestatie voor het behoud van hun bankgeheim hielden die drie landen een bronheffing in (de zogenaamde woonstaatheffing). De woonstaatheffing bedroeg initieel 15%, dan 20% en vanaf juli 2011 zelfs 35%. België heeft intussen het systeem van bronheffing verlaten en wisselt sedert 1 januari 2010 ook automatisch gegevens uit onder de Spaarrichtlijn. Recent hebben Oostenrijk en Luxemburg ter gelegenheid van een Europese top in Brussel op 20 en 21 maart 2014, België vervoegd en bevestigd dat ook zij een einde zouden stellen aan hun bankgeheim. Oostenrijk en Luxemburg hebben bevestigd om vanaf 1 januari 2015 over te stappen naar het systeem van de automatische gegevensuitwisseling onder de Spaarrichtlijn omdat zij voldoende garanties hebben gekregen dat ook Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Andorra en San Marino zouden overgaan tot het systeem van de automatische gegevensuitwisseling. Bovendien zal het toepassingsgebied van de Spaarrichtlijn op korte termijn worden verruimd.

Recent is ook het toepassingsgebied van een aantal andere Europese richtlijnen uitgebreid. Denken we daarbij bijvoorbeeld aan de Europese Richtlijn betreffende de Administratieve Samenwerking die in 2011 werd gewijzigd. In tegenstelling tot de Spaarrichtlijn beoogt die richtlijn alle soorten inkomsten. De informatie-uitwisseling op grond van die richtlijn gebeurt op verzoek, automatisch of spontaan en is in haar verruimde versie van toepassing vanaf 1 januari 2013. Die richtlijn werd omgezet in ons intern recht door de wet van 17 augustus 2013. Zwitserland heeft zich op 15 oktober 2013 ook onderworpen aan die richtlijn. Dat getuigt van een nieuwe stap in de richting van de afschaffing van het Zwitsers bankgeheim.

Daarnaast zijn er de talrijke Overeenkomsten tot het vermijden van Dubbele Belasting (DBV) die België heeft afgesloten. Het gaat om bilaterale akkoorden, vaak gebaseerd op een Europees standaardmodel, die toelaten de regels voor belastingheffing te bepalen in grensoverschrijdende situaties. Het meest gebruikte model bevat specifieke bepalingen over informatie-uitwisseling.

Ten slotte heeft de G20 tijdens de top van 6 september 2013 in Sint-Petersburg de wil geuit om tegen eind 2015 een automatische uitwisseling van alle fiscale gegevens tussen alle lidstaten tot stand te brengen. De bedoeling is om te komen tot een spontane gegevensuitwisseling tussen de banken en de buitenlandse fiscale administraties over de bij de financiële instellingen geplaatste tegoeden.

Conclusie

De hierboven vermelde ingrijpende wijzigingen omtrent informatie-uitwisseling zijn in slechts enkele jaren tot stand gekomen.

Het opsporen van niet-aangegeven kapitalen is een prioriteit voor veel landen geworden. De druk die niet alleen vanuit de Europese Unie, maar ook vanuit de Verenigde Staten wordt uitgeoefend versterkt die tendens.

Zowel op nationaal, als op internationaal vlak, wapenen fiscale autoriteiten zich met instrumenten die hen op zeer korte termijn zullen toelaten een gedetailleerd beeld te krijgen van ieders roerend vermogen.

Gelet op de huidige context moet iedereen er zich van bewust zijn dat het aanhouden van roerend vermogen in het buitenland met het oog op het behoud van discretie een illusie is geworden. Talrijke landen hebben daarom de mogelijkheid voorzien om over te gaan tot een regularisatie. Ook België heeft vanaf 2005 een specifiek regularisatiesysteem gekend, maar de laatste fase daarvan eindigde op 31 december 2013. Vandaag de dag is alleen nog een rechtstreekse onderhandeling met de fiscale administratie mogelijk.

Uw gebruikelijke contactpersoon bij Bank Degroof of de medewerkers van de dienst Estate Planning staan graag tot uw dienst mocht u hieromtrent nog vragen hebben.

Als u deze Estate Planning Flash wil downloaden, kan u hier klikken .

 

Mail