donderdag 28/05/2020

Top Header

Talen

Nieuwigheden inzake schenkings- en successierechten

Head of Estate Planning

De verschillende regionale overheden van het land hebben recent een aantal wijzigingen doorgevoerd op het vlak van de schenkings- en successierechten. Hier vindt u een beknopt overzicht van die nieuwe bepalingen.

De verschillende regionale overheden van het land hebben recent een aantal wijzigingen doorgevoerd op het vlak van de schenkings- en successierechten. Deze Flash wenst een beknopt overzicht te geven van die nieuwe bepalingen.

Nieuw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vrijstelling van successierechten op de gezinswoning tussen echtgenoten enwettelijk samenwonenden
Sinds 1 januari 2007 stelt het Vlaams Gewest de overlevende echtgenoot, de wettelijk samenwonende en de feitelijk samenwonende1 vrij van successierechten op het deel van de gezinswoning dat hij of zij erft2. In het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geniet de overdracht van de gezinswoning in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen wettelijk samenwonenden een preferentieel progressief tarief inzake successierechten. Een nieuwe ordonnantie3 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een vrijstelling van successierechten ingevoerd voor de overdracht van de gezinswoning tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden. De erfgenamen in rechte lijn zijn van die vrijstelling uitgesloten, maar kunnen het preferentieel progressief tarief blijven genieten4.

Deze vrijstelling zou van toepassing zijn voor nalatenschappen opengevallen sinds 1 januari 2014. Bij het afsluiten van deze Flash werd deze ordonnantie nog niet gepubliceerd.

Nieuw in het Waals Gewest

Schenking van roerende goederen - verlaagd tarief
Bij het aannemen van verminderde tarieven voor schenkingen van roerende goederen5 heeft de Waalse regelgever zich gedistantieerd van zijn Brusselse en zijn Vlaamse evenknie. De verminderde tarieven waren immers niet van toepassing op schenkingen die enkel betrekking hadden op de blote eigendom of het vruchtgebruik van de geschonken goederen, behalve indien bepaalde financiële instrumenten en effecten van een vennootschap het voorwerp van dergelijke schenkingen uitmaakten6. Bijgevolg konden schenkingen van andere roerende goederen – zoals meubilair, kunstwerken of geld – niet profiteren van de verminderde tarieven wanneer ze gebeurden met voorbehoud van vruchtgebruik. Die schenkingen waren onderworpen aan de gewone progressieve tarieven.

Met het decreet van 19 september 2013 houdende diverse fiscale bepalingen heeft deWaalse wetgever die uitsluiting willen opheffen. Voortaan zullen schenkingen van roerende goederen kunnen genieten van de verminderde tarieven, ook deze met voorbehoud van vruchtgebruik.

Die nieuwe bepaling geldt sinds 1 januari 2014.

De wijziging die het bovenvermelde decreet aanbrengt, brengt wel geen enkele wijziging aan in de definitie van financiële instrumenten en effecten van een vennootschap die de verminderde tarieven kunnen genieten. Het Waals Gewest bepaalt immers dat enkel de financiële instrumenten en de effecten van een vennootschap die aan bepaalde criteria beantwoorden, verminderde tarievenkunnen genieten. Effecten van een patrimoniumvennootschap bijvoorbeeld blijven uitgesloten van die tarieven.

Nieuw in het Vlaams Gewest

Schenkingen tussen stiefkinderen en stiefouders en tussen zorgkinderen en zorgouders
In 2014 openen zich nieuwe mogelijkheden voor de successieplanning van zogenaamde ‘nieuw samengestelde’ gezinnen. Vóór 17 januari 2014moest een stiefkind dat een schenking van zijn stiefouder kreeg, het tarief ‘tussen derden’ betalen, dat wil zeggen het vaste tarief van 7% voor een geregistreerde schenking van roerende goederen en de progressieve tarieven (van 30% tot 80%) voor een schenking van onroerende goederen. Sinds 17 januari 20147 heeft een stiefouder de mogelijkheid om aan zijn stiefstiefkinderen te schenken aan dezelfde tarieven als die welke voor schenkingen tussen een ouder en zijn kind gelden. Bijgevolg zal een geregistreerde schenking van roerende goederen onderworpen zijn aan het vaste tarief van 3%, terwijl een schenking van onroerende goederen onderworpen zal zijn aan de progressieve tarieven van 3% tot 30%, afhankelijk van de waarde van het geschonken goed. Die tarieven zijn bovendien zelfs van toepassing indien de schenking door de stiefouder aan zijn stiefkinderen na het overlijden van hun biologische ouder gebeurt. Voor de toepassing van die bepaling verstaan we onder ‘stiefouder’ de persoon die de echtgenoot, de wettelijk samenwonende of de (sinds meer dan een jaar) feitelijk samenwonende partner is van de biologische ouder.

Vanaf diezelfde datum gelden de nieuwe regels ook voor schenkingen tussen zorgkinderen en zorgouders. Onder ‘zorgkind’ verstaat het decreet de persoon die hoofdzakelijk van zijn zorgouder (alleen of samen met zijn partner) de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen, en dit gedurende drie achtereenvolgende jaren vóór de leeftijd van 21 jaar.

Ter herinnering, voor de successierechten waren stiefkinderen en zorgkinderen al met de biologische kinderen gelijkgesteld. Zij genoten dus al de tarieven in rechte lijn en blijven die genieten.

Schenkingen tussen ex-partners
Indien ex-echtgenoten en ex-samenwonenden elkaar door middel van schenkingen bevoordelen genieten zij sedert 17 januari 2014 de laagste tarieven, op voorwaarde echter dat zij gemeenschappelijke kinderen hebben. Onder diezelfde voorwaarde blijven zij zoals vroeger genieten van de laagste tarieven voor de successierechten indien zij elkaar via testament willen bevoordelen.

Schenkingen en legaten aan bepaalde ‘goede doelen’
Vóór 24 januari 2014 waren schenkingen (van roerende en onroerende goederen) die gebeurden ten voordele van, bijvoorbeeld, een vereniging zonder winstoogmerk, een private stichting of een stichting van openbaar nut onderworpen aan het tarief van 7%. Sinds 24 januari 20148 zijn al die schenkingen (van roerende en onroerende goederen) onderworpen aan het tarief van 5,5%9. Het tarief van 5,5% blijft van toepassing op schenkingen aan gemeenten bijvoorbeeld die eerder al aan dat tarief waren onderworpen.

Vóór 24 januari 2014 was elk legaat aan een gemeente bijvoorbeeld onderworpen aan het tarief van successierechten van 6,6%. Vanaf 24 januari 2014 zijn die legaten onderworpen aan een successierecht van 8,5%. Vanaf diezelfde datum is het tarief van 8,5% ook van toepassing op legaten aan ziekenfondsen, verenigingen zonder winstoogmerk, private stichtingen en stichtingen van openbaar nut. Dat tarief vervangt het tarief van 8,8% dat tot 24 januari 2014 gold.

Vrijstelling van successierechten voor de wettelijketerugkeer
De wettelijke terugkeer is in de volgende situatie van toepassing: een ascendent (bijvoorbeeld een vader) heeft een schenking gedaan aan een van zijn nakomelingen (bijvoorbeeld zijn dochter). De begiftigde/descendent overlijdt zonder nakomelingen vóór de schenker/ascendent. In dergelijk geval zal het geschonken goed terugkeren naar de schenker/ascendent, op voorwaarde dat het gegeven goed zich nog in natura in de nalatenschap van de vooroverleden begiftigde bevindt. Bovendien kan, in geval van vervreemding van het gegeven goed, de terugkeer ook gebeuren voor de prijs (of het deel van de prijs) die op de dag van zijn overlijden nog aan de begiftigde verschuldigd is10.

Terwijl de toepassing van het recht van wettelijke terugkeer voordien successierechten opeisbaar maakte, gebeurt de  terugkeer sinds 24 januari 201411 zonder successierechten. Die vrijstelling zal maar gelden indien in de aangifte van de nalatenschap van de begiftigde uitdrukkelijk om de toepassing van die nieuwe bepaling12 wordt verzocht.

Andere wijzigingen
Vanaf een door de Vlaamse Regering nog te bepalen datum13 zullen, in het Vlaams Gewest, sommige roerende goederen die zich in een beschermd monument bevinden, de bescherming kunnen krijgen waarin het nieuwe decreet betreffende het onroerende erfgoed voorziet. De geviseerde voorwerpen zijn cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van een monument. Men beoogt meer bepaald de bijhorende uitrusting en decoratieve elementen van algemeen belang wegens de erfgoedwaarde. Onder ‘erfgoedwaarde’ wordt onder andere de archeologische, architecturale, artistieke, culturele, esthetische, historische, industrieel-archeologische, technische,…waarde verstaan, waaraan de onroerende goederen en de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken hun huidige of toekomstige maatschappelijke waarde ontlenen. Het decreet bepaalt echter niet wat onder ‘cultuurgoederen’ wordt verstaan.

De beslissing om die goederen (zelfs tijdelijk) te beschermen, beperkt de mogelijkheden voor de eigenaars om ze te verplaatsen, te verkopen of ook om werken uit te voeren, enz., en brengt verplichtingen met zich mee aangaande hun onderhoud, instandhouding en herstelling. Die goederen mogen bijgevolg niet worden beschadigd of vernield en alle handelingen die de erfgoedwaarde aantasten, zijn verboden.

Er is voor de overdracht van die goederen geen specifiek tarief ingevoerd voor de successierechten of voor de schenkingsrechten. Bijgevolg zijn ze aan de gewone successie- en schenkingsrechten onderworpen.

Uw contactpersoon bij Bank Degroof en bij de  dienst Estate Planning zullen graag al uw vragen behandelen en u bij uw vermogensplanning begeleiden.

Als u deze Estate Planning Flash wil downloaden, kan u hier klikken.


1. Voor de toepassing van die bepaling wordt onder ‘feitelijk samenwonende‘ de persoon verstaan die op de dag van het openvallen van de nalatenschap sinds ten minste drie jaar ononderbroken samenwoont met de overledene en met wie hij/ zij een gemeenschappelijke huishouding voert.

2. De erfgenamen in rechte lijn zijn uitgesloten van die vrijstelling.

3. Door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement aangenomen op 10 januari  2014.

4. De feitelijk samenwonenden zouden eveneens van die vrijstelling uitgesloten zijn en ook het preferentieel progressief tarief niet genieten, zoals vandaag al het geval is.

5. Deze tarieven bedragen 3,3% in rechte lijn tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden, 5,5%tussen broers en zusters, tussen ooms of tantes en neven of nichten en 7,7% tussen alle andere personen.

6. Deze bedoeld in § 2 van artikel 131bis van het Waals Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.

7. Datum van inwerkingtreding van het decreet van 6 december 2013 houdende wijziging van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, wat de gelijkstelling van verkrijgingen tussen stiefstiefkinderen kinderen en stiefouders en tussen zorgkinderen en zorgouders betreft.

8. Datum van inwerkingtreding van het decreet van 6 december 2013 houdende wijziging van het Wetboek der Successierechten, en het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wat het tarief inzake successie- en schenkingsrechten voor goede doelen betreft.

9. De schenkingen tussen vzw’s bijvoorbeeld, of door een stichting van openbaar nut aan een andere stichting van openbaar nut, en de inbreng om niet tussen die instellingen zijn, zoals vroeger, onderworpen aan een specifiek vast recht van 100 euro.

10. De terugkeer kan ook voor de al betaalde verkoopprijs gebeuren, voor zover die in de nalatenschap van de vooroverleden begiftigde nog kan worden onderscheiden.

11. Datum van inwerkingtreding van het decreet van 6 december 2013 houdende wijziging van het Wetboek der Successierechten wat de wettelijke terugkeer betreft.

12. Art. 55 quinquies van het Wetboek der Successierechten.

13. Datum(s) van de inwerkingtreding van de verschillende artikelen van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed.

 

 

 

 

 

Mail