donderdag 09/04/2020

Top Header

Talen

Aangifteplicht private vermogensstructuren

Head of Estate Planning

Vanaf het aanslagjaar 2014 zal er in de personenbelasting een aangifteplicht gelden van ‘private vermogensstructuren’. Welke zijn de toepassingsmodaliteiten en draagwijdte van die aangifteplicht? Hier vindt u de details.

Buitenlandse rekeningen moeten al sedert het aanslagjaar 1997 in de aangifte worden opgenomen. Dit jaar kwam daar de aangifteplicht voor buitenlandse levensverzekeringen bij. Vanaf het aanslagjaar 2014 zal er ook in de personenbelasting een aangifteplicht gelden van ‘private vermogensstructuren’. De bedoeling van de fiscus is een zicht te krijgen op de betrokkenheid van Belgische belastingplichtigen bij dergelijke structuren. Hierna volgen verdere details omtrent de toepassingsmodaliteiten en draagwijdte van die aangifteplicht.

Het begrip ‘private vermogensstructuur’
Enerzijds worden juridische constructies met een aantal specifieke kenmerken beoogd. Anderzijds worden buitenlandse structuren beoogd die genieten van een aanzienlijk gunstiger belastingregime.

Juridische constructie met specifieke kenmerken
De eerste categorie van structuren die onder de aangifte valt, is zeer ruim geformuleerd. Het dient te gaan om een “rechtsverhouding die door de rechtshandeling van de oprichter of door een rechterlijke beslissing in het leven wordt geroepen, waarbij goederen of rechten onder de macht van een beheerder worden gebracht om ze te besturen in het belang van één of meerdere begunstigden of met een bepaald doel”.

Deze juridische constructie heeft de volgende kenmerken:

(i) de eigendomstitel van de goederen of rechten van de juridische constructie is opgesteld op naam van de beheerder;

(ii) de goederen van de juridische constructie vormen een afzonderlijk vermogen en maken geen deel uit van het vermogen van de beheerder; en

(iii) de beheerder is verplicht om de goederen te beheren zoals opgelegd door de juridische constructie en dient voor dit beheer rekenschap af te leggen.

Het typevoorbeeld van een juridische structuur die aan de hierboven vermelde kenmerken beantwoordt, is de trust, maar het toepassingsgebied is zeker niet beperkt tot de trusts.

Uit de parlementaire voorbereiding blijkt evenwel dat enkel de structuren waarbij de inbreng van vermogen niet wordt vergoed door een tegenwaarde, zijn beoogd.  Een Stichting Administratiekantoor bijvoorbeeld, waarin een vermogen wordt ingebracht in ruil voor certificaten, is in het kader van  de aangifteplicht geen juridische constructie. Hetzelfde geldt voor de belegging in gemeenschappelijke beleggingsfondsen. De belegger in kwestie verarmt immers niet door afstand te doen van zijn vermogen, maar ontvangt in de plaats daarvan deelbewijzen, certificaten, aandelen, enz.

Buitenlandse structuren die niet of laag belast zijn
Een tweede categorie van juridische constructies die onder de aangifteverplicht valt, zijn de buitenlandse rechtspersonen die aan een aanzienlijk gunstiger belastingregime zijn onderworpen (de zogenaamde ‘offshores’). Typevoorbeelden hier zijn de Liechtensteinse Anstalt, de Panamese vennootschappen, de BVI’s, enz.

Er wordt momenteel een lijst opgesteld van de buitenlandse rechtspersonen die zijn beoogd. Die lijst is tot nog toe niet gekend, maar uit verschillende bronnen blijkt dat niet enkel structuren buiten de EER (Europees Economische Ruimte) zouden zijn bedoeld. Zo zou de Luxemburgse Société de gestion Patrimoine Familial (SPF) ook aan die lijst worden toegevoegd. Wij verwachten dat holdings die onderworpen zijn aan een normaal belastingregime (zoals de Luxemburgse SOPARFI of de Nederlandse Besloten Vennootschap) niet in die lijst zullen worden opgenomen .

Welke belastingplichtigen zijn onderworpen aan de aangifteplicht?
De jaarlijkse aangifte in de personenbelasting moet het bestaan vermelden van een juridische constructie waarvan de belastingplichtige, zijn echtgeno(o)t(e) of de kinderen van wie hij het wettelijk genot van de inkomsten heeft,  oprichter, begunstigde of potentieel begunstigde is.

Oprichter
Met oprichter bedoelt men niet enkel de persoon die de juridische constructie heeft opgericht, maar ook diegene die er vermogen heeft ingebracht. Worden tevens beschouwd als oprichters:

  • zij die juridische rechten op aandelen of deelbewijzen bezitten
  • zij die begunstigde zijn van de economische rechten van de aandelen of deelbewijzen  of van de goederen en kapitalen

 van de buitenlandse juridische constructies. Erfgenamen van oprichters worden ook gelijkgesteld met oprichters.

Begunstigde of potentieel begunstigde
Indien de belastingplichtige bij zijn weten op enigerlei wijze of ogenblik begunstigde of zelfs potentieel begunstigde is van een beoogde juridische constructie, dan valt hij ook onder die aangifteplicht.

De volgende stap: naar een effectieve belastingheffing in hoofde van de onderworpen belastingplichtigen?
Uit de Parlementaire Voorbereiding blijkt dat voorgaande maatregel is verantwoord door de noodzaak aan inzicht in de betrokkenheid van Belgische belastingplichtigen bij dergelijke structuren om een heffingsvacuüm te vermijden. De volgende stap zal dan ook de taxatie zijn van oprichters en begunstigden van dergelijke structuren.

Momenteel wordt een ontwerp van Programmawet besproken waarin wordt voorgesteld om de aangifteplicht uit te breiden naar derde-begunstigden, en een fiscale transparantie in te voeren voor oprichters van buitenlandse juridische constructies van zowel de eerste als de tweede categorie. Dat voorstel ligt momenteel ter discussie en kan bijgevolg nog worden gewijzigd, maar voorlopig blijkt dat het volgende zou zijn voorzien:

  • de derde-begunstigde die een uitkering ontvangt van een buitenlandse juridische constructie zal

  • hierop worden belast aan 25% als divers inkomen voor zover de uitkering niet kadert in de uitoefening van zijn beroepsactiviteit;

  • de inkomsten die worden ontvangen door de buitenlandse juridische constructie, worden geacht ontvangen te zijn door de oprichter en zullen dus ook in hoofde van de oprichter worden belast. Het wetsontwerp voorziet met andere woorden in een fiscale transparantie en een effectieve taxatie, zelfs indien er geen uitkeringen zijn. De oprichter wordt geacht eigenaar te zijn gebleven van de goederen die in het bezit zijn van de buitenlandse juridische constructie, inclusief de inkomsten.

Er zijn een aantal uitzonderingen voorzien. Indien de buitenlandse structuur bijvoorbeeld aan een effectief belastingtarief van minimum 10% is onderworpen, zou er geen fiscale transparantie worden toegepast.

Dit regime zou worden ingevoerd voor inkomsten en/of uitkeringen vanaf 1 januari 2014. De impact hiervan kan niet worden onderschat. Concreet houdt dat in dat wie bijvoorbeeld een Liechtensteinse Anstalt in het verleden heeft opgericht en een deel van zijn vermogen daarin heeft ondergebracht, nog steeds wordt geacht eigenaar te zijn van de ingebrachte goederen. Bovendien zullen de inkomsten die deze goederen genereren, eveneens worden geacht hem toe te komen. Die inkomsten zullen dan ook in hoofde van de oprichter belastbaar zijn, en dat ongeacht eventuele effectieve uitkeringen.

Die nieuwe maatregel zou strategische beslissingen kunnen beïnvloeden met betrekking tot de wenselijkheid om de private vermogensstructuur al dan niet te behouden, haar te liquideren onder het huidig fiscaal regime of haar te herstructureren om een einde te stellen aan het aanzienlijk gunstigere belastingregime.

Het spreekt voor zich dat wij dit op de voet volgen en u zullen informeren zodra wij over concrete wetteksten beschikken die het bovenstaande bevestigen.

Uw contactpersoon bij de Bank en de dienst Estate Planning staan tot uw dienst om alle verdere vragen te beantwoorden en mogelijke oplossingen te bespreken.

Mail