vrijdag 07/12/2018

Top Header

Talen

Krachtlijnen van het nieuwe huwelijks- vermogensrecht

Estate Planning & Wealth Structuring

Op 1 september 2018 is de wet van 22 juli 2018 tot hervorming van het huwelijksvermogensrecht in werking getreden. Die wet brengt naast het huwelijksvermogensrecht zelf ook enkele verfijningen en verduidelijkingen aan in het nieuwe erfrecht. De hervorming van het huwelijksvermogensrecht had drie grote doelstellingen.

  • Ten eerste zijn bepaalde knelpunten en problemen bij de toepassing van het wettelijk stelsel weggewerkt.
  • Ten tweede zijn er bijkomende mogelijkheden gecreëerd voor de bescherming van de economisch ‘zwakkere’ echtgenoot bij koppels die zijn getrouwd onder het stelsel van scheiding van goederen.
  • Tot slot heeft de hervorming ook een invloed op de positie van de langstlevende echtgenoot in het huwelijksvermogensrecht en het erfrecht.

Hieronder bespreken wij de krachtlijnen van deze nieuwe wet.

1. Verfijning van de regels van het wettelijk stelsel

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht maakt komaf met het onduidelijk, onvolledig of omstreden huwelijksvermogensrechtelijk statuut (eigen of gemeenschappelijk) van bepaalde goederen en rechten in het wettelijk stelsel. In het bijzonder gaat het over individuele levensverzekeringen, schade- en arbeidsongevallenvergoedingen, beroepsgoederen, vennootschapsaandelen en cliënteel. Met betrekking tot beroepsgoederen, vennootschapsaandelen en cliënteel wordt hierbij een opsplitsing gemaakt tussen ‘titre’ (dit is de eigendomstitel), die eigen is, en ‘finance’ (dit is de vermogenswaarde), die gemeenschappelijk is.

Tevens voorziet de wet in een beroepsinkomstenallocatie. De beroepsinkomsten verkregen tijdens het huwelijk, komen integraal toe aan de gemeenschap. Beroepsinkomsten gegenereerd vóór het huwelijk of na de ontbinding ervan, komen exclusief toe aan de echtgeno(o)t(e) die ze heeft verworven.

Bijkomend is bepaald dat de keuze van een echtgeno(o)t(e) om zijn of haar beroepsactiviteit al dan niet uit te oefenen via een vennootschap huwelijksvermogensrechtelijk neutraal moet zijn. M.a.w. het gebruik van een vennootschapsstructuur mag niet tot doel of gevolg hebben beroepsinkomsten te onttrekken aan de gemeenschap.

Nieuw is ook de mogelijkheid tot een “anticipatieve inbreng” van een onroerend goed in de huwgemeenschap. Die figuur speelt in op de situatie waarin een koppel een onroerend goed verwerft (in onverdeeldheid), en pas daarna huwt. Door de anticipatieve inbreng kunnen ongehuwden al in de verkrijgingsakte van het onroerend goed voorzien dat het betrokken goed deel zal uitmaken van de huwgemeenschap als zij later zouden  trouwen.

2. Betere wettelijke omkadering van het stelsel van scheiding van goederen

De keuze voor een stelsel van scheiding van goederen kan onbillijke gevolgen hebben bij de ontbinding van het huwelijk. Denken we hier bijvoorbeeld aan de situatie waarin één van de echtgenoten zijn of haar carrière opgeeft of afbouwt ten voordele van het gezin. Bij een eventuele echtscheiding zal hij/zij op vandaag vaak niet kunnen meedelen in het vermogen dat de beroepsactieve partner heeft opgebouwd.

De wetgever komt hieraan gedeeltelijk tegemoet door naast de gekende gemeenschapsstelsels en het stelsel van zuivere scheiding van goederen een nieuw huwelijksvermogensstelsel uit te tekenen, met name het stelsel van scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten. Bij ontbinding van het huwelijk zal de financieel sterkere partner een vergoeding verschuldigd zijn aan de financieel zwakkere partner ten belope van hetgeen de echtgenoten hebben bedongen in hun huwelijkscontract.

Daarnaast hebben echtgenoten sinds 1 september de keuze om een rechterlijke “billijkheidscorrectie” te voorzien in hun huwelijkscontract. Dit mechanisme laat toe dat een van de echtgenoten, in geval van ontbinding van het huwelijk wegens onherstelbare ontwrichting, bij de familierechtbank een vergoeding vordert van de andere echtgenoot. Dat verzoek zal de rechter enkel inwilligen in geval van gewijzigde omstandigheden die leiden tot manifeste onbillijkheid. Het correctiemechanisme speelt niet automatisch: de benadeelde echtgenoot kan zich hier maar op beroepen indien dat zo is voorzien bij de opmaak van het huwelijkscontract.

In dat kader heeft de wet ook de informatieplicht van de notaris uitgebreid. De notaris dient de (toekomstige) echtgenoten uitdrukkelijk te wijzen op de gevolgen van het gekozen huwelijksvermogensstelsel, en de mogelijkheden van een mechanisme van verrekening van aanwinsten en rechterlijke billijkheidscorrectie toe te lichten.

3. Nieuwe evenwichten inzake de positie van de langstlevende echtgeno(o)t(e) in huwelijksvermogensrecht en erfrecht

De laatste jaren is onze samenleving op vele vlakken geëvolueerd. Zo ligt de focus niet langer op de grote familie maar eerder op het kerngezin. Er wordt ook vaker gekozen voor andere samenlevingsvormen dan het huwelijk, en het aantal nieuw samengestelde gezinnen is gestegen.

Om die redenen kent de wet een ruimer wettelijk erfrecht toe aan de langstlevende echtgeno(o)t(e), als die in samenloop komt met andere erfgenamen dan (klein)kinderen van de erflater. Zo maakt de wet een einde aan het onderscheid in de erfrechten van de langstlevende echtgeno(o)t(e) naargelang het gekozen huwelijksvermogensstelsel. De langstlevende erft in die situatie (dus indien er geen afstammelingen zijn) voortaan niet alleen in volle eigendom het aandeel van de eerststervende in het gemeenschappelijk vermogen, maar ook diens aandeel in de goederen die zij samen aanhielden in onverdeeldheid. Daarnaast verliezen familieleden in de vierde orde (andere bloedverwanten dan afstammelingen, (groot)ouders, broers/zussen en hun afstammelingen) hun erfaanspraken indien zij opkomen samen met een echtgeno(o)t(e). In die gevallen komt de volledige nalatenschap in volle eigendom toe aan de langstlevende.

Als een van de echtgenoten kinderen heeft uit een vorige relatie, maakt de wet het mogelijk om de langstlevende echtgeno(o)t(e) quasi volledig te onterven (de zogenaamde Valkeniersclausule). Vóór deze wetswijziging was het niet mogelijk om de langstlevende het vruchtgebruik op de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad te ontnemen. Voortaan kunnen echtgenoten in hun huwelijkscontract of wijzigingsakte overeenkomen om de langstlevende ook dat vruchtgebruik te ontnemen. De langstlevende zal in dat geval nog enkel een tijdelijk recht van bewoning genieten.

Tot slot is het verbod van verkoop tussen echtgenoten opgeheven.

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht is van toepassing op alle huwelijken afgesloten na 1 september 2018 en op alle wijzigingen van het huwelijksvermogensstelsel na die datum. Bijzondere overgangsbepalingen zijn voorzien voor echtgenoten die al waren getrouwd voor 1 september 2018 en waarvan het huwelijksstelsel wordt ontbonden na 1 september 2018 door echtscheiding, gerechtelijke scheiding van goederen of overlijden.

Mocht u hierover vragen hebben, aarzel dan niet contact op te nemen met onze specialisten van de afdeling Estate Planning.

Mail