zaterdag 17/11/2018

Top Header

Talen

Sociale bijdrage voor Franse ingezetenen en niet ingezetenen: nieuwe terugbetalingen in het vooruitzicht?

Estate Planning

Onroerend goed in Frankrijk: nieuwe ontwikkelingen in het kader van de sociale heffingen ("prélèvement sociaux") betaald door belastingplichtigen niet-ingezetenen, becommentarieerd door onze expert Estate Planning.

 

1. Ter herinnering: belang van de zaak de Ruyter voor niet ingezetenen

Alle niet-ingezetenen die eigenaar zijn van een onroerend goed in Frankrijk, herinneren zich ongetwijfeld nog het fameuze arrest “De Ruyter”1 van het Europees Hof van Jusitie. Op basis van dit arrest konden zij immers de terugbetaling vragen van de zgn. ”prélèvements sociaux” (“sociale bijdrage”)2.Sinds de wetswijziging van 16 augustus 20123 zijn niet-ingezetenen in Frankrijk onderworpen aan  een sociale bijdrage op belastbare inkomsten uit Franse oorsprong, d.w.z. op hun onroerende inkomsten en meerwaarden op Frans onroerend goed.

Een Europese verordening uit 20044 streeft echter naar een harmonisering van de socialezekerheidsstelsels in Europa. Daarom voorziet deze Europese verordening in twee essentiële beginselen: (i) een ingezetene van een Lidstaat land kan slechts bij één socialezekerheidsstelsel zijn aangesloten, en (ii) een ingezetene van een Lidstaat mag niet rechtstreeks bijdragen aan de financiering van een socialezekerheidsstelsel van een ander land, indien hij in het kader van dat stelsel geen uitkeringen kan ontvangen. Volgens deze beginselsen kan dus de sociale wetgeving van slechts één lidstaat van toepassing zijn.

De Franse wetgever heeft echter geen rekening gehouden met die Europese verordening. Tot 31 december 2015 werden de sociale bijdrage rechtstreeks aangewend voor de financiering van de sociale zekerheid. In  het arrest ‘De Ruyter’ van het Hof van Justitie van de Europese Unie5 werd Frankrijk veroordeeld voor de schending van de Europese verordening. Frankrijk zag zich hierdoor genoodzaakt om duizenden niet-ingezetenen, die een bezwaarschrift hadden ingediend, terug te betalen. Ook heel wat ingezetenen van Frankrijk dienden toen een bezwaarschrift in. Maar om in aanmerking te komen voor terugbetaling gold een strikte voorwaarde: de belastingplichtigen mochten niet zijn aangesloten bij het Franse socialezekerheidsstelsel.

De Franse regering wilde de lucratieve bron van inkomsten echter niet zomaar opgeven. Daarom probeerde Frankrijk de Europese verordening en de inmiddels goed onderbouwde rechtspraak ter zake te omzeilen via de wet van 21 december 20156: hierin werd de bestemming gewijzigd vande sociale bijdrage die rechtstreeks de algemene takken van de sociale zekerheid financierden.

Sedertdien moeten de sociale bijdrage nog altijd worden betaald door ingezetenen die niet zijn aangesloten- bij het Frans socialezekerheidsstelsel, maar  worden zij bestemd om bijdragen te financieren die berusten op uitkeringen, zoals het Franse fonds voor de afbetaling van de sociale schuld (Caisse d’amortissement de la dette sociale (CADES)), het ouderdomssolidariteitsfonds (fonds de solidarité vieillesse (FSV)) en de nationale solidariteitskas voor de zelfstandigheid (caisse nationale de solidarité pour l’autonomie (CNSA)).

 

2. Nieuwe kansen in het vooruitzicht?

In 20167 heeft een Frans fiscaal ingezetene die bij het Zwitserse socialezekerheidsstelsel was aangesloten een aanvraag ingediend voor de terugbetaling van de sociale bijdrage. Hij beriep zich daarvoor op de hogergenoemde verordening die stelt dat de sociale wetgeving van slechts één lidstaat van toepassing kanzijn.

De Franse belastingdienst weigerde zijn aanvraag tot terugbetaling, maar het Tribunal Administratif van Straatsburg gaf hem gelijk en stelde hem volledig vrij van de sociale bijdrage. Deze beslissing werd gedeeltelijk bevestigd door de Cour administrative d’appel van Nancy, die de terugbetaling heeft bevolen van de sociale bijdrage8 bestemd voor de CADES en de FSV. De Cour administrative d’appel van Nancy oordeelde immersdat die sociale bijdrage rechtstreeks en heel specifiek werden toegewezen aan de financiering van de Franse sociale zekerheid, en dat ze bijgevolg binnen de werkingssfeer van de betreffende verordening vielen.

Wat betreft de terugbetaling van de bijdragen bestemd voor de financiering van de nationale solidariteitskas (die slechts 1,45% van de 15,50% vertegenwoordigen), werd een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

3. Welke stappen kan men ondernemen?

Belastingplichtigen die niet zijn aangesloten bij het Franse sociale zekerheidsstelsel kunnen mogelijk een gedeeltelijke terugbetaling krijgen van de sociale bijdrage die zijn betaald op onroerende inkomsten ontvangen in 2015, 2016 en 2017 en op meerwaarden gerealiseerd sinds 1 januari 2016 bij de verkoop van onroerende goederen.

Het is echter zeer waarschijnlijk dat de Franse belastingdienst het geschil nog zal voorleggen aan de Conseil d’Etat en bijgevolg alle terugbetalingsaanvragen zal verwerpen zolang dit rechtscollege geen uitspraak heeft gedaan.

Belastingplichtigen hebben dus de keuze om meteen een aanvraag in te dienen of te wachten op de uitspraak van de Conseil d’Etat. Ze moeten dan wel rekening houden met de verjaringstermijnen die gelden voor het indienen van de aanvraag tot terugbetaling. Concreet moeten ze hun aanvraag uiterlijk op 31 december indienen van het derde jaar na de ontvangst van de onroerende inkomsten, of uiterlijk op 31 december van het tweede jaar dat volgt op de betaling van de sociale bijdrage, indien het gaat om meerwaarden gerealiseerd op de verkoop van onroerende goederen.

Anders gesteld: voor onroerende inkomsten die in 2015 zijn ontvangen en voor meerwaarden op onroerende goederen gerealiseerd in 2016 moet een aanvraag voor terugbetaling worden ingediend vóór 31 december 2018.

-----------------------------------------------------

1  Arrest van het HvJEU (C-623/13) van 26 februari 2015 gevolgd door de Franse Raad van State (Conseil d'Etat) van 27 juli 2015 nr. 334551
2  De sociale bijdrage bedroegen 15,5% tussen 2012 en 2017. Sinds 1 januari 2018 bedraagt het tarief 17,2%.
3  Wet nr. 2012-958.
4  Verordening EG 883/2004 en EEG nr. 1408/71.
5  HvJEU 26/02/2015 Ministre de l’économie et des finances tegen Gérard de Ruyter (C-623/13).
6  Wet nr. 2015-1702 van 21/12/2015 inzake de financiering van de sociale zekerheid.
7  Bezwaarschrift van 26 oktober 2016, op 6 december 2016 verworpen door de belastingdienst.
8
  Het betreft de CSG (8,2%), CRDS (0,5%), de sociale heffing (4,5%) en de solidariteitsbijdrage (2%).

 

Mail