zondag 21/07/2019

Top Header

Talen

Fiscale maatregelen uit het begrotingsakkoord voor 2013

Naar goede gewoonte worden er met het jaareinde in zicht ook dit jaar een hele reeks fiscale maatregelen ingevoerd. Deze maatregelen zullen in principe gelden vanaf 1 januari 2013.

In deze nota zetten wij, het departement Estate Planning van Bank Degroof, de belangrijkste fiscale maatregelen die genomen zijn in het kader van het begrotingsakkoord voor 2013 op een rijtje. Voor de redactie van de titels 1 en 2 van deze nota hebben wij ons gebaseerd op het ontwerp van wetsontwerp dat op 7 december 2012 voor advies werd voorgelegd aan de Raad van State. Hoewel er nog wijzigingen kunnen optreden, vonden wij het aangewezen u alvast een overzicht van deze maatregelen te bezorgen, gelet op hun verwachte inwerkingtreding vanaf 1 januari 2013.

De officiële wetteksten zullen vermoedelijk in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012 verschijnen.

Het spreekt voor zich dat wij u op de hoogte zullen brengen van eventuele wijzigingen die zouden blijken uit de gepubliceerde wetteksten. Voor de redactie van de titels 3, 4 en 5 hebben wij ons gebaseerd op de tot op heden beschikbare persberichten en de regeringsverklaring van enkele weken geleden. De ontwerpen van wetteksten betreffende deze maatregelen zijn aangekondigd voor begin januari 2013.
 

1. Wijzigingen inzake roerende voorheffing

1.1. VERALGEMENING VAN HET TARIEF EN TERUGKEER NAAR HET BEVRIJDEND KARAKTER VAN DE ROERENDE VOORHEFFING

Vanaf 1 januari 2013 zal het algemeen tarief inzake roerende voorheffing 25% bedragen. De roerende voorheffing wordt ook opnieuw bevrijdend. Dit heeft tot gevolg dat u niet meer verplicht bent deze inkomsten aan te geven in uw aangifte in de personenbelasting indien de roerende voorheffing aan de bron werd ingehouden.

Met deze veralgemening van het tarief inzake roerende voorheffing, verdwijnt o.m. het fiscaal voordeel verbonden aan dividenden van VVPR-aandelen (die met strips).

1.2. UITZONDERINGEN

Het algemeen tarief van 25% is niet van toepassing op:

1. de interesten van gereglementeerde spaarrekeningen (boven de vrijgestelde eerste schijf voor een bedrag van 1.830 euro (voor het aanslagjaar 2013)). Het tarief van 15% blijft behouden op deze inkomsten;

2. de interesten van Staatsbons die zijn uitgegeven op 4 december 2011 en waarop tijdens de periode van 24 november 2011 tot 2 december 2011 is ingeschreven (de zgn. ‘Leterme-bons’). Het tarief van 15% blijft behouden op deze inkomsten;

3. de liquidatieboni. Deze inkomsten blijven onderworpen aan het tarief van 10%;

4. de inkomsten uit residentiële vastgoedbevak’s. Deze inkomsten zijn vanaf 1 januari 2013 niet meer vrijgesteld maar zullen onderworpen worden aan een roerende voorheffing van 15%. Eén van de voorwaarden voor de toepassing van dit tarief is dat 80% van het vastgoed geïnvesteerd is in onroerende goederen gelegen in de Europese Economische Ruimte en bestemd is of uitsluitend is aangewend voor bewoning.

1.3. EXIT VAN DE 4%-SOLIDARITEITSHEFFING EN HET CENTRAAL AANSPREEKPUNT

Vanaf 1 januari 2013 wordt de 4%-solidariteitsheffing afgeschaft. Deze heffing was ingevoerd door de Wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011 en was verschuldigd door belastingplichtigen die per jaar meer dan 20.020 EUR aan interesten en dividenden innen. (Voor een overzicht van de fiscale maatregelen die zijn ingevoerd door de Wet van 28 december 2011 verwijzen we graag naar de Estate Planning Flash van 30 december 2011). 

Er wordt ook definitief afgezien van de oprichting van het Centraal Aanspreekpunt.

1.4. VEREENVOUDIGDE TOEPASSING VAN DE 4%-SOLIDARITEITSHEFFING IN 2012

De 4%-solidariteitsheffing zal slechts éénmalig worden toegepast, met name voor de inkomsten verkregen of betaalbaar gesteld in 2012.

Voor 2012 wordt voorzien in een vereenvoudigd regime dat als volgt kan worden samengevat:

(i) Indien u in 2012 minder dan 20.020 EUR aan roerende inkomsten ontvangen heeft, dan dient u in het daartoe voorziene vak in uw aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2013 aan te geven dat uw roerende inkomsten niet onderhevig zijn aan 4%-solidariteitsheffing vermits de grens van 20.020 EUR niet overschreden is.

(ii) Indien u in 2012 meer dan 20.020 EUR aan roerende inkomsten ontvangen heeft en u reeds geopteerd heeft voor de toepassing van de 4%-solidariteitsheffing aan de bron, zal u enkel in het daartoe voorziene vak in uw aangifte in de personenbelasting dienen aan te geven dat de 4%-solidariteitsheffing is ingehouden op alle inkomsten die aan deze heffing onderhevig zijn.

(iii) Indien u in 2012 meer dan 20.020 EUR aan roerende inkomsten ontvangen heeft die onderhevig zijn aan de 4%-solidariteitsheffing en u tot op heden niet gekozen heeft voor de toepassing van deze heffing aan de bron, dan kan u dit nog doen tot 31 december 2012. Deze optie zal openstaan vanaf het ogenblik dat er een officiële aankondiging zal verschijnen, vermoedelijk vanwege de Federale Overheidsdienst Financiën. Deze aankondiging wordt deze week nog verwacht.

Ook in dit scenario zal u enkel in het daartoe voorziene vak in uw aangifte dienen aan te geven dat de 4%-solidariteitsheffing is ingehouden op alle inkomsten die aan deze heffing onderhevig zijn.

Het spreekt voor zich dat indien u (het teveel ingehouden gedeelte van) de 4%-solidariteitsheffing wenst te recupereren in de hierboven besproken scenario's (ii) en (iii) (bijvoorbeeld op de schijf van 20.020 EUR), dit enkel via uw aangifte kan gebeuren. Dit impliceert dat u uw roerende inkomsten in uw aangifte zal dienen op te nemen.

(iv) Indien u in 2012 meer dan 20.020 EUR aan roerende inkomsten ontvangen heeft, maar u niet geopteerd heeft voor een inhouding aan de bron van de 4%-solidariteitsheffing en u dit ook niet wenst te doen tegen 31 december 2012, dan dient u uiteraard al uw roerende inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld in 2012 aan te geven in uw aangifte in de personenbelasting met betrekking tot het aanslagjaar 2013 teneinde de toepassing van de 4%-solidariteitsheffing op uw roerende inkomsten boven de grens van 20.020 EUR mogelijk te maken.
 

2.  De premietaks op de levensverzekeringen stijgt

De premietaks op de levensverzekeringen van het type Tak 21 (met een gegarandeerd kapitaal en een minimum rendement) en Tak 23 (zonder gegarandeerd kapitaal en zonder minimumrendement) wordt verhoogd van 1,1% naar 2% voor alle premiebetalingen die u verricht vanaf 1 januari 2013.

Premiebetalingen voor schuldsaldoverzekeringen blijven gespaard van deze verhoging.

Het tarief van de premietaks op levensverzekeringen aangegaan door rechtspersonen blijft eveneens behouden op 4,40%.

3. Aangifteverplichting van buitenlandse levensverzekeringscontracten

De budgettaire maatregelen voorzien in een aangifteverplichting van levensverzekeringscontracten die in het buitenland zijn afgesloten. De verzekeringsnemer, zijn of haar echtgeno(o)t(e) en kinderen zijn verplicht om het bestaan van een in het buitenland afgesloten levensverzekeringscontract aan te geven in hun aangifte in de personenbelasting met betrekking tot het aanslagjaar 2013.

4. Fiscale regularisatie anno 2013

4.1. GEEN REGULARISATIE MEER MOGELIJK VANAF 1 JANUARI 2014

De regering heeft een akkoord bereikt omtrent een nieuwe regeling inzake fiscale regularisatie die van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2013.

Met de invoering van de nieuwe fiscale regularisatie wordt meteen ook het einde ervan ingeluid. Vanaf 1 januari 2014 wordt het systeem van de fiscale regularisatie definitief afgeschaft. Fiscale zondaars zullen vanaf dan nog enkel de mogelijkheid hebben om spontaan tot een regularisatie van hun fiscale toestand over te gaan bij de lokale controleur of bij de Bijzondere Belastinginspectie, die de normale belastingtarieven - en verhogingen zal toepassen en die uiteraard geen garanties kan bieden op strafrechtelijk vlak.

4.2. REGULARISATIE ANNO 2013 IN TWEE FASEN

De regularisatie anno 2013 zal vermoedelijk uitwerking krijgen in twee fasen.

Eerste fase

Belastingplichtigen die niet-aangegeven inkomsten hebben, kunnen deze inkomsten van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2013 regulariseren. (Vermits er tot op heden nog geen ontwerpen van wetteksten beschikbaar zijn en een publicatie van de wettekst vermoedelijk pas in 2013 zal plaatsvinden, zou het startpunt van deze eerste fase eerder verwacht worden in het voorjaar van 2013.) Naast het normale tarief dat van toepassing zal zijn op deze inkomsten, zal een boete van 15 procentpunten toegepast worden. Tot en met 31 december 2012 kunnen deze inkomsten nog geregulariseerd worden aan een boete van 10 procentpunten.

Een belastingplichtige die bijvoorbeeld dividenden wenst te regulariseren, zal dit kunnen doen aan een tarief van 40% (25% roerende voorheffing verhoogd met 15 procentpunten).

Belangrijk om te vermelden is dat deze fase toegankelijk is voor alle fiscale zondaars die enkel te regulariseren inkomsten hebben. De regularisatie anno 2013 staat dus ook open voor de belastingplichtige die in het verleden zijn toevlucht genomen heeft tot een regularisatie, maar die bijvoorbeeld een onvolledige regularisatie heeft doorgevoerd.
Deze eerste fase van regularisatie anno 2013 staat ook open voor alle rechtspersonen, bijvoorbeeld stichtingen of vzw’s.
Er is voorlopig nog geen zekerheid omtrent de wijze waarop de strafrechtelijke autoriteiten strafrechtelijke immuniteit zullen verlenen aan een dergelijke regularisatie.

Tweede fase

Tussen 1 juli 2013 en 31 december 2013 zullen de zwaardere gevallen van fiscale fraude aan bod komen. De regularisatie zoals wij die vandaag kennen staat niet open voor deze zwaardere gevallen. De regularisatie anno 2013 wil een uitweg bieden voor belastingplichtigen die zich hebben schuldig gemaakt aan misdrijven zoals ernstige en georganiseerde fiscale fraude, misbruik van vennootschapsgoederen en misbruik van vertrouwen.
Ernstige fiscale fraude die nog niet verjaard is kan worden geregulariseerd aan het normaal tarief, verhoogd met 20 procentpunten.
Verjaarde ernstige fiscale fraude kan worden geregulariseerd aan een boete van 35% op het kapitaal.
Opnieuw is er nog geen zekerheid omtrent de wijze waarop de strafrechtelijke autoriteiten strafrechtelijke immuniteit zullen verlenen aan een dergelijke regularisatie.

5. Maatregelen inzake vennootschapsbelasting

5.1. VERLAGING VAN HET TARIEF VAN DE NOTIONELE INTERESTAFTREK

Het tarief van de notionele interestaftrek wordt voor 2013 (aanslagjaar 2014) verlaagd van 3% naar 2,74%.
Voor KMO’s wordt het tarief verlaagd van 3,5% naar 3,24%.

5.2. MEERWAARDEBELASTING OP AANDELEN VAN 0,4% VOOR GROTE ONDERNEMINGEN EN HOLDINGS

Grote ondernemingen en holdings die vanaf het aanslagjaar 2014 meerwaarden op aandelen realiseren die tot op heden vrijgesteld zijn, zullen hierop belast worden aan een afzonderlijk tarief van 0,4%. (Na toepassing van de crisisbijdrage komt dit neer op een tarief van 0,412%.) De fiscale administratie zal in principe geen rekening houden met wijzigingen van het boekjaar in extremis.
De KMO’s blijven gespaard van deze maatregel.
De meerwaardebelasting van 25,75% op meerwaarden die voldoen aan de taxatievoorwaarde maar niet aan de vereiste houdperiode blijft behouden.

Als u deze Estate Planning Flash wil downloaden, kan u hier klikken. 

Uw relatiebeheerder en het departement Estate Planning staan te uwer beschikking om uw vragen te beantwoorden.

Mail