vrijdag 20/04/2018

Top Header

Talen

Franse belasting op onroerend vermogen : Impact voor personen gedomicilieerd buiten Frankrijk ?

Estate Planning

De Franse vermogensbelasting is ingrijpend gewijzigd door de begrotingswet voor 2018. Deze wet heeft immers de vermogensbelasting (hierna “ISF”) afgeschaft ten voordele van een vermogensbelasting op het onroerend vermogen (hierna “IFI”). Hoewel deze hervorming voornamelijk een impact heeft voor Franse fiscaal ingezetenen, hebben enkele nieuwe bepalingen ook gevolgen voor Franse niet-ingezetenen.

De nieuwe belasting is weliswaar gebaseerd op de basisprincipes van de vorige, met name voor wat betreft het belastbaar moment, de drempel en het belastingbarema, maar legt anderzijds ook heel andere accenten. De uitbreiding van de belastbare basis voor onroerende goederen aangehouden door vennootschappen en de nieuwe regels met betrekking tot de aftrekbaarheid van schulden kunnen een aanzienlijke impact hebben op de belastingplichtigen. Dat is met name het geval wanneer zij verblijven buiten Frankrijk en er geen dubbelbelastingverdrag bestaat met betrekking tot de vermogensbelasting.

Hieronder belichten wij de voornaamste maatregelen die voor niet-ingezetenen van belang zijn:

  • De schrapping van de begrippen “prépondérance immobilière” en “détention indirecte” teneinde te komen tot een belasting die volledig transparant is. Op grond van deze principes waren de aandelen van vennootschappen die toebehoorden aan niet-ingezetenen onderworpen aan de ISF-belasting, indien het Franse vermogen dat door deze vennootschap werd aangehouden voor meer dan 50 % bestond uit onroerend goed (dit is de zogenaamde “prépondérance immobilière”). Daarnaast was de ISF-belasting ook van toepassing indien de belastingplichtige en zijn gezin ten belope van minstens 50% aandeelhouder waren van een vennootschap die eigenaar was van een onroerend goed gelegen in Frankrijk ook al belegde de vennootschap niet hoofdzakelijk in onroerend goed. Dat is wat onder ”détention indirecte” werd verstaan. Tot 2017 was onroerend goed, gelegen in Frankrijk en aangehouden door vennootschappen, enkel in deze twee situaties belastbaar in Frankrijk in hoofde van niet-ingezetenen.

Voortaan zijn de aandelen van vennootschappen, behoudens enkele uitzonderingen, onderworpen aan de IFI-belasting ten belope van hun waarde die zij vertegenwoordigen in de onroerende goederen of zakelijke rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks worden aangehouden door de vennootschap. De belasting gebeurt dus transparant en dit telkens wanneer een vennootschap een onroerend goed aanhoudt dat niet is bestemd voor eigen exploitatie1. Bijgevolg is het zelfs in hoofde van een niet-ingezetene mogelijk dat de IFI verschuldigd zal zijn indien deze deelbewijzen aanhoudt van instellingen voor collectieve belegging, ook al zij maar gedeeltelijk in onroerende goederen belegt.

Voorbeeld: Een niet-ingezetene die een tweede verblijf heeft in Frankrijk met een geschatte waarde van 1 miljoen euro en daarnaast een effectenrekening in België aanhoudt met een waarde van 2 miljoen euro, die volledig belegd is in een bevek die voor meer dan 20% bestaat uit Franse onroerende goederen, is sinds 1 januari 2018 de IFI verschuldigd.

  • Voortaan zijn de schulden nog slechts aftrekbaar indien deze betrekking hebben op de belastbare activa en aangegaan worden met als doel:
     
  • de verwerving van deze activa;
  • de financiering van herstellings-en onderhoudskosten;
  • de financiering van verbeterings-, bouw-, heropbouw- en uitbreidingskosten.

Het nieuwe artikel 974 van de Code Général des impôts bepaalt dat de schulden aangegaan voor het behoud van een goed niet langer aftrekbaar zijn, terwijl deze schulden wel aftrekbaar waren ten tijde van de ISF-belasting.

  • Een specifieke aftrek geldt voor “bulletleningen”: voortaan zijn die leningen aftrekbaar alsof ze lineair afschrijfbaar waren. De tekst voorziet immers dat “deze schulden (...) elk jaar aftrekbaar zijn ten belope van het totale bedrag van de lening, na aftrek van een som die gelijk is aan datzelfde bedrag vermenigvuldigd met het aantal jaren dat verstreken is sinds de betaling van de lening en gedeeld door het totaal aantal jaren van de lening.”

Voorbeeld: Een bulletlening aangegaan voor een looptijd van tien jaar zou aftrekbaar zijn op de volgende manier: in N zou de lening aftrekbaar zijn ten belope van 100% , in N + 3 zou de lening aftrekbaar zijn ten belope van 70%, in N + 8 zou de lening aftrekbaar zijn ten belope van 20%.

Bovendien voorziet de wet dat, indien er geen enkele looptijd werd bepaald, de lening aftrekbaar is ten belope van 1/20e per jaar.

  • Voor wat betreft brutovermogens van meer dan 5 miljoen euro mogen de schulden slechts worden afgetrokken ten belope van 60% van het bruto actief, en ten belope van 50% van het saldo van het krediet boven de 60% van het bruto-actief.

Voorbeeld: Een onroerend vermogen dat geschat wordt op 10 miljoen euro en gefinancierd werd met een banklening met een uitstaand schuldsaldo van 8 miljoen euro: lening is aftrekbaar ten belope van 7 miljoen euro ((10 miljoen X 60% = 6 miljoen) + (2 miljoen X 50% = 1 miljoen) ).

De wet voorziet echter dat deze plafonnering niet van toepassing is indien de belastingplichtige aantoont dat de schuld niet werd aangegaan omwille van louter fiscale redenen.
2 De activiteit dient van industriële, commerciële, artisanale, landbouw- of vrije aard te zijn. Vastgoed ter beschikking stellen of verhuren valt niet onder deze vrijstelling.

Ook ingeval van gesplitste eigendom tussen blote eigenaar en vruchtgebruiker is er een verschil tussen de IFI en de oude ISF-wetgeving. De langstlevende echtgenoot die een wettelijk vruchtgebruik verkrijgt overeenkomstig artikel 575 van het Burgerlijk Wetboek is niet langer de belasting verschuldigd op de volledige waarde in volle eigendom van het goed, maar uitsluitend op de waarde van zijn vruchtgebruik zoals bepaald in artikel 669 van de Code Général des impôts. De blote eigenaar zal belasting moeten betalen op de waarde van zijn blote eigendom. In alle andere gevallen blijft de vruchtgebruiker de belasting verschuldigd op de waarde in volle eigendom van het goed.


 
  • Wie de IFI verschuldigd is, ongeacht de omvang van zijn vermogen, dient zijn aangifte op te stellen op hetzelfde moment als de globale aangifte in de personenbelasting (aangifte nr. 2042).

     

Wij raden u aan om een beroep te doen op een specialist ter zake om na te gaan welke impact deze hervorming heeft op uw persoonlijke situatie. Het team Estate Planning van Bank Degroof Petercam staat ter uwe beschikking om al uw vragen hieromtrent te beantwoorden.

---

1. De activiteit dient van industriële, commerciële, artisanale, landbouw- of vrije aard te zijn. Vastgoed ter beschikking stellen of verhuren valt niet onder deze vrijstelling.