vrijdag 12/10/2018

Top Header

Talen

De taks op de effectenrekeningen: de wet is gestemd

Head of Estate Planning Vlaanderen

Donderdag 1 februari 2018 is de wet gestemd die de Taks op de Effectenrekeningen (hierna ‘TER’) invoert. De wet zal in werking treden daags na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Bepaalde praktische modaliteiten dienen nog verder uitgewerkt te worden in een Koninklijk Besluit.

De gestemde wettekst behoudt in grote lijnen de principes uitgetekend door de regering. Wij bespreken de belangrijkste aspecten hieronder.
 

1. Wie is geviseerd door de TER?

De TER viseert natuurlijke personen die titularis zijn van een effectenrekening waarop belastbare effecten worden aangehouden. Voor ‘rijksinwoners’ (i.e. Belgisch ingezetenen die voor de inkomstenbelastingen belastbaar zijn in België op hun wereldwijde inkomen) wordt niet enkel rekening gehouden met de effectenrekeningen die aangehouden worden bij een in België gevestigde bank, maar ook met effectenrekeningen die aangehouden worden bij een in het buitenland gevestigde bank.

Niet-inwoners worden - verrassend genoeg - ook geïmpacteerd door de TER voor de effectenrekeningen die zij aanhouden bij een in België gevestigde bank.

De TER is niet van toepassing op titularissen-rechtspersonen zoals vzw’s, stichtingen en commerciële vennootschappen. Er is niettemin voorzien in een specifieke antimisbruikbepaling die bepaalt dat de inbreng van een effectenrekening vanaf 1 januari 2018 in een rechtspersoon die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting met als enige doel aan de TER te ontkomen, niet-tegenstelbaar is aan de fiscale administratie. Met andere woorden, in dat geval zal de inbrenger/natuurlijke persoon (en niet de vennootschap) beschouwd worden als de titularis van de ingebrachte effectenrekening.

2. Vanaf welk bedrag is de TER van toepassing?

De TER is van toepassing zodra een titularis van een effectenrekening een gemiddelde waarde van 500.000 euro aan belastbare financiële instrumenten aanhoudt, bekeken over alle effectenrekeningen waarvan hij titularis is. Het drempelbedrag wordt berekend per titularis en niet per effectenrekening.

De gemiddelde waarde wordt berekend over een referentieperiode die gelijk is aan 12 opeenvolgende maanden. De referentieperiode begint op 1 oktober en eindigt op 30 september van het daaropvolgende jaar (met uitzondering van de eerste referentieperiode die aanvangt op het moment van inwerkingtreding van de wet en eindigt op 30 september 2018).

Om tot de gemiddelde waarde te komen, zijn er in de loop van de referentieperiode vaste ‘referentietijdstippen’. Die referentietijdstippen zijn bij wet vastgelegd op de volgende data: 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. Voor de eerste referentieperiode is het eerste referentietijdstip 31 maart 2018. De eerste referentieperiode zal dus slechts drie in plaats van vier referentietijdstippen bevatten.

Bepaalde gebeurtenissen doen bijkomende referentietijdstippen ontstaan: een wijziging op het niveau van de titularissen bijvoorbeeld, evenals de opening of afsluiting van een effectenrekening. Meer details hieromtrent zullen bekend gemaakt worden bij Koninklijk Besluit.

Is dit drempelbedrag van 500.000 euro aan belastbare effecten gedurende een referentieperiode bereikt, dan zal er 0,15% TER verschuldigd zijn vanaf de eerste euro.
Het drempelbedrag van 500.000 euro in hoofde van de belegger moet worden beoordeeld over de totaliteit van de effectenrekeningen waarvan hij houder is, ook indien die effectenrekeningen verspreid zijn over verschillende financiële instellingen. Met het oog op de controle hiervan zal de belastingplichtige in zijn aangifte in de personenbelasting het bestaan van meerdere door de wet geviseerde effectenrekeningen moeten vermelden waarvan hij titularis is.

3. Wordt er rekening gehouden met de onderlinge eigendomsverhoudingen tussen titularissen van een effectenrekening om het drempelbedrag van 500.000 euro te bepalen?

De financiële instellingen die voor de inning van de taks instaan, moeten ervan uitgaan dat elke geregistreerde titularis van een effectenrekening gerechtigd is op een gelijk aandeel. Die werkwijze heeft tot gevolg dat de inning van de taks niet altijd zal overeenkomen met de effectieve verschuldigdheid ervan ingevolge de contractuele afspraken of wettelijke eigendomsverhoudingen tussen de verschillende titularissen.

Hierna gaan we in op een aantal veel voorkomende situaties.

1. een effectenrekening die gesplitst (vruchtgebruik-blote eigendom) wordt aangehouden
Wanneer een effectenrekening gesplitst wordt aangehouden door de vruchtgebruiker(s) en de blote eigenaar(s), worden zowel de vruchtgebruiker(s) als de blote eigenaar(s) beschouwd als afzonderlijke titularissen. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met de waarde van hun aandeel in de rekening om na te gaan of het drempelbedrag van 500.000 euro bereikt is in hoofde van de vruchtgebruiker(s).

Een effectenrekening die bijvoorbeeld ten gevolge van een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik wordt aangehouden door de schenker (bijvoorbeeld de grootmoeder) en de begiftigde (bijvoorbeeld het kleinkind), wordt voor de toepassing van de TER geacht twee titularissen te hebben. In hoofde van elk van deze titularissen wordt het drempelbedrag beoordeeld. Hoewel de waarde van het vruchtgebruik door het groot leeftijdsverschil veel kleiner is dan de waarde van de blote eigendom, zullen beide titularissen voor een gelijk aandeel instaan voor de TER.

2. een effectenrekening aangehouden door echtgenoten
Zo ook zal een effectenrekening waarvan een koppel titularis is (dus twee geregistreerde titularissen), voor de toepassing van de TER, aan elk voor de helft toebedeeld worden en dit ongeacht de werkelijke eigendomsverhouding op basis van de overeenkomsten tussen hen of op basis van hun huwelijkscontract.

In geval een effectenrekening bijvoorbeeld wordt aangehouden door een echtpaar (dus twee titularissen) en de erop gedeponeerde effecten een gemiddelde waarde van 900.000 euro vertegenwoordigen, dan zal de financiële instelling waar de effectenrekening wordt aangehouden de TER niet inhouden. Ten minste voor zover er in hoofde van de titularissen geen andere belastbare effecten worden aangehouden op een andere effectenrekening. Wordt diezelfde rekening echter aangehouden door één van beide echtgenoten, dan zal de financiële instelling over de volledige waarde de TER inhouden vanaf de eerste euro, en dit ongeacht het huwelijkscontract van de titularis.

3. een effectenrekening aangehouden door een rechtspersoon en een natuurlijke persoon
De TER zal volledige abstractie maken van titularissen-rechtspersonen. Indien een effectenrekening met een gemiddelde waarde van 500.000 euro aan belastbare effecten wordt aangehouden door enerzijds, bij wijze van voorbeeld, een naamloze vennootschap en anderzijds een natuurlijke persoon, dan zal de natuurlijke persoon integraal instaan voor de TER en zal de financiële instelling waar de rekening wordt aangehouden, verplicht zijn om de TER in te houden op de totale waarde aan belastbare effecten.

Teruggave mogelijk
Indien een titularis door dit vermoeden van proportionaliteit in functie van het aantal geregistreerde titularissen natuurlijke personen (abstractie makend van titularissen rechtspersonen), zoals geïllustreerd aan de hand van voormelde situaties, meer TER betaald zou hebben dan hetgeen hij op basis van zijn wettelijke of contractuele aandeel verschuldigd is, dan kan hij een teruggave vragen. Om deze vraag tot teruggave te staven, moeten de nodige bewijsstukken aangeleverd worden. Nadere regels voor deze vraag tot teruggave zullen nog worden bepaald bij Koninklijk Besluit. 

4. Welke effecten vallen binnen het toepassingsgebied van de TER?

De TER is van toepassing op de volgende types van (al dan niet beursgenoteerde) beleggingsinstrumenten, voor zover ze worden aangehouden op een effectenrekening:

  • aandelen alsmede certificaten betreffende deze beleggingsinstrumenten
  • obligaties alsmede certificaten betreffende deze beleggingsinstrumenten
  • kasbons
  • deelbewijzen van gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen die niet zijn gekocht of waarop niet werd ingeschreven in het kader van een levensverzekering of een regeling voor pensioensparen;
  • warrants.

Financiële instrumenten op naam, die zijn ingeschreven in het register van de emittent, blijven buiten het toepassingsgebied van de TER. Voor aandelen dient de inschrijving op naam te zijn gebeurd vóór 9 december 2017. De regering heeft immers op die datum een antimisbruikbepaling ingevoerd waardoor de aandelen die omgezet zijn naar aandelen op naam vanaf 9 december 2017 toch voor de eerste referentieperiode onderhevig blijven aan de TER. De titularis zal voor de omgezette aandelen zelf zijn fiscale verplichtingen moeten voldoen. De financiële instelling zal immers geen rekening houden met de waarde van de omgezette aandelen bij de berekening van het drempelbedrag van 500.000 euro.
Hoewel een inschrijving op naam van effecten de belastbare grondslag van de TER in principe zal verminderen, zijn er eveneens een aantal belangrijke (soms negatieve) gevolgen verbonden aan die omzetting:

  • de verkoop via de beurs van effecten die op naam zijn ingeschreven, verloopt minder vlot vermits er eerst een dematerialisatie nodig zal zijn. Dat zal enige tijd in beslag nemen. Men kan dus minder snel inspelen op beursevoluties;
  • de schenking van effecten die op naam zijn ingeschreven dient steeds notarieel te gebeuren en kan dus niet onder de vorm van een bankgift;
  • de houder van de effecten op naam van een beleggingsfonds naar buitenlands recht (bijvoorbeeld een Luxemburgs fonds), zal het voorwerp uitmaken van een automatische gegevensuitwisseling: de waarde van de beleggingen, de inkomsten welke ze genereren en de verkopen zullen worden doorgegeven aan de Belgische fiscale administratie; transacties die betrekking hebben op deze in het buitenland aangehouden tegoeden, zullen onderworpen zijn aan de regelgeving inzake bestrijding van fiscale fraude en de anti-witwasreglementering;
  • in sommige landen (dit is het geval in België en Luxemburg) is het aandelenregister consulteerbaar door elke aandeelhouder; de omzetting naar effecten op naam gaat dus gepaard met een verlies aan anonimiteit;
  • aangezien de bancaire relatie wordt doorgeknipt door een inschrijving van effecten op naam, zullen bepaalde fiscale verplichtingen door de natuurlijke persoon op wiens naam het effect ingeschreven staat zelf dienen te worden voldaan; dat zal het geval zijn voor bijvoorbeeld de aangifte van de belastbare inkomsten naar aanleiding van de verkoop van deelbewijzen van instellingen van collectieve beleggingen die meer dan 25% - vanaf 1 januari 2018 meer dan 10% - beleggen in schuldvorderingen (bijvoorbeeld obligaties of cash);
  • de omzetting naar effecten op naam is ten slotte in vele gevallen administratief een zwaar en tijdrovend proces.


5. Hoe dient de TER te worden voldaan?

De financiële instelling waar de effectenrekening aangehouden wordt, zal de gemiddelde waarde van de belastbare effecten aangehouden op de effectenrekening dienen mee te delen aan de titularis van de effectenrekening aan het einde van elke referentieperiode.

  • Indien het drempelbedrag voor een titularis (bekeken op geconsolideerde basis per financiële instelling) bereikt is, dan zal de financiële instelling verplicht zijn de TER in te houden. Die inhouding is bevrijdend.
     
  • Indien het drempelbedrag voor een titularis niet bereikt wordt, dan kan de titularis ervoor kiezen dat de financiële instelling toch de TER bevrijdend inhoudt via een opt in-systeem (bijvoorbeeld indien de totale waarde van de belastbare effecten die de titularis aanhoudt over verschillende financiële instellingen het drempelbedrag van 500.000 euro bereikt). De financiële instelling dient die mogelijkheid sowieso voor te stellen aan elke titularis van een effectenrekening. Het komt in dat geval toe aan de titularis om te beoordelen of hij al dan niet het drempelbedrag zal bereiken, rekening houdend met de totaliteit van zijn belastbare effecten aangehouden op de effectenrekeningen die hij aanhoudt bij verschillende financiële instellingen.
     
  • Kiest de titularis niet voor de bevrijdende inhouding van de TER en is het drempelbedrag van 500.000 euro over de referentieperiode bereikt, dan zal hij verplicht zijn om zelf een aangifte in te dienen en de TER tijdig te voldoen. De titularis van een effectenrekening aangehouden bij een buitenlandse financiële instelling doet er goed aan om bij de buitenlandse financiële instelling na te gaan of de TER zal worden ingehouden, dan wel of de buitenlandse financiële instelling de nodige waarderingen zal ter beschikking stellen met oog op het vervullen van de Belgische fiscale verplichtingen in het kader van de TER. De niet-aangifte, alsook de laattijdige en de onvolledige aangifte zullen worden bestraft met boetes tussen 10% en 200%. Bij een laattijdige aangifte zullen ook nalatigheidsinteresten verschuldigd zijn.
Mail