donderdag 21/03/2019

Top Header

Talen

Brexit of Bremain? Een dubbeltje op zijn kant

Sinds februari heeft het kamp dat het Verenigd Koninkrijk in de EU wil houden terrein gewonnen en heeft het in de opiniepeilingen de leiding genomen, zij het met minder voorsprong dan de foutenmarge die de peilingen gebruiken. Net als de meeste waarnemers denken wij nog altijd dat de voorstanders van EU lidmaatschap uiteindelijk zullen winnen.

Zoals we eerder al aangaven, wijzen diverse studies over de economische impact van een Brexit erop dat de Britse economie via verschillende kanalen negatief zou kunnen worden beïnvloed, niet in het minst omdat een Brexit een grote sprong in het onbekende zou zijn. Bovendien is er geen eenzijdige visie over alternatieven voor het EU-lidmaatschap. Voorts hebben enquêtes uitgewezen dat een meerderheid van de kiezers in een hervormde EU zou willen blijven. Dat is ook de manier waarop premier Cameron de keuze om in de EU te blijven voorlegt aan zijn kiezers, al dient daar wel bij te worden gezegd dat het akkoord dat hij in februari afsloot met de Europese president Donald Tusk slechts een flauw afkooksel was zijn originele eisen. Maar aangezien de peilingen nog steeds dicht bij elkaar liggen en aangezien heel wat bekende figuren ondertussen hebben opgeroepen om te stemmen voor het opgeven van het lidmaatschap, blijft het risico op een Brexit reëel. De resultaten van de peilingen in de komende weken en van de lokale verkiezingen in mei zullen opnieuw wat duidelijker maken in welke richting de uitslag van het referendum uiteindelijk zal gaan.

In hun halfjaarlijkse rapport stelde het IMF dat een Brexit zowel regionaal als wereldwijd heel wat economische schade kan aanrichten omdat het bestaande handelsrelaties kan afbreken. Het IMF stelde ook dat het referendum op zich al voor heel wat onzekerheid heeft gezorgd bij investeerders en dat onderhandelingen over akkoorden na een exit lang zouden kunnen aanslepen. Dat zou kunnen leiden tot een lange periode van onzekerheid die zwaar kan wegen op het vertrouwen, op investeringen en dit zou voor grotere volatiliteit op de markten kunnen zorgen. De EU en het Verenigd Koninkrijk zouden effectief over twee jaar beschikken om een terugtredingsakkoord te bereiken. Als de onderhandelingen constructief verlopen, zou de negatieve impact op korte termijn beperkt kunnen blijven. De impact van een Brexit op lange termijn hangt af of de Europese Unie al dan niet evolueert in de richting van een verdere integratie. Het is wel zo dat het referendum niet plaatsvindt in een context waarin de toestand van de economie de meeste zorgen baart bij de bevolking. De vluchtelingencrisis in de Europese Unie, de terreuraanslagen in de Europese hoofdstad en de daarmee gepaard gaande vragen over de openbare veiligheid eisen nu immers meer aandacht op.

In een eerdere post anticipeerden we de koersdaling van de GBP die we sinds het begin van het jaar hebben gezien (een daling van meer dan 7% van de nominale effectieve wisselkoers en van meer dan 8% ten opzichte van de EUR). Dit was deels het gevolg van de onzekerheid rond het referendum. Maar los daarvan kan de koersdaling van de pond ook worden toegeschreven aan de veranderde vooruitzichten voor de Britse economie, met een steeds hoger tekort op de lopende rekening. Terwijl voorheen verwacht werd dat de Britse centrale bank de rente zou optrekken, houden de markten nu rekening met een kleine renteverlaging volgend jaar. Maar wat kunnen we nu verwachten voor de GBP? Als een Brexit wordt vermeden, verwachten we een bescheiden appreciatie van de GBP in een sfeer van opluchting. Als het toch tot een Brexit komt, verwachten we een verdere koersdaling. Wellicht zal de GBP in dat geval verder depreciëren, al zal de depreciatie van de GBP verschillend zijn tussen de euro enerzijds en andere munten zoals de USD, de JPY en de CHF anderzijds, omdat een Brexit zou wijzen op de broosheid van de EU en bijgevolg ook van de eurozone. Een forse koersdaling van de GBP zou bovendien een dilemma kunnen inhouden voor de Bank of England: de onzekerheid als gevolg van de Brexit zou kunnen worden gecompenseerd met een soepeler monetair beleid maar anderzijds zou een toename van de ingevoerde inflatie ervoor kunnen zorgen dat de Britse centrale bank afziet van renteverlagingen.

Het debat over de Brexit woedt steeds heviger. Uiteindelijk gaat het om een politieke keuze. Als we het komende referendum vanuit een puur economisch korte termijn perspectief bekijken, lijkt het een dubbeltje op zijn kant met hoe dan ook onaantrekkelijke vooruitzichten. Als het “kop” is, verliest de Europese economie, als het “munt” is, kan de impact mogelijk beperkt blijven, al zal er veel energie, tijd, inkt en andere middelen aan verspild zijn. Maar zelfs als een Brexit wordt vermeden, zoals wij verwachten, zal het eurosceptische kamp wellicht niet inbinden en bestaat er een reële kans dat de discussie over een uitstap mettertijd opnieuw naar voor komt.

 

Mail