zaterdag 17/08/2019

Top Header

Talen

Vermogens belasten of 5 minuten politieke moed?

Senior Executive Advisor

De budgettaire dans in maart wordt stilaan een jaarlijks weerkerend Belgisch fenomeen en zorgt voor een tweestrijd tussen het patronaat en de sociaaleconomische groeperingen. Maar waar ligt de oplossing nu werkelijk? Thomas Van Rompuy tracht de discussie te nuanceren door de verschillende standpunten te ontleden.

Bij de begrotingscontrole moet de federale regering op zoek naar circa 2 tot 3 miljard euro, afhankelijk van de begrotingsdoelstellingen die men nastreeft. Deze budgettaire dans in maart lijkt stilaan een jaarlijks weerkerend fenomeen te worden.

Nog een weerkerend fenomeen zijn de standpunten en visies van de verschillende middenveldgroeperingen in België omtrent hoe deze budgettaire inspanning te realiseren. Al te vaak wordt deze discussie vernauwd tot 2 kampen:

Aan de ene kant het patronaat dat vraagt om ‘5 minuten politieke moed’ zodanig besparingen door te voeren binnen de overheidsuitgaven via de afbouw van het ambtenarenkorps, een inperking van de werkloosheidsuitkeringen, een afschaf van de index etc…

Aan de andere kant staan dan de vakbonden of andere sociaaleconomisch linkse groeperingen. Deze geven aan dat de burger steeds moet bijdragen om de federale rekening te doen kloppen via bijvoorbeeld de verhoging van de BTW op elektriciteit, de indexsprong, de verhogingen van accijnzen,  etc…  Deze groeperingen pleiten ervoor dat de noodzakelijke inkomsten gevonden moeten worden bij het kapitaal, bij de grote vermogens en speculanten die, volgens hun, steeds de spreekwoordelijke dans ontspringen.

De eerste vraag die we ons kunnen stellen is of kapitaalinkomsten daadwerkelijk steeds de dans ontspringen in de begrotingsinspanningen die geleverd worden de laatste jaren?

De waarheid lijkt toch iets complexer. Zo hebben we de laatste jaren de roerende voorheffing zien stijgen van een maximumtarief van 15% naar 27%. Een quasi verdubbeling.  Ter informatie, elke procentpunt aan extra roerende voorheffing levert tussen de 100 en 200 mio op aan overheidsinkomsten. Deze verhoging zou dus structureel tot circa 1,8 mia aan extra overheidsopbrengsten hebben meegebracht bij stabiele rente-inkomsten.

Parallel werd ook de beurstaks stelselmatig verhoogd, werd een premietaks ingevoerd tot 2% op verzekeringsproducten, werd de kaaimantaks ingevoerd om ondoorzichtige financiële structuren te laten bijdragen en werd als klap op de vuurpijl de speculatietaks ingevoerd.
Ook vermeldenswaardig zijn de stelselmatige verhogingen van de banktaksen op spaargelden die inherent ook het rendement op spaarvermogen afromen.

De volgende vraag die wie ons kunnen stellen is of kapitaal in België daadwerkelijk gemiddeld genomen minder belast is?

Ook hier lijkt de waarheid iets complexer. Cijfers van de Oeso leren ons dat België tot de top van Europa behoort wat betreft de inkomsten die ze verwerft uit kapitaal ten aanzien van het BBP.
Belangrijk is te vermelden dat de Belgische bevolking een netto financieel vermogen aanhoudt van circa 1000 miljard euro waarmee we tot de absolute Europese top behoren. Er zijn dus proportioneel meer vermogensinkomsten beschikbaar om te belasten. Toch lijkt België ook wat betreft de gemiddelde belastingdruk op kapitaal tot de Europese koplopers te behoren.

Zal kapitaal extra belasten daadwerkelijk tot meer inkomsten leiden…?

Kapitaal is mobiel en snel verhandelbaar en dit in tegenstelling tot  bv. arbeid of, in mindere mate, consumptie. Bij de raming van inkomsten moet er steeds rekening gehouden worden met gedragseffecten. Zo stellen we vast dat de speculatietaks tijdens de eerste maanden van 2016 beperkte opbrengsten genereert omdat de belegger zijn gedrag aanpast. Zulke gedragseffecten in combinatie met de ongeziene lage rentevoeten zullen leiden tot minder rendementen uit kapitaal welke de aanslagvoeten hierop ook zouden zijn. Mirakeloplossingen via nieuwe belastingen zijn zeer moeilijk in een land als België waar de fiscale druk reeds zo groot is. Kapitaal stopt niet aan de  landsgrenzen, zeker in een open economie als de Belgische.

…of verder snoeien in de overheidsuitgaven?

Een andere optie is natuurlijk om extra inkomsten te zoeken via een vermindering van de overheidsuitgaven. Ook dit lijkt niet zo eenvoudig. In een periode van lage groei ,waarbij het monetair beleid alles in het werk stelt om inflatie te bekomen en de vraagzijde te stimuleren, moeten we voorzichtig zijn om via wilde besparingen het land niet opnieuw richting recessie te duwen. Net daarom is het belangrijk voor een overheid, wanneer ze zou beslissen de begrotingsteugels wat te lossen, om te investeren en parallel de lopende uitgaven terug te dringen. Zulke investeringen ondersteunen de vraag en creëren meer broodnodige potentiële groei. Een goed voorbeeld zijn de tunnels in Brussel, dit land kan wat nieuwe infrastructuur gebruiken zodanig ook onze productiviteit te verhogen.

De begrotingscontrole dient zich dus als uiterst complex aan. Net daarom verdient dit inhoudelijke debat om meer dan ooit in al zijn complexiteit gevoerd te worden. Dit wil zeggen zonder zwart wit oplossingen in de ene of de andere richting.

 

Grafiek: Taxes on Capital as % of Total Taxation - Stock of capital/ wealth


Bron: European Commission, Degroof Petercam
Grafiek: implicit tax rate on capital (in %, 2012)


Bron: European Commission, Degroof Petercam

 

Mail