vrijdag 20/09/2019

Top Header

Talen

Europese Centrale Bank legt een hypotheek op de welvaartstaat

Sinds meer dan een jaar pompt de Europese Centrale Bank enorme bedragen in de economie door het aankopen van effecten die de overheidsschuld van de eurozone vertegenwoordigen. De bedoeling van deze niet-conventionele monetaire maatregel is om inflatie in de hand te werken. En die inflatie zou op haar beurt een antwoord moeten bieden op de deflatie- en recessiedruk die wegen op de economische groei. Door die enorme liquiditeitsinjecties zijn er meer euro’s ter beschikking en dat zorgt ook voor een lagere wisselkoers en een rente die het geld minder duur maakt.

Tegelijk is er ook nog een andere onthutsende realiteit: deze monetaire maatregelen houden eigenlijk in dat de overheidsschuld onhoudbaar is. Het is immers vooral de overheidsschuld die als waarborg dient voor het gecreëerde geld.  

Zonder de herfinanciering door de ECB zou dezelfde sterk toenemende overheidsschuld de economie hebben verstikt door via de balansen van de banken en de verzekeringsmaatschappijen beslag te leggen op het spaargeld van de particulieren en de ondernemingen. Met andere woorden, de verschillende staten hebben nu een begripvolle kredietverstrekker gevonden om hun eigen schulden te herfinancieren tegen een nulrente, of zelfs tegen een negatieve rente. Natuurlijk mag de ECB statutair gezien geen nieuw uitgegeven schuldpapier van de staten kopen. Ze moet dat doen op de secundaire markt, de markt waarop het schuldpapier ter beschikking is dat eerst is verworven en gefinancierd door een andere economische speler. Met andere woorden: de ECB moet de activa opkopen met bestaand spaargeld, eerder dan met geld dat uit het niets is gecreëerd. Maar iedereen die een beetje van het reilen en zeilen van de financiële markten op de hoogte is, weet dat het schuldpapier van de verschillende staten slechts enkele uren of dagen op de balansen staat van andere spelers vooraleer het wordt omgeruild tegen nieuw geld dat in Frankfurt, waar de hoofdzetel van de ECB zich bevindt, wordt uitgegeven. Met andere woorden: de overheidsschuld wordt dus wel degelijk ingeruild tegen monetair kapitaal dat voordien niet bestond.   

Dat is de realiteit en we kunnen niet anders dan ze als “financiële repressie” betitelen in een situatie van recessie en een strijd om de schulden te verminderen. De financiële repressie is een context die wordt gekenmerkt door een kunstmatig laag gehouden rente om zo de last van de overheidsschulden laag te houden. De recessie oefent tegelijk ook druk uit op de rente: omdat de investeringsnoden uitzonderlijk laag blijven, daalt de hoeveelheid geleend geld scherp, zodat ook de prijs ervan – de rente – laag blijft.   

Moet ons dat allemaal eigenlijk verbazen? Absoluut niet. De ECB is een overheidsinstelling die is opgericht door andere overheidsinstellingen, namelijk de staten. En die instellingen wisselen hun passiva uit, aangezien de overheidsschulden de passiva vormen van de staten terwijl het geld is ingeschreven op de passiefzijde van de balans van de centrale banken. We kunnen ons trouwens niet één ogenblik voorstellen dat de ECB “onafhankelijk” zou worden van de stichtende leden ervan, de verschillende regeringen van de eurozone.      

Eigenlijk is de ECB dus bezig een hypotheek te leggen op de kosten van de crisis en zelfs op het sociale model dat tot die enorme overheidsschuld heeft geleid. Bij wijze van illustratie geef ik graag mee dat de overheidsschuld in de eurozone tussen 2008 en 2016 gestegen is van 6.600 tot 10.000 miljard euro. Die toename met 3.400 miljard euro is voor twee derde gefinancierd door de creatie van nieuw geld.  

Gezien de historisch lage rente zijn het uiteindelijk de bezitters van bankdepositio’s en levensverzekeringen ­– die nu geen enkele vergoeding meer krijgen op hun beleggingen – die indirect moeten opdraaien voor de lage lasten op de overheidsschuld. Dat gezegd zijnde, moeten we ook verduidelijken dat het allemaal nog erger had kunnen zijn. In 2013 publiceerde het IMF immers een studie met de suggestie om in de eurozone 10% van de bankdeposito’s in beslag te nemen om zo de financiering van de ongebreideld toenemende overheidsschuld te verlichten. Dat voorstel was natuurlijk onverzoenbaar met de elementaire onschendbaarheid van de privé-eigendom en de bescherming van de spaartegoeden tot 100.000 euro per spaarder, die eerder aan de consumenten was toegekend. Vandaar dat toen voor een andere benadering werd gekozen: de Europese Centrale Bank besliste om de geldpers op volle toeren te laten draaien en het nieuwe geld tussen februari 2015 en maart 2017 voor ongeveer 15% te laten waarborgen door diezelfde overheidsschuld. Om overtuigd te zijn van die realiteit volstaat het om de bedragen te vergelijken die in de eurozone respectievelijk worden vertegenwoordigd door de bankdeposito’s en door de overheidsschuld. Die bedragen zijn immers zeer gelijklopend: ze draaien allebei rond de 10.000 miljard euro. In plaats van spaargeld in beslag te nemen om de overheidsschuld weg te wissen, creëert men middels diezelfde overheidsschuld kunstmatig geld.  

Samenvattend kunnen we zeggen dat de geldcreatie een noodzakelijke voorwaarde is om de groei en de inflatie aan te zwengelen, maar dat ze niet volstaat. De echte doelstelling ervan bestaat erin de overheidsschuld tegen minimale intrestvoeten als het ware te “verdrinken” in de balans van de ECB. Uiteindelijk zijn het de bezitters van bankdeposito’s en levensverzekeringen die als gevolg van de bijzonder lage intrest voor alles moeten opdraaien, omdat op termijn hun spaartegoeden zullen worden aangevreten door de inflatie. De uiteindelijke winnaars zijn de staten – en dus hun belastingbetalers -  voor wie de intrestlasten op de schulden en op de belastingen zullen dalen.   

Mail