vrijdag 14/12/2018

Top Header

Talen

Loert een forse devaluatie van de Chinese munt om de hoek?

Chief Economist

Verschillende gereputeerde beleggers hebben de jongste dagen de oorlog verklaard aan de Chinese munt renminbi (RMB). Moeten we geloof hechten aan de verklaringen van de Chinese beleidsmakers, die zeggen dat “er geen basis bestaat voor een forse koersdaling van de RMB” ? Kort samengevat valt het volgens ons niet uit te sluiten dat er een zware devaluatie van de Chinese munt komt, maar anderzijds zien we dat ook niet dadelijk gebeuren.

Het ziet ernaar uit dat China in 2016 een harde landing van zijn economie zal kunnen vermijden aangezien de eerder genomen stimuleringsmaatregelen de komende maanden normaal voor een stabilisering van de activiteit zouden moeten zorgen. Tegelijk lijken de consensusverwachtingen voor de groei van de Chinese economie op lange termijn nog altijd te optimistisch en de uitdagingen die gepaard gaan met het hervormen van een planeconomie naar een meer markt- en consumptiegedreven economie zijn allerminst van de poes. Tegen een snel tempo structurele hervormingen doorvoeren, zoals de liberalisering van kapitaalverkeer, en tegelijk een forse groei realiseren die in de lijn ligt van het officiële streefdoelcijfer van 6,5%, lijkt een onmogelijke opdracht. Op het eerste gezicht zou een forse devaluatie van de munt hier inderdaad redding kunnen brengen en beide doelstellingen met elkaar verzoenen.

Maar aangezien China nu de tweede grootste economie ter wereld is en diens economische activiteit goed is voor zowat 15% van het wereldwijde BBP, zou een forse devaluatie van de munt de deflatoire krachten, die nu al veel invloed hebben op de wereldeconomie, nog versterken. Als vuistregel geldt dat een devaluatie van de Chinese munt met 10% in het eerste jaar erna slechts tot een BBP-groei van 0,5% leidt. Dat cijfer gaat er evenwel van uit dat een waardevermindering van de Chinese munt geen impact heeft in de rest van de wereld. Dat is echter hoogst twijfelachtig. Meer dan waarschijnlijk zou een forse devaluatie in China een heel negatieve impact hebben op de wereldwijde financiële markten en ertoe leiden dat ook andere centrale banken overgaan tot devaluaties van hun munten. De daarmee gepaard gaande onzekerheid zou op zijn beurt het vertrouwen van ondernemers en consumenten kunnen aantasten. Bovendien zou dit ook ingaan tegen de doelstellingen van de Chinese beleidsmakers om het evenwicht van de economie te herstellen. En bovendien zouden de Chinese ambities om een belangrijkere rol te kunnen spelen op de internationale politieke scène hierdoor wellicht op heel wat scepticisme worden onthaald.

Een andere mogelijkheid is dat China eerder genomen maatregelen rond de liberalisering van de kapitaalverkeer weer omkeert in een poging om de kapitaalvlucht en de uitputting van de wisselkoersreserves een halt toe te roepen, zodat het gevoerde monetaire beleid opnieuw efficiënter wordt. Er zijn al een aantal feiten die erop wijzen dat dit inderdaad aan de gang is en dat houdt in zekere zin ook steek. Maar ook dat zou zeker geïnterpreteerd worden als een uiting van het feit dat China eerder gedane beloftes om hervormingen door te voeren niet nakomt en wanhopig vasthoudt aan zijn oude recepten. Dit alles betekent eigenlijk min of meer dat de Chinese beleidsmakers vast zitten en dat ze eigenlijk in de komende jaren niet anders zullen kunnen dan een “af- en aan-beleid” voeren, zoals we bijvoorbeeld hier al schreven. Aangezien de krediettoename nog altijd op een onhoudbaar hoog niveau blijft en de rentelasten snel blijven stijgen is deze strategie die erin bestaat om het probleem voor zich uit te schuiven, in toenemende mate erg ongemakkelijk.

Al bij al betekent dit volgens ons dat een harde landing vooralsnog kan worden vermeden, aangezien de eerder genomen stimuleringsmaatregelen langzaam maar zeker een stabiliserend effect op de economische activiteit zullen uitoefenen. Maar de hoge schulden, de vergrijzing, het minder sterke potentieel om inhaalbewegingen te maken en de moeilijkheden die gepaard gaan met het verder in evenwicht brengen van de economie zorgen ervoor dat de uitdagingen op korte en middellange termijn bijzonder groot blijven. Vandaar dat de vrees voor een harde landing van de Chinese economie wellicht nog vele jaren zal blijven voortbestaan. Het is evenmin duidelijk of de financiële markten daar ten volle rekening mee houden. De neerwaartse druk op de munt zal wellicht aanhouden maar gezien de beschikbare wisselreserves zal elke mogelijke devaluatie wellicht geleidelijk verlopen. Het blijft onduidelijk hoe de financiële markten daarop zullen reageren, temeer omdat de Chinese overheid amper communiceert over het beleid dat ze rond de RMB wil voeren (hoewel het nu wel duidelijk zou moeten zijn dat de RMB niet langer het spoor van de USD zal volgen als die laatste zou blijven stijgen).   

De verdere liberalisering van het kapitaalverkeer zal wellicht heel geleidelijk gebeuren. De aanzienlijke inspanningen die vorig jaar op dit vlak zijn geleverd, waren sterk gekoppeld aan de ambitie van China om de RMB ook deel te laten uitmaken van de SDR-korf van het IMF (extra reserve-instrument : de Speciale Trekkingsrechten of SDR). Deze inspanningen zullen wellicht “on hold” worden gezet. Gezien de beperkte buitenlande schuld, de hoge wisselkoersreserves en de kapitaalcontroles, lijkt het onmogelijk dat de internationale beleggers China in een typische groeilandcrisis kunnen brengen en op die manier aanleiding kunnen geven tot  een forse devaluatie van de gekoppelde munt. Zoals we eerder al schreven, kunnen we niet uitsluiten dat China in zekere zin op een dergelijke devaluatie mikt, maar omwille van de redenen die wie hierboven hebben uitgelegd, denken we niet dat dit snel zal gebeuren. In de nabije toekomst zal wellicht sprake blijven van een gestuurde en geleidelijke waardervermindering van de munt.

Mail