donderdag 15/08/2019

Top Header

Talen

Contant geld verdampt

Head of Macro Research

Economen zullen zich 2015 herinneren als het jaar waarin de ECB de Europese economie in handen heeft genomen. Na voor verschillende looptijden een negatieve rente te hebben opgelegd, is ze begonnen met het drukken van enorme hoeveelheden geld. Die kwantitatieve versoepeling heeft vooral als doel de euro in waarde te doen dalen en de landen in staat te stellen om zich dankzij de geldcreatie te herfinancieren. Wat de weerslag op de reële economie zal zijn, is nog niet duidelijk.

Economen zullen zich 2015 herinneren als het jaar waarin de Europese Centrale Bank (ECB) de situatie van de Europese economie in handen heeft genomen. Na eerst voor verschillende looptijden een negatieve rente te hebben opgelegd, is ze begonnen met het drukken van enorme hoeveelheden geld. Ze is trouwens nu al van plan om dat tot in 2017 te verlengen. Die kwantitatieve versoepeling heeft vooral als doel de euro in waarde te doen dalen en de landen in staat te stellen om zich dankzij de geldcreatie te herfinancieren. Wat de weerslag op de reële economie zal zijn, is op dit moment nog niet duidelijk.

De rente op de deposito’s van private banken bij de ECB bedraagt momenteel min 0,30%. Een negatieve rente betekent dat de private banken moeten betalen om hun geld bij de ECB te plaatsen. Het is dus alsof de banken een extra bescherming krijgen waarvoor ze moeten betalen bovenop de vergoeding van het geld. De ECB zet de banken dus indirect aan om hun overtollige middelen uit te lenen aan landen of aan private debiteuren. De daling van de prijs van het geld vervangt dus de geringere geldcirculatie in de economie.

Een negatieve rente is geen financiële hekserij. Wel is het verwarrend dat de ECB aan de ene kant de deposito’s van private banken benadeelt en aan de andere kant bankbiljetten uitgeeft die wel hun nominale waarde behouden, terwijl die beide posten op de passiefzijde van de balans staan. Papiergeld en fiduciair geld hebben niet meer dezelfde waarde. Ze zijn niet meer onderling inwisselbaar. Een lange situatie van negatieve rente zal daarom onvermijdelijk het gebruik van contant geld verder remmen. Nochtans kan een negatieve rente maar een tijdelijke situatie zijn, want de rente is de prijs van de tijd toegepast op het geld en er bestaat geen negatieve tijd. Mocht dat het geval zijn, dan zou het geld vervliegen.

De economie stagneert dus en de geldomloop draait vierkant. De economie zit in een ‘liquiditeitsval’, een situatie waarbij bestedingen en investeringen niet worden beïnvloed door de geldhoeveelheid en door een povere rente. Het is trouwens om die reden dat de negatieve rente eerder een signaal is dan een remedie: de beïnvloedingskanalen van het monetaire beleid zijn verbroken. We hoeven ons trouwens geen illusies te maken: het is niet dankzij een negatieve rente dat de economie zal heropleven, zelfs niet een klein beetje.

Die realiteit wijst op een financiële repressie, een situatie van recessie en van strijd tegen de schuldenafbouw. In een situatie van financiële repressie wordt de rente kunstmatig laag gehouden met de bedoeling het gewicht van de schuldenlast te verminderen. De recessie zet de rente ook onder druk: bij uitzonderlijk zwakke investeringsbehoeften wordt minder geld geleend, zodat de prijs van het geld, dat wil zeggen de rente, daalt. Omgezet naar heel de economie zou een negatieve rente kredieten en bestedingen moeten stimuleren en sparen ontmoedigen, want het deponeren van geld wordt bestraft. De ECB wil er zich waarschijnlijk ook van verzekeren dat de kredieten ten gunste van de banken niet in de vorm van deposito’s naar haar eigen balans terugvloeien.

Een negatieve rente biedt niet alleen voordelen. Een lage of zelfs negatieve rente verlicht de staatsschuld. De landen kunnen hun schuld tegen lagere kosten consolideren, zodat ze niet meer tot discipline worden aangezet en ook hun fiscale factuur wordt verminderd. De beleggers worden tot het nemen van extra risico’s aangespoord, waardoor de kans op zeepbellen toeneemt.

De financiële instellingen, die hun inkomsten ontlenen aan de looptijdtransformatie (banken, levensverzekeringsmaatschappijen), worden geconfronteerd met een omkering van de waardecreatieketen. Zo hebben de banken (op de actiefzijde) beleggingen die traditioneel een langere looptijd hebben dan de hun toevertrouwde deposito’s (op de passiefzijde). Een rentedaling heeft vooreerst een gunstig effect op de balans door middel van de latente meerwaarden, maar dat voordeel vervliegt met de tijd. Een veel te lage rente vermindert de rendabiliteit. De financiële instellingen moeten immers een hachelijke keuze maken tussen een te laag rendement voor hun eigen beleggingen en de vergoeding die hun cliënten vragen. De banken beschikken niet meer over een looptijdtransformatiemarge tussen deposito’s en beleggingen en hebben bovendien af te rekenen met operationele kosten die hoger zijn dan die marges. Hoe groter de rentedaling, hoe groter de druk.

Tot besluit. Met een negatieve rente zijn wij in een nieuwe wereld beland. De ECB wenste het beheer van de Deutsche Mark over te dragen op de euro. De euro is genetisch een recessiegeneigde en deflatoire munt geworden, in zoverre zelfs dat hamsteren moet worden ontmoedigd. Vandaag hebben de bezuinigingsprogramma’s en de monetaire ascese ons tot op de rand van de deflatie gebracht, dat wil zeggen het slechtst mogelijke scenario voor een economie. We kunnen enkel nog hopen dat we niet in een Japans scenario vervallen. Mocht dat het geval zijn, dan moeten we ons vragen stellen bij de gegrondheid van een besparingsbeleid op budgettair en monetair vlak. Een scenario op zijn Japans is immers geen speling van het lot, maar het gevolg van een gekozen beleid. Het is, ten slotte, niet moeilijk om een negatieve rente in te voeren, maar wel om er zich van te bevrijden. Er bestaat op dit moment een ernstig risico dat de economie krimpt. De ECB had daarom in het begin van de crisis de situatie moeten evalueren en afstand nemen van haar ascetische voogdij. Die houdt ze in stand uit vrees voor een hypothetische inflatie. In plaats van te vrezen voor inflatie, had ze die moeten aanwakkeren. Ze had moeten vermijden dat de povere groei zou worden platgewalst door bezuinigingsprogramma’s. De enige geloofwaardige verklaring voor het gebrek aan vooruitziendheid van de ECB is waarschijnlijk dat zij de geloofwaardigheid van de euro, een nog jonge munt, wou bevestigen. En dat op een moment dat een van de lidstaten, Griekenland, op de rand van de monetaire afgrond stond.

Mail