woensdag 12/12/2018

Top Header

Talen

Voor alles is een eerste keer ! Draghi heeft de markten teleurgesteld

De beslissingen die de Europese centrale bank op donderdag 3 december nam, hebben de markten in negatieve zin verrast. Sinds hij op 1 november 2011 aan het hoofd kwam van de ECB en in juli 2012 de befaamde zin over “alles doen wat nodig is” uitsprak, stelde Mario Draghi de verwachtingen van de financiële markten nooit teleur. Deze keer is het echter anders.

De beslissingen die de Europese Centrale Bank op donderdag 3 december nam, hebben de markten in negatieve zin verrast. De jongste weken ging de markt er immers van uit dat de ECB het bedrag dat ze maandelijks in de economie pompt, zou verhogen van 60 miljard euro tot 80 miljard euro, dat ze de depositorente met 15 tot 20 basispunten zou verlagen en dat ze de periode van de kwantitatieve versoepeling zou verlengen tot na september 2016. De groei bleef immers in het derde kwartaal vrij bescheiden en dit ondanks de rugwind van diverse tijdelijke factoren, zoals een olieprijs van minder dan 50 dollar per vat, het vrij soepele monetaire beleid en de lage koers van de euro. De inflatie is de jongste tijd lichtjes positief terwijl de kredietactiviteit zich traag maar geleidelijk herstelt.  

Sinds hij op 1 november 2011 aan het hoofd kwam van de ECB en in juli 2012 de befaamde zin over “alles doen wat nodig is” uitsprak, stelde Mario Draghi de verwachtingen van de financiële markten nooit teleur. Deze keer is het echter anders. De ECB besliste weliswaar om het verruimingsprogramma te verlengen van september 2016 tot maart 2017, zonder evenwel het bedrag te verhogen dat ze via de aankoop van activa maandelijks in de economie pompt. Dat blijft op 60 miljard euro per maand, zodat het totale bedrag van dit programma uiteindelijk zal uitkomen op 360 miljard euro. De verlening van het programma met zes maanden zal uiteindelijk de omvang van deze activa-aankoopprogramma's in de balans van de ECB doen stijgen van 1,1 tot 1,5 biljoen euro. 

Draghi liet de deur open voor verdere acties indien dat nodig zou blijken, want hij zei  dat “het programma om activa op te kopen indien nodig ook na maart 2017 nog kan doorlopen en in ieder geval tot de ECB een duidelijke evolutie ziet van de inflatie.” Hoewel inflatie meer dan welkom zou zijn om de enorme schuldenberg in zowel de privésector als de overheidssector wat te doen verwateren, spelen ook andere factoren zoals vergrijzing, digitalisering en de ontwikkeling van robotica, die voor toekomstige deflatiedruk zorgen en die ertoe zouden kunnen leiden dat de stimuleringsmaatregelen ook na maart 2017 nog zullen blijven voortlopen. Bovendien kondigde de ECB ook aan dat ze de bedoeling heeft om de terugbetaling van de hoofdsommen van de obligaties die ze via het programma heeft gekocht, opnieuw te investeren.

Daarnaast besliste de ECB om de depositorente nog eens met tien basispunten te verlagen tot -0,3%. De herfinancieringsrente en de rente van de marginale beleningsfaciliteit liet ze echter ongewijzigd op respectievelijk 0,05% en 0,3%. Het verlagen van de depositorente heeft het voordeel dat de voorraad van obligaties waaruit kan worden gekozen om te kopen toeneemt. De ECB kan immers geen obligaties kopen waarvan het rendement lager ligt dan de depositorente noch meer dan 33% aanhouden van één specifieke obligatie of meer dan 33% van de uitstaande voorraad van de staatsschuld van een land.

De verlaging van de depositorente was al duidelijk verrekend in de rendementen van de staatsobligaties, die een forsere verlaging hadden verwacht. De meeste Europese staatsobligaties met een looptijd van twee jaar boden al voor de beslissing een negatieve rente van minder dan -0,3%. De lager dan verwachte verlaging van de depositorente zal slechts een beperkte impact hebben op het aantal obligaties dat voor aankoop beschikbaar is. Vandaar dat de ECB besliste om het universum met obligaties die beschikbaar zijn voor aankoop ook uit te breiden met lokale en regionale overheidsobligaties.

Tot slot maakte de ECB ook de macro-economische vooruitzichten voor groei en inflatie bekend. De groeivooruitzichten werden opwaarts herzien met 0,1% tot 1,5% en 1,9% voor 2015 en 2017, terwijl het groeivooruitzicht van 1,7% voor 2016 werd behouden.  De ECB wijzigde niets aan haar inflatievooruitzichten van 0,1% voor 2015 maar ze verlaagde die voor 2016 en 2017 met 0,1% tot respectievelijk 1,1% en 1,7%. 

Al bij al zullen de beslissingen van de ECB normaal geen negatieve impact hebben op de economische groei in de komende kwartalen. De financiële omstandigheden blijven immers soepel in de eurozone. Dat is erg belangrijk voor de Europese regeringen. De lage interestlasten helpen hen om hun begroting in evenwicht te krijgen en/of hun tekorten terug te dringen, maar dat belet niet dat ze structurele hervormingen moeten nemen om hun groeivooruitzichten te verbeteren. Een kwantitatieve verruiming die niet gepaard gaat met structurele hervormingen zal niet de meest efficiënte oplossing blijken.

Mail