donderdag 13/12/2018

Top Header

Talen

Economisch beterschap maar de eurozone staat nog voor zware uitdagingen

Chief Economist

Na vele jaren van stagnatie kent de eurozone weer een bemoedigende economische groei. Maar welke risico's blijven ook nu nog aanwezig?

Ondersteund door een lagere muntkoers, de aanhoudende monetaire stimuli, lagere olieprijzen en het feit dat de focus minder op besparingen ligt, neemt de economische activiteit in de Eurozone opnieuw toe. Terwijl de situatie op de arbeidsmarkt geleidelijk verbetert, suggereren de leidende indicatoren dat de economische groei in de eurozone nu om en bij de 2% bedraagt. Na vele jaren van stagnatie is dat bemoedigend, maar gezien de diverse eerder genoemde factoren die voor de nodige rugwind zorgen, is de heropleving nog altijd verre van spectaculair. De cijfers spreken in dit verband trouwens voor zich: het BBP van de eurozone ligt nog altijd maar lichtjes hoger dan begin 2008. En gemeten naar het BBP per capita, ligt de levensstandaard in de eurozone nog altijd zowat 2,5% lager dan vóór de crisis. Hieruit de conclusie trekken dat de Eurozone een verloren decennium beleeft, lijkt dus zeker niet overdreven. Bovendien, zoals ook aangestipt door ECB-voorzitter Mario Draghi deze week in een toespraak voor het Europese parlement, blijven er duidelijke neerwaartse risico’s bestaan.

De jongste jaren zijn er natuurlijk wel belangrijke hervormingen doorgevoerd in de eurozone. Eerst en vooral hebben de Zuid-Europese landen heel wat vorderingen geboekt om hun arbeidsmarkt te versoepelen. Ook de eerste stappen in de richting van een echte bankenunie zijn bemoedigend om zo de financiële sector veerkrachtiger te maken en om de zogenaamde “doom loop” of neerwaartse spiraal van de link tussen overheden en banken een halt toe te roepen. Dat de begrotingen en de macro-economische ontwikkelingen nauwgezetter worden opgevolgd is eveneens positief. En het opzetten van het Europese stabiliteitsmechanisme betekent wellicht dat dit systeem, hoewel de omvang ervan beperkt is, kan worden gebruikt als noodstop. Maar ondanks dit alles zijn geen van deze hervormingen een echte “game changer” geweest en is meer vooruitgang noodzakelijk. Als we alles op een rijtje zetten, heeft eigenlijk enkel de befaamde toespraak van Draghi in de zomer van 2012, waarin hij zei dat de “ECB alles zou doen wat nodig was”, voor echte verandering gezorgd. Daarna daalden de rentespreads tussen de Europese periferie en de kernlanden aanzienlijk en keerde de rust op de financiële markten gedeeltelijk terug.

Maar om tot een echte politieke en begrotingsunie te komen, zijn nog veel meer inspanningen nodig. Hoewel er onder economen een vrij brede consensus bestaat dat dit absoluut noodzakelijk is voor het voortbestaan van de monetaire unie, zou het misschien tegelijk naïef zijn om te denken dat op dat vlak snel veel verandering zal worden geboekt. De opkomst van populistische partijen is zorgwekkend en de begrotingsproblemen die te maken hebben met de vergrijzing zullen in de toekomst de begrotingskeuzes blijven bemoeilijken, zeker aangezien de overheidsschuld in heel wat landen eigenlijk onhoudbaar hoog is. Vandaar dat de rol die de ECB kan spelen van het allergrootste belang blijft. Maar hoe belangrijk die rol ook is voor het beperken van de rentespreads en voor het creëren van een beetje inflatie die voor wat budgettaire manoeuvreerruimte kan zorgen, is het best mogelijk dat die maatregelen niet volstaan om de toekomst van de eurozone veilig te stellen. Daarvoor blijft politieke wil immers hoe dan ook de belangrijkste factor. En uiteindelijk zal die politieke wil grotendeels afhangen van duurzame economische vooruitzichten. Hoewel er momenteel nog amper over Griekenland wordt gesproken, blijft de Griekse situatie in dit verband zorgwekkend.

Anderzijds kan dezelfde politieke wil ook helpen om de economische activiteit te verbeteren zodat er een positieve feedback loop ontstaat. In de huidige context van de extreem lage rente zouden grote Europese investeringsprojecten bijvoorbeel een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren om de economische activiteit aan te zwengelen. Niet alle beleidsmakers lijken er echter van overtuigd te zijn dat dit een goed idee is. Het plan Juncker lijkt wat ons betreft een eerste stap in de goede richting, maar de kenmerken ervan zorgen ervoor dat een positieve uitkomst verre van verzekerd is. Het huidige gebrek aan ambitie is tegelijk veelzeggend en zorgwekkend. Vandaar dat de eurozone op langere termijn, ondanks de recente bemoedigende signalen, nog altijd voor existentiële uitdagingen staat.

Mail