vrijdag 14/12/2018

Top Header

Talen

Schiet het onconventioneel monetair beleid haar doel voorbij?

Chief Economist

De voorbije week hield het IMF zijn 16de jaarlijkse Jacques Polak conferentie in Washington. Het topic van dit jaar was het onconventionele rente- en wisselkoersbeleid. Heel wat vooraanstaande economen boden er nuttige inzichten in hoe het monetaire beleid nog kan helpen om de slabakkende wereldwijde economie weer op een sneller groeispoor te zetten.

De voorbije week hield het IMF zijn 16de jaarlijkse Jacques Polak conferentie in Washington. Het topic van dit jaar was het onconventionele rente- en wisselkoersbeleid. Heel wat vooraanstaande economen zoals Ben Bernanke, Adair Turner, Paul Krugman en Maurice Obstfeld boden er nuttige inzichten in hoe het monetaire beleid nog kan helpen om de slabakkende wereldwijde economie weer op een sneller groeispoor te zetten.

In ieder geval kunnen we zeggen dat de wereldwijde groei niet als een kaartenhuisje in elkaar is gestuikt, iets waarvoor velen een paar maanden geleden nochtans hadden gevreesd. Als gevolg van eerder genomen budgettaire en monetaire maatregelen, zijn in de Chinese economie de eerste signalen te zien van een lichte verbetering. De voorlopende indicatoren geven bovendien aan dat de economische activiteit in de meeste delen van de ontwikkelde wereld goed stand houdt. Maar desondanks is er anderzijds zeker geen sprake van spectaculaire vooruitgang. Bovendien wijzen diverse ramingen erop dat de productiecapaciteit wereldwijd lang nog niet ten volle wordt benut. Dat lijkt erop te wijzen de wereld nog altijd niet volledig is hersteld van de “grote recessie”.

En dit ondanks het feit dat er nog altijd een nulrente is en ondanks de nooit geziene uitbreiding van de balansen bij de grootste centrale banken ter wereld. Toen in 2009 de rente met de grens van nul procent flirtte, was het aantal waarnemers dat geloofde dat de rente nu nog altijd op dat niveau zou staan, op de vingers van één hand te tellen. Dat komt wellicht omdat toen nog werd onderschat hoe sterk de deflatiedruk zou zijn als van de crisis van 2008 en 2009, waarschijnlijk als gevolg van de forse schulden in de privésector.

Met een nulrente of een rente die met de grenzen ervan flirt, wordt de zogenaamde “liquiditeitsval” een reëel gevaar. Die term wordt gebruikt voor de situatie waarin het monetaire beleid niet langer in staat is om de economie te stimuleren, aangezien de rente nu eenmaal niet ver onder nul kan zakken. Indien een dergelijke situatie gepaard gaat met een te lage inflatie, kan de reële rente nog altijd te hoog zijn om de investeringsvraag duurzaam aan te zwengelen. Op dit moment is het zo dat echt niemand weet wat in de toekomst zal gebeuren. Het is goed mogelijk dat de wereldwijde economie nu begint te versnellen en de komende jaren boven haar potentiële groei kan uitstijgen. Maar er is net zo goed een reële kans  dat de forse schulden van de privésector en de toenemende vergrijzing ervoor zullen zorgen dat de groei en de inflatie wereldwijd op een oncomfortabel laag niveau blijven. In dat geval zullen de centrale banken hun huidige beleid moeten voortzetten en zelfs nog meer geld moeten bijdrukken in een poging om inflatie te creëren en zo de reële rente lager te duwen. Hogere inflatiestreefdoelen vooropzetten kan helpen om dit doel te bereiken.  

Maar hoewel dit agressieve monetaire beleid misschien kan werken voor een welbepaald land of een welbepaalde regio, zou dit wel eens ten kosten kunnen gaan van de rest van de wereld. Deze visie stemt overeen met de resultaten van nieuw onderzoek waaruit blijkt dat landen die in een liquiditeitsval zitten daarin ook andere landen kunnen meesleuren, zodat uiteindelijk de hele wereld er last van heeft. Met andere woorden een ultrasoepel monetair beleid in één bepaalde regio is eigenlijk een “beggar thy neighbour” beleid dat door een fors zwakkere wisselkoers een negatieve impact heeft op de rest van de wereld. Dit betekent niet noodzakelijk dat de centrale banken dit instrument totaal niet meer zouden mogen gebruiken, zoals soms wel eens wordt geopperd. Want meer dan waarschijnlijk zou daardoor het deflatiegevaar in de toekomst nog stijgen.

Maar is het dan niet zo dat de beleidsmakers eigenlijk geen munitie meer hebben nu de rente zo diep gezakt is en nu de overheidsschulden al zo hoog oplopen? Ook op deze vraag is het antwoord wellicht “neen”, want centrale banken en regeringen zitten eigenlijk nooit zonder munitie als ze maar samenwerken om de deflatie te bestrijden. Een toenemend aantal vooraanstaande economisten denkt in dit verband aan “helikoptergeld” (de term werd voor het eerst gebruikt door Milton Friedman). Het betekent eigenlijk dat de begrotingsuitgaven onmiddellijk worden gefinancierd door geld bij te drukken. Dat betekent evenwel niet dat dit instrument nu snel deel zal gaan uitmaken van de standard gereedschapskist van de centrale banken en de regeringen. Zoals we eerder aangaven, wijzen de voorlopende indicatoren er immers niet op dat de wereldwijde economie aan het terugvallen is in een recessie en ons basisscenario gaat nog altijd niet uit van deflatie.

Toch valt het ook niet volledig uit te sluiten dat centrale banken en regeringen naar dit instrument zullen moeten grijpen in de toekomst. In het huidige economische klimaat kan elke nieuwe schok de prijzen immers weer doen dalen en een rem zetten op de economische activiteit. Bovendien is niet erg duidelijk hoe snel de automatisering en de veel besproken disruptieve digitale transformatie eigenlijk zullen verlopen, en al helemaal niet welke gevolgen ze zullen hebben op de prijzen, de tewerkstelling en de ongelijkheid in de samenleving. De combinatie van al die factoren kan ertoe leiden dat de deflatiedreiging langer aanhoudt, zodat de monetaire beleidsmakers en de regeringen in de hele wereld nog inventiever moeten worden. Die innovatieve beleidsinstrumenten zouden de komende jaren dus wel eens één van de centrale thema’s kunnen worden op de jaarlijkse Jacques Polak conferentie van het IMF.

Mail