vrijdag 14/12/2018

Top Header

Talen

De Chinese rivier oversteken

Chief Economist

Sinds China de economische hervormingen doorgevoerd heeft, ging de overstap van een centrale planeconomie naar een markteconomie gepaard met indrukwekkende groeicijfers. Volgens Deng Xiaoping heeft China altijd al een pragmatische en progressieve koers gevaren, maar desondanks zal het een moeilijke opdracht worden om de Chinese rivier succesvol over te steken.

Vorige week publiceerde China zijn groeicijfer voor het derde kwartaal. Dat kwam uit op 6,9%, iets lager dan de 7% van de eerste jaarhelft, maar iets hoger dan de vooropgezette consensus van 6,8%. Maar uiteindelijk zegt dat cijfer niets. Zoals we al eerder aangaven, moeten de officiële Chinese cijfers altijd met een stevig korreltje zout worden genomen. Diverse graadmeters, zoals de elektriciteitsproductie en het vrachtvervoer, laten uitschijnen dat de economische groei de jongste tijd fors is overschat. Tegelijk zullen stimuleringsmaatregelen, zoals de renteverlaging, de verlaging van de belastingen bij de aankoop van wagens, infrastructuurprojecten en lagere eerste afbetalingen voor mensen die voor het eerst een huis kopen, er wellicht toe bijdragen dat een harde landing van de Chinese economie kan worden vermeden. De nieuwe versnelling van het aantal verstrekte kredieten is in dit opzicht alvast bemoedigend. Toch blijven de vooruitzichten op middellange en lange termijn ons wat zorgen baren aangezien het normaal gezien steeds moeilijker zal zijn om structurele hervormingen hand in hand te laten gaan met een sterke groei.

Sinds China in 1978 van start ging met economische hervormingen ging de overstap van een centrale planeconomie naar een markteconomie gepaard met indrukwekkende groeicijfers. Het transitieproces is trouwens nog lang niet volledig afgerond. Waarnemers kunnen in dit verband best niet uitgaan van een “big bang”. Met uitzondering van de veranderingen rond 1993 is er in China immers altijd sprake geweest van een pragmatische, experimentele en geleidelijke aanpak. Of om het met de woorden van Deng Xiaoping te zeggen: “de rivier oversteken door naar de stenen te tasten”. Deze benadering staat in schril contrast met het schoktherapiemodel dat werd gebruikt in Oost-Europa en Rusland, waar heel snelle hervormingen op basis van de “Washington consensus” in eerste instantie hebben geleid tot een langdurige terugval van de economische activiteit en tot sociale opstand.

Na 2010 begon China aan een nieuwe fase van hervormingen. Na  Deng Xiaoping, Zhao Ziyang en Zhu Rongji heeft de huidige president Xi Jinping zich eveneens geprofileerd als een hervormer. De vroegere eerste minister Wen Jibao noemde de Chinese economie al in 2007 onstabiel, onevenwichtig, ongecoördineerd en niet duurzaam, maar door de grote recessie die kort nadien volgde, kon hij daartegen geen actie ondernemen. De hervormingsplannen van Xi Jinping werden bekendgemaakt op de derde plenaire vergadering van de communistische partij in november 2013.  Sindsdien is op verschillende domeinen, zoals de liberalisering van de rente, de sociale zekerheid, de administratieve vereenvoudiging en de hervorming van de banken en het fiscale stelsel, aanzienlijke vooruitgang geboekt. Bovendien werden de eerste stappen gezet in de richting van een meer flexibele wisselkoers en kapitaalrekening. Het was van meet af aan duidelijk dat dit allemaal niet zo gemakkelijk zou zijn. Dat werd ook duidelijk geïllustreerd bij de kleine devaluatie van de renminbi (RMB) tijdens de zomer. Ook blijkt uit de rol die de regering speelde bij de recente forse koersstijgingen en –dalingen op de beurs, dat China nog een lange weg heeft te gaan als het de markt een doorslaggevendere rol wil laten spelen, wat nochtans de belangrijkste boodschap was van de plenaire vergadering van twee jaar geleden. Maar niemand kan ontkennen dat er echte vooruitgang is geboekt. Daarom moeten we misschien de klunzige aanpak van de ontwikkelingen op de aandelenmarkten vergeven als we naar het grotere plaatje kijken.

Ondanks overtuigende signalen van een sterkere terugval, gewaagt het officiële cijfer nog steeds van een economische groei van “rond” de 7%, het cijfer dat ook als streefdoel is vooropgezet. Een en ander zal deze week veel aandacht krijgen bij de gesprekken van de beleidsverantwoordelijken over het 13de vijfjarenplan. Ideaal zou zijn dat ze dat streefcijfer laten vallen om volledig de focus te leggen op het streven naar een evenwichtigere economie. Maar de kans dat dit zal gebeuren is behoorlijk klein, aangezien de politieke verantwoordelijken blijven onderstrepen dat een groei van om en bij de 7% nodig is om tegen 2020 de levensstandaard te verdubbelen ten opzichte van 2010. We zijn er al bij al lang niet van overtuigd dat dit mogelijk zal zijn zonder de vooruitgang rond de structurele hervormingen af te remmen. Met andere woorden: pogingen om zowel een groeicijfer van rond de 7% aan te houden als structurele hervormingen door te blijven voeren, zullen wellicht leiden tot een beleid van “afwisselend gas geven en op de rem staan”, zodat ook de vrees voor een harde landing niet dadelijk zal wegebben. De beleidsmakers zouden er natuurlijk voor kunnen opteren om voorts de officiële groeicijfers te blijven opsmukken, maar dat zal vanzelfsprekend de bezorgde vragen over hoe snel de Chinese economie nu echt groeit, niet doen verdwijnen. Hoeveel bruggen China de jongste twee decennia ook heeft gebouwd, het lijkt nog altijd een erg moeilijke opdracht om de Chinese rivier over te steken.

Mail