maandag 21/10/2019

Top Header

Talen

De meerwaardebelasting op aandelen: de visie van de econoom en van de jurist

De meerwaardebelasting op aandelen is een zeer complexe materie. Ze moet dan ook benaderd worden vanuit een juridisch en een financieel standpunt. Door Bruno Colmant.

Een Belgische onderneming bestaat niet voor zichzelf: ze is een abstracte economische entiteit ondanks haar eigen rechtspersoonlijkheid. Ze maakt winst voor haar aandeelhouders die, in fine, altijd natuurlijke personen zijn. Die winst wordt normaal gezien dubbel belast. Eerst door de vennootschapsbelasting en vervolgens door de personenbelasting, namelijk de roerende voorheffing die wordt ingehouden bij de uitkering van dividenden.

In navolging van de belastinghervorming van 1919, had de wetgever van 1962 gesteld dat de meerwaarde op aandelen beheerd als ‘goede huisvader’ vrijgesteld is van belasting (behoudens bepaalde uitzonderingen). De reden van die vrijstelling is dat de verkoop van een aandeel het collectieve vermogen van een onderneming niet wijzigt maar dat deel van haar eigendom overgedragen wordt naar een andere aandeelhouder. Met andere woorden, het realiseren van een meerwaarde creëert geen nieuwe belastbare materie maar verplaatst die onaangetast van de ene naar de andere aandeelhouder.

Uiteraard kun je niet ontkennen dat de verkoper van een aandeel een meerwaarde realiseert ten opzichte van de oorspronkelijke aankoopprijs, maar daartegenover staat dat de koper meer betaald heeft voor de aanschaf van het aandeel. Het is dus niet de eigendomsoverdracht die aan de grondslag ligt van de vermogenstoename maar dat wat de waardestijging van het aandeel veroorzaakt. Die waardestijging van het aandeel komt overeen met de huidige of toekomstige winsten van de onderneming. Die winsten zijn of waren onderworpen aan de vennootschapsbelasting en vervolgens aan de roerende voorheffing. Meerwaarden belasten zou dus een dubbele belasting met zich meebrengen. Daaruit zou je bijgevolg kunnen afleiden dat als een jurist een meerwaarde vaststelt, de econoom die niet ziet omdat ze gelijkgesteld wordt met een som van dividenden.

Je kunt de dingen vanuit een andere hoek bekijken. De waarde van een aandeel is altijd gelijk aan de geactualiseerde waarde (dat wil zeggen in euro uitgedrukt dankzij een actualiseringsrente) van de verhoopte toekomstige dividenden. Spijtig genoeg is het onmogelijk om de toekomstige dividenden nauwkeurig te voorspellen. De inherente onzekerheid wordt gecompenseerd door de verdiscontering aan een percentage die, ex ante, twee factoren weergeeft, namelijk een risicovrije rente en een risicopremie die het idiosyncratische risico weerspiegelt (dat wil zeggen: zonder een mogelijke diversificatie). Een meerwaarde is dus enkel het verschil tussen de verdiscontering van verhoopte toekomstige inkomsten op het moment van aankoop en op het moment van verkoop van het actief. Indien die inkomsten passend belast worden, leidt de meerwaardebelasting onvermijdelijk tot een dubbele belasting. Je zou kunnen aanvoeren dat een meerwaarde enkel het gevolg kan zijn van een daling van de actualiseringsrente, maar dan zou dat verschil de graad van toegenomen juistheid van de dividenden meten en dus van hun belasting. Anders verwoord: een meerwaarde die uitsluitend gelinkt is aan een renteschommeling, weerspiegelt de geloofwaardigheid van en de afstand in de tijd tot de toekomstige winsten van de onderneming.  

Laten we een heel eenvoudig voorbeeld nemen om dat fenomeen te illustreren, waarbij we uitgaan van een stabiel verwacht rendement op een aandeel van 5%. We veronderstellen ook dat de roerende voorheffing en de eventuele meerwaardebelasting 25% bedragen.

Een aandeel genereert voortdurend een stabiel dividend van 10. Op basis van financiële wiskunde is de waarde van het aandeel gelijk aan 200 (dividend van 10 gedeeld door het rendement van 5%). Elk jaar zal de eigenaar van het aandeel een roerende voorheffing betalen van 25%. Toegepast op het dividend van 10 is dat dus 2,5.

Laten we veronderstellen dat het dividend plots vastgesteld wordt op 12. De waarde van het aandeel past zich dan automatisch aan en wordt gelijk aan 240 (dus 12 gedeeld door 5%). De aandeelhouder beslist dan om het aandeel te verkopen om de meerwaarde van 40 te innen (dus 240-200). In de veronderstelling dat dit aandeel aan 25% belasting onderworpen is, komt dit overeen met 10 (25% op 40).

In theorie zal de koper van het aandeel dus voortaan een dividend van 12 ontvangen. Op dat dividend van 12 zal hij 25% roerende voorheffing betalen, dus 3. In vergelijking tot de vorige aandeelhouder is de belasting op het dividend van 2,5 naar 3 gestegen, een jaarlijkse toename van 0,5.

En wat is de geactualiseerde waarde (namelijk cumulatief teruggebracht naar vandaag) van deze 0,5? Die is exact 10, of 0,5 gedeeld door 5%, het bedrag van de meerwaardebelasting gedragen door de verkoper. Met andere woorden, de koper zal opnieuw de meerwaardebelasting betalen. Die belasting zal niet in een keer verrekend worden maar gespreid in de tijd.  

Het belasten van meerwaarden zou onvermijdelijk leiden tot een dubbele belasting in de tijd.

Tot besluit, de meerwaardebelasting zal altijd de jurist en de econoom tegenover elkaar stellen. Voor de jurist verschilt de meerwaarde van een inkomen, dat voortkomt uit een actief zonder wijziging van zijn substantie. Voor de econoom is de meerwaarde slechts de som van de vroegere en toekomstige inkomsten die gecumuleerd en op een bepaald moment uitgekeerd worden. Die twee visies zijn moeilijk te verzoenen. Daarom is het onmogelijk te beslissen of de meerwaardebelasting een bron is van billijke belastingheffing of van economische inefficiëntie.

Mail