donderdag 19/09/2019

Top Header

Talen

Monthly Market News

Investment Desk Analyst

Het was in april windstil bij de centrale banken, terwijl er ook weinig bewoog in het brexitdossier en in de handelsbesprekingen tussen de VS en China. Zo konden de bedrijfsresultaten met alle aandacht gaan lopen. Onze expert, Johan Gallopyn, analyseert voor u de gebeurtenissen op de aandelen-, obligatie-, valuta- en grondstoffenmarkten van de afgelopen maand.

Aandelenmarkten: bedrijfsresultaten in de kijker

De aandelenmarkten breiden vorige maand een vervolg aan hun sterke prestatie van het eerste kwartaal. In april gingen de aandelen van de eurozone (MSCI EMU) 5,1% hoger. Amerikaanse aandelen zetten een vergelijkbare prestatie neer, terwijl de S&P500 en Nasdaq indices nieuwe historische records optekenden. Naast de thema’s die de afgelopen maanden al speelden – soepelere centrale banken, geen verdere escalatie in het handelsconflict tussen de VS en China, stabilisering van de economische groei – reageert de markt gunstig op de publicatie van de resultaten die ‘minder slecht dan gevreesd’ zijn. In de Verenigde Staten had ruim 40% van de bedrijven van de S&P500 zijn resultaten bekendgemaakt per eind april. Nadat de verwachtingen in de loop van de voorbije maanden fors naar beneden waren bijgesteld, overtreft nu een meer dan gemiddeld aantal bedrijven de vooropgestelde cijfers. De winstgroei voor het kwartaal blijft niettemin negatief voor de index als geheel (-2,3% momenteel). De omzetgroei komt uit op +5,1%, wat grotendeels overeenkomt met de verwachtingen. De bedrijven blijven vrij voorzichtig in hun commentaren voor de komende kwartalen. In Europa overtreffen de resultaten voor de bedrijven van de Stoxx600 eveneens de verwachtingen, maar in mindere mate dan in de VS. In Europa is de winstgroei over het eerste kwartaal tot dusver wel positief (+4%) bij een omzetgroei die ook 4% bedraagt. De markt wordt ook ondersteund door de recordbedragen die de bedrijven spenderen aan de inkoop van eigen aandelen.

 

Obligatiemarkten: stabiel

De obligatiemarkten bleven in april vrij stabiel. De Duitse 10-jarige rente bleef rond het nulpunt schommelen, de Amerikaanse 10-jarige rente rond 2,5%. Ook toen op het einde van de maand een beter dan verwacht bbp-cijfer van 3,2% voor het eerste kwartaal werd gepubliceerd, leidde dat bij de Amerikaanse obligatierente nauwelijks tot opwaartse druk. De verklaring daarvoor is dat op het groeicijfer een inflatiecijfer (kerninflatie PCE) volgde dat terugviel naar 1,6%, het laagste niveau in 14 maanden. De spread van de Italiaanse overheidsobligaties maakte in de loop van de maand een opsprong van ruim 30 basispunten ten opzichte van de Duitse obligaties. De markt was niet helemaal gerust in de aangekondigde herziening van de kredietwaardigheidsrating van Italië door Standard & Poor’s. Die rating stond op BBB (het voorlaatste niveau van ‘investment grade’), maar door de tegenvallende economische groei in de voorbije twee kwartalen (technische recessie) en het begrotingstekort dat hoger dan verwacht zal uitkomen dit jaar, behoorde een neerwaartse aanpassing tot de mogelijkheden. S&P bevestigde evenwel haar rating op BBB met negatieve outlook, waardoor de spread opnieuw wat nauwer werd. De parlementsverkiezingen in Spanje leverden een overwinning op voor de socialistische PSOE van premier Sanchez. De kans is groot dat Spanje opnieuw afstevent op een langdurige regeringsvorming. Op de obligatiemarkt bleven Spaanse overheidsobligaties onverstoord. De spreads van bedrijfsobligaties zetten hun dalende trend sinds begin dit jaar voort, zowel in het ‘investment grade’-segment als in het ‘high yield’-segment.

 

Centrale banken en monetair beleid: meer voorzichtigheid

Op het gebied van nieuws over de centrale banken was april een rustige maand. De Japanse centrale bank was wat concreter dan voordien en stelde dat ze haar kortetermijnrente en haar langetermijnrentedoelstelling nog minstens een jaar onveranderd zou laten. De Zweedse centrale bank verhoogde in december voor het eerst in zeven jaar haar kortetermijnrente en bevestigde in februari nog dat zij de normalisering van de monetaire politiek geleidelijk zou voortzetten. De voorbije maand vervoegde de Riksbank echter de andere centrale banken in een soepeler rentevooruitzicht door te stellen dat een nieuwe renteverhoging pas eind dit jaar of begin volgend jaar mogelijk is. Het was echter vooral de aankondiging dat in juli een nieuw aankoopprogramma voor overheidsobligaties van start zal gaan, die de markt verraste. Met dat programma, dat tot eind 2020 zal lopen, is een bedrag van 45 miljard SEK gemoeid. Voorts stelt ook de Canadese centrale bank geen renteverhogingen meer in het vooruitzicht.

 

Deviezen: zwakkere munten uit Emerging markets

De dollar bleef sterk tegenover de voornaamste andere munten en bereikte in de afgelopen maand tegenover de euro zijn hoogste niveau sinds 2 jaar. De sterkte van de Amerikaanse munt is voor een deel toe te schrijven aan de algemeen betere economische indicatoren voor de VS in vergelijking met andere regio’s en moet ook worden gezien als tegenhanger van zwakke munten in een aantal Emerging markets. Die muntzwakte blijft grotendeels beperkt tot een aantal zwakke leerlingen in de klas, zoals de Turkse Lira en de Argentijnse Peso die er respectievelijk 6,0% en 2,1% op achteruitgingen tegenover de euro. Beide landen blijven zeer afhankelijk van externe financiering van hun schulden en kampen daarnaast met politieke onzekerheden. De Zweedse Kroon verzwakte tegenover de euro (-2,1%) na de onverwachte beslissing van de centrale bank. Veilige havens zoals de Zwitserse frank en de Japanse Yen waren zwakker. Het Britse pond moest ook wat terrein prijsgeven na een tweede uitstel van de brexit-deadline, een uitstel dat het aantal mogelijke scenario’s weer doet toenemen en de onzekerheid dus groter maakt.

 

Grondstoffen: olieprijs op hoogste niveau in zes maanden

De olieprijs steeg verder in april (+6,4% in USD) en bereikte in de loop van de maand even 75 dollar per vat. Begin dit jaar bevond de prijs zich nog net boven 50 dollar. De stijging van vorige maand is grotendeels toe te schrijven aan het aflopen van vrijstellingen op het Iraanse olie-embargo die de Amerikaanse regering in november vorig jaar aan een aantal landen had toegekend. Die vrijstellingen waren bedoeld als tijdelijke maatregel, maar toen ze niet werden verlengd kwam dat toch als een verrassing gezien de al vrij hoge olieprijs. Naar het einde van de maand toe viel de prijs wat terug nadat president Trump de OPEC zou hebben gevraagd om het aanbod op peil te houden.  Een beslissing over het verlengen van de productiebeperkingen van OPEC+ na juni is er nog niet, maar commentaren van Saoedi-Arabië wijzen in die richting. De sterkte van de olieprijs werd niet weerspiegeld in andere grondstoffen. De industriële metalen gingen lager ondanks een aantal betere economische cijfers van China, waar de markt evenwel al op had geanticipeerd. Ook de goudprijs moest terrein prijsgeven omdat de beleggers minder belangstelling hadden voor beleggingen die gelden als ‘veilige haven’.

 

MSCI indices: source MSCI. Neither MSCI nor any other party involved in or related to compiling, computing or creating the MSCI data makes any express or implied warranties or representations with respect to such data (or the results to be obtained by the use thereof), and all such parties hereby expressly disclaim all warranties of originality, accuracy, completeness, merchantability or fitness for a particular purpose with respect to any of such data. Without limiting any of the foregoing, in no event shall MSCI, any of its affiliates or any third party involved in or related to compiling, computing or creating the data have any liability for any direct, indirect, special, punitive, consequential or any other damages (including lost profits) even if notified of the possibility of such damages. No further distribution or dissemination of the MSCI data is permitted without MSCI’s express written consent.

Mail