zaterdag 17/11/2018

Top Header

Talen

Als de groeilanden niezen, is de hele wereld dan weldra verkouden?

De voorbije maanden waren woelig voor de groeilanden. De MSCI EM index moest in dollartermen 12% prijsgeven, terwijl de Turkse MSCI index 55% lager noteerde. Bij de munten ging de waarde van de Braziliaanse real en Zuid-Afrikaanse rand respectievelijk met 13% en 16% omlaag, terwijl de Turkse lira 40% en de Argentijnse peso maar liefst 48% aan waarde hebben ingeboet. Zelfs als we de extreme situatie in Venezuela buiten beschouwing laten, zijn de verliescijfers aanzienlijk. Als we het universum van de groeilanden van naderbij bekijken, is er meer aan de hand dan de problemen in Argentinië en Turkije, die allebei al een tijdje smachten naar externe financiële steun. Besmettingsgevaar lonkt om de hoek.

Bovendien beginnen de problemen in de groeilanden te wegen op de ontwikkelde landen. Dat het volledige universum van de groeilanden in zwaar weer is terechtgekomen, heeft diverse oorzaken. Zo is er grote bezorgdheid over het vooruitzicht dat de centrale banken wereldwijd een strakker monetair beleid zullen voeren onder impuls van de hogere beleidsrente van de Fed. Nog een heikel punt is de vertraging van de Chinese groei. Bovendien krijgen de groeilanden af te rekenen met een sterke dollar, doet het protectionisme veel vragen rijzen en staan de grondstoffenmarkten ook nog eens onder druk. Maar hoe groot is het risico dat de problemen in Argentinië en Turkije zullen uitdijen naar de overige groeilanden en de rest van de wereld? Als de groeilanden niezen, is de hele wereld dan weldra verkouden? In deze blogpost gaan we dieper in op het besmettingsrisico vanuit de groeilanden. We laten daarvoor enkele scenario’s de revue passeren die zich de afgelopen decennia hebben voltrokken.

We staan eerst stil bij de Mexicaanse pesocrisis van 1994. Die was het gevolg van een monetair en fiscaal beleid dat door de vaste wisselkoers van de Mexicaanse peso tegenover de dollar onhoudbaar was geworden. Mexico zag zich genoodzaakt om de eigen munt te devalueren. Die maatregel verraste de markten die heftig reageerden. Er ontstond een paniekgolf die zich ook van andere groeilanden meester maakte, vooral dan in Latijns-Amerika. Nauwelijks een paar jaar later wankelde de positie van Thailand na een periode van explosieve kredietgroei in de vastgoedsector, waarbij hoofdzakelijk een beroep werd gedaan op leningen van buitenlandse financiële instellingen. Het bankroet van de eigen financiële instellingen en speculatieve aanvallen op de nationale munt dwongen Thailand ertoe om de munt te laten zweven. De Aziatische crisis van 1997 verspreidde zich naar landen die een gelijkaardig economisch weefsel hadden als Thailand. Maleisië, Indonesië en de Filippijnen ondergingen hetzelfde lot. Andere munten uit de regio kregen af te rekenen met een speculatiegolf. De financiële crisis duwde de Oost-Aziatische regio in een recessie met overloopeffecten naar de rest van de wereld, de ontwikkelde landen inbegrepen. Vooral Japan deelde in de klappen aangezien zijn economie kwetsbaar bleef na een langdurige periode van matige groei. Op het eerste gezicht lijkt de Grote Financiële Crisis van 2008 in de ontwikkelde landen te zijn ontstaan. De groeilanden speelden echter een belangrijke rol in de aanloop naar die crisis. In de nasleep van de crisissen aan het eind van de jaren ’90 maakten de groeilanden dankbaar gebruik van de relatief goede economische omstandigheden wereldwijd om hun economische en financiële fundamenten te versterken. Vele onder hen voerden flexibele wisselkoersen in, bouwden aanzienlijke geldreserves op en voorzagen in diverse financiële vangnetten. Maar, doordat ze grotere reserves aanlegden, stimuleerden de groeilanden ook de wereldwijde vraag naar veilige activa. Daardoor kwam de Amerikaanse rente behoorlijk onder neerwaartse druk te staan. Onder impuls van die druk steeg de vraag naar hoogrentende gestructureerde producten, wat rampzalig bleek voor het wereldwijde financiële systeem. Toen de financiële crisis uitbrak, gevolgd door de Grote Recessie, gingen tal van groeilanden mee onderuit. De les die we daaruit kunnen trekken, is dat de groeilanden steeds nauwer betrokken zijn bij de wereldeconomie. Nog een belangrijke periode is de Taper Tantrum van 2013, toen de uitspraken van Ben Bernanke over het uitdoven van de opkopen van Amerikaanse activa de Amerikaanse rente deden stijgen en  een massale verkoop van activa uit de groeilanden uitlokten. Tijdens de daaropvolgende periodes van volatiliteit was er evenwel veel meer marktdifferentiatie: beleggers hadden vooral oog voor landen met een grote behoefte aan extern kapitaal. Het ging dan meer bepaald om de probleemlanden Brazilië, India, Indonesië, Turkije en Zuid-Afrika, die samen ook de Fragiele Vijf worden genoemd.

We kunnen hieruit drie belangrijke conclusies trekken.

  • Ten eerste is de verkoopgolf van activa momenteel weliswaar aanzienlijk, maar niet te vergelijken met die van voorbije crisissen. Maar onder invloed ervan zijn de activa wel aantrekkelijker gewaardeerd in de groeilanden. Dat neemt niet weg dat de moeilijke context van een strakkere monetaire politiek wereldwijd, de protectionistische risico’s en de Chinese groeivertraging niet meteen zal verdwijnen. Bijgevolg zijn de problemen voor de groeilanden nog niet van de baan.
  • Ten tweede vormen de groeilanden het kloppende hart van de wereldwijde economie. Als de motor er sputtert, dan is dat nefast voor de hele wereldeconomie. Gelet op het almaar grotere belang van de groeilanden in de wereldeconomie en hun omvang, geldt dat meer dan ooit.
  • Ten derde hebben voorbije crisissen in de groeilanden aangetoond dat, indien er een schokgolf doorheen een bepaalde economie gaat, er dan altijd een besmettingsgevaar is voor de andere groeilanden. Dat scenario voltrok zich in Mexico in 1994 en in Thailand in 1997. Bovendien kan de marktverwachting ook een uit zichzelf verwezenlijkende crisis uitlokken, zoals eind de jaren ‘90 bleek toen een reeks speculatieve aanvallen leidde tot de Aziatische Financiële crisis. De nasleep van het Taper Tantrum van 2013 heeft echter geleerd dat toegenomen marktdifferentiatie in de groeilanden ook mogelijk is, als de rust is teruggekeerd.

Dat is een belangrijke les voor de gebeurtenissen van vandaag: niet alle groeilanden zitten in hetzelfde schuitje. Rekening houdend met de grote verschillen in het universum van de groeilanden, is dat ook niet verwonderlijk.

 

Mail