vrijdag 12/10/2018

Top Header

Talen

Hoe groot zijn de regionale economische verschillen in ons land?

Net als in vele landen, zijn er ook in België grote regionale economische verschillen. Nadat de Vlaamse economie sinds de jaren ’60 structureel sneller groeide dan de Waalse, werd Vlaanderen begin de jaren ’70 de meer welvarende regio. Sindsdien is het verschil in groeitempo tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel soms groter, soms kleiner. In deze bijdrage zetten de economen van Degroof Petercam enkele socio-economische indicatoren rond tewerkstelling naast elkaar. Ze gaan ook in op de factoren die er voor zorgden dat de Vlaamse economie een voorsprong kon uitbouwen en op welke de aandachtspunten zijn voor de toekomst.

Sinds de jaren zestig groeit de Vlaamse economie systematisch sneller dan de Waalse economie. Als gevolg daarvan stak Vlaanderen Wallonië ergens begin de jaren zeventig voorbij als welvarendste regio. Terwijl de Vlaamse levensstandaard in 1955 nog 10% lager lag dan die in Wallonië, zijn de rollen nu omgekeerd. Vandaag is het bruto regionaal product per inwoner in Vlaanderen ruim 20% hoger dan in Wallonië. Het cijfer voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt nog veel hoger. Voor Brussel is dat cijfer natuurlijk vertekend. Vlamingen en Walen die in Brussel werken, dragen bij tot het Brussels regionaal product, maar zij spenderen hun arbeidsinkomen hoofdzakelijk in het gewest waar ze wonen. Gecorrigeerd voor pendel- stromen bedraagt het Brussels regionaal product per inwoner circa 10% minder dan in Vlaanderen.

De divergentie in groeiprestaties vertaalde zich de afgelopen decennia eveneens in fors uiteenlopende evoluties op de arbeidsmarkt. Voor alle duidelijkheid: economische verschillen in diverse geografische zones van eenzelfde land zijn geenszins abnormaal. België vormt in dat opzicht geen uitzondering. Zo zijn sommige Waalse arrondissementen rijker dan Vlaamse. En ook achter de globale Vlaamse arbeidsmarktprestaties schuilt een grote lokale diversiteit.

Historische verklaring verschillen

Wallonië was tussen 1860 en 1880, dankzij de steenkool en het ijzererts, een van de allerrijkste regio’s ter wereld. Die periode was voor de Vlaamse economie zeer moeilijk. Na de scheiding der Nederlanden in 1830 vertrok de helft van de Antwerpse vloot naar Rotterdam. En de textielindustrie, toen goed voor een derde van de tewerkstelling, werd weggeconcurreerd door Engeland. De opgelopen economische achterstand van Wallonië in de voorbije decennia is vooral een gevolg van de geleidelijke teloorgang van oude industrieën in de naoorlogse periode. Vanaf midden jaren vijftig traden nieuwe energiebronnen op het voorplan die de Waalse steenkoolindustrie grote schade toebrachten. Bovendien was er lang sprake van een defensief overheidsbeleid in de Waalse staalen metaalnijverheid, waardoor de economische omschakeling grote vertraging opliep. Het economische zwaartepunt van ons land verschoof geleidelijk naar Vlaanderen, onder andere dankzij de lagere lonen, de goede bereikbaarheid door de aanwezigheid van belangrijke zeehavens en dankzij een relatief jonge bevolking. Zo profiteerde Vlaanderen door agglomeratie-effecten van de globaliseringsgolf vanaf begin jaren tachtig en slaagde ze erin buitenlandse ondernemingen aan te trekken in kennisintensieve sectoren zoals de chemische en farmaceutische nijverheid.

Het groeisurplus van Vlaanderen ten opzichte van Wallonië en Brussel verkleinde wel stelselmatig over de opeenvolgende decennia sinds 1960. Tijdens de eerste tien jaar van het nieuwe millennium viel er zelfs geen verschil waar te nemen. Terwijl de groei in Vlaanderen terugviel, liet Wallonië een versnelling optekenen. Het Marshallplan wilde komaf maken met de traditionele ondersteuning van oude industrieën en zette met succes in op de ontwikkeling van nieuwe activiteiten in IT en farmacie.

De structurele economische verschillen tussen de regio’s
blijven groot. In Brussel en Wallonië is nog veel marge
om de lage arbeidsmarktparticipatie op te krikken.

De laatste jaren is het groeiverschil weliswaar weer opgelopen. Vooral Vlaanderen weet de exportprestaties op te krikken tegen de achtergrond van de verbeterende internationale conjunctuur. En in Wallonië zet de aanslepende politieke inertie nu een rem op het herstel. Met de verkiezingen van 2018 en 2019 voor de deur dreigt er kostbare tijd verloren te gaan. Dat is jammer, want het potentieel is wel degelijk aanwezig. Tot nader order blijven de structurele economische verschillen tussen de regio’s groot. Ter staving zetten we hieronder een aantal indicatoren op een rij. De toestand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een illustratie van een verschijnsel dat de ‘stedelijke paradox’ wordt genoemd. Europese grootsteden, waaronder ook Brussel, zijn uitgegroeid tot de motor van de groei in de Europese Unie. Maar ondanks de gecreëerde welvaart blijft de sociale kloof groot; ook al werpen de activeringsmaatregelen van de Brusselse regering de jongste jaren hun vruchten af.

Besluit

Hoewel het een wijdverspreid internationaal fenomeen is, blijven de regionale economische verschillen in ons land opvallend. De tewerkstelling in Vlaanderen loopt achter op de best presterende Europese landen, maar ze ligt nog altijd een stuk boven het niveau van Brussel en Wallonië. Er is bijgevolg nog veel marge om de lage arbeidsmarktparticipatie op te krikken. Dat veronderstelt dan wel blijvende arbeidsmarkthervormingen, investeringen in onderwijs en mobiliteit alsook slimme beleidskeuzes met betrekking tot de meest beloftevolle economische sectoren van de toekomst.

Ook benieuwd?
Download hier uw exemplaar in PDF-formaat.

 

 

Mail