woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

Monthly Market News

Investment Desk Analyst

Europese aandelen presteerden sterk in april en kunnen sinds begin dit jaar weer positieve cijfers voorleggen. De Amerikaanse obligatierente stijgt naar 3%. Onze expert Johan Gallopyn bekijkt de voornaamste gebeurtenissen van de voorbije maand voor aandelen-, obligatie- en deviezenmarkten.

Aandelenmarkten

Aandelen presteerden sterk in de maand april en de eurozone (MSCI EMU +4,9%) deed het beter dan de overige regio’s. De meeste aandelenmarkten zijn daarmee sinds begin dit jaar weer in positief terrein beland. De waardering en de versteviging van de dollar spelen in de kaart van de Europese aandelen. De Amerikaanse aandelen bleven wat achter de voorbije maand, nu de obligatierente het niveau van 3% bereikt heeft. Dat is weliswaar slechts een symbolische drempel, maar hij beïnvloedt wel de relatieve waardering van de Amerikaanse aandelen ten opzichte van obligaties. Dat is ook een de reden waarom het nochtans uitstekende resultatenseizoen in de VS enkel in een eerder gematigde koersreactie resulteert. De al eind april gepubliceerde winstcijfers voor de bedrijven van de S&P500 liggen maar liefst 23% hoger dan in het eerste kwartaal van vorig jaar. Indien de trend zich voortzet, zal dat de sterkste winstgroei opleveren in 10 jaar. De sterke prestatie is toe te schrijven aan de impact van de belastingverlaging die in het eerste kwartaal voor het eerst voelbaar is, maar ook aan de degelijke economische groei. Dat laatste blijkt uit de gerapporteerde omzet die eveneens boven de verwachtingen uitkwam. Ook in Europa overtreffen de cijfers de verwachtingen; al zijn ze wel minder uitgesproken dan in de VS. De Emerging markets presteerden in het algemeen minder goed door de sterkere dollar; al kon de Aziatische regio (MSCI EM Asia +0,1% in euro) net het hoofd boven water houden, terwijl de Oost-Europese regio (MSCI EM Eastern Europe -4,8% in euro) fors achteruit moest door de val van de Russische aandelen en munt.

 

Obligatiemarkten

In de loop van de maand april steeg de Amerikaanse 10-jarige rente even boven de 3% uit. Sinds begin dit jaar is de langetermijnrente er al met 55 basispunten toegenomen. Door de signalen van een sneller dan verwachte stijging van de onderliggende inflatie zijn de markten een sneller stijgingsritme van de kortetermijnrente gaan verwachten. De Europese rente volgt die trend niet. De 10-jarige Duitse rente steeg in april slechts 6 basispunten en sinds begin dit jaar ligt de rente nog maar 13 basispunten hoger. Het verschillend groeimomentum en de daaruit volgende verwachtingen voor de monetaire politiek zijn daarvoor als belangrijke drijfveren aan te wijzen. De periferie-obligaties blijven goed presteren. De Italiaanse spreads tegenover Duitse obligaties nemen zelfs verder af, ondanks de politieke impasse waarin Italië zich bevindt. Twee maanden na de verkiezingen is er nog altijd geen aanzet tot een regering. Het scenario van nieuwe verkiezingen na de zomer kan niet uitgesloten worden. De bedrijfsobligaties zagen de spreads opnieuw afnemen en maakten daarmee een deel van de beweging van de maand ervoor ongedaan.

 

 
Centrale banken en monetair beleid

Op haar recentste vergadering erkende de Europese Centrale Bank dat de Europese economie een periode met tragere groei doormaakt, maar wees erop dat dit deels te maken kan hebben met tijdelijke factoren. Ze behield het vertrouwen dat de inflatie naar haar doelstelling van 2% zal evolueren. De vooruitzichten voor de monetaire politiek blijven dus ongewijzigd. De voorzichtige bewoordingen van voorzitter Draghi kunnen er echter op wijzen dat de ECB pas een maand later dan eerder verwacht (juli in plaats van juni) inzicht zal geven over hoe het aankoopprogramma voor obligaties zal evolueren na september. Na de economische cijfers die in de VS wijzen op een toenemende prijsdruk, gaat de markt ervan uit dat de Federal Reserve in haar commentaren vrij strikt zal blijven over de toekomstige monetaire politiek. Op basis van de Fed Fund futures wordt de kans op drie bijkomende renteverhogingen dit jaar geschat op bijna 50%, tegenover slechts 30% amper een maand geleden. De markt schat een nieuwe renteverhoging in juni alvast als hoogst waarschijnlijk in. De Bank of England ziet zich de voorbije periode geconfronteerd met tegenvallende economische cijfers, zowel wat inflatie als wat groei betreft. Een renteverhoging in de loop van de maand mei is daardoor twijfelachtig geworden.

 

Deviezen

De dollar profiteert dan toch van het rentevoordeel dat de munt biedt in vergelijking tot de meeste andere ‘grote’ munten. Tegenover de euro kwam het niveau van 1,20 in zicht op het einde van de maand. In de VS wijzen almaar meer indicatoren op een toenemende druk op de lonen wat tot een sneller tempo van renteverhogingen door de Fed kan leiden. In de eurozone daarentegen zal de recente afzwakking van de economische groei de centrale bank nog meer aanzetten om niet overhaast te werk te gaan bij de normalisering van de monetaire politiek. Nochtans kan de voorbije maand niet gesproken worden van een zwakke euro. Het Britse pond speelde een deel van de winst tegenover de euro van vorige maand kwijt omdat een renteverhoging deze maand minder waarschijnlijk wordt. De Zwitserse frank verzwakte eveneens tot 1,20 en bereikt daarmee het niveau van voor januari 2015, toen Zwitserland de koppeling aan de euro losliet. De Zweedse kroon moest verder stevig terrein prijsgeven (-3,0% tegenover de euro in april), waardoor het verlies sinds begin dit jaar al oploopt tot -7,7%. De Zweedse centrale bank blijft zeer voorzichtig in het licht van een lage inflatie en een afkoelende huizenmarkt, en stelde de verwachting voor een renteverhoging opnieuw uit naar eind dit jaar.

 


Grondstoffen

De Brent olieprijs bereikte even de grens van 75 dollar per vat, het hoogste niveau sinds eind 2014. De olievoorraden liggen stilaan weer op hun langetermijngemiddelde dankzij de sterke vraag door de wereldwijde economische groei en de productiebeperkingen van OPEC en Rusland. Daarnaast ziet het er steeds meer naar uit dat de VS de nucleaire deal met Iran zal opzeggen, wat de instabiliteit in de regio opnieuw kan doen toenemen. Bij de industriële metalen waren de bokkesprongen van de aluminiumprijs opvallend. De koers steeg van 2.000 naar 2.600 dollar per ton, om de maand af te sluiten rond 2.250 dollar per ton. De volatiliteit is het gevolg van de economische sancties die de VS afgekondigd heeft tegen Rusland naar aanleiding van het conflict in Syrië, en die ook een van de grootste aluminiumproducenten ter wereld (het Russische Rusal) treft. De overige industriële metalen waren gemengd. De goudprijs daalde opnieuw richting 1.300 dollar per ons, voornamelijk naar het einde van maand toe. Vooral de sterkere USD, maar ook de stijgende rente in de VS en de afnemende geopolitieke spanningen maken het edele metaal minder aantrekkelijk.

 

MSCI indices: source MSCI. Neither MSCI nor any other party involved in or related to compiling, computing or creating the MSCI data makes any express or implied warranties or representations with respect to such data (or the results to be obtained by the use thereof), and all such parties hereby expressly disclaim all warranties of originality, accuracy, completeness, merchantability or fitness for a particular purpose with respect to any of such data. Without limiting any of the foregoing, in no event shall MSCI, any of its affiliates or any third party involved in or related to compiling, computing or creating the data have any liability for any direct, indirect, special, punitive, consequential or any other damages (including lost profits) even if notified of the possibility of such damages. No further distribution or dissemination of the MSCI data is permitted without MSCI’s express written consent.

Mail