vrijdag 07/12/2018

Top Header

Talen

Is de Belgische overheidsschuld houdbaar?

Zopas is een nieuw boek van onze economen verschenen. Elke week belichten wij een prangend probleem dat in die twintig essentiële vragen aan bod komt.

 

Vandaag bedraagt de Belgische staatsschuld meer dan 100% van het jaarlijkse bbp, dus meer dan de welvaart die ons land op jaarbasis creëert. Een stuk daarvan wordt  geherfinancierd door de Europese Centrale Bank, die voor een deel van die staatsschuld de geldpersen doet draaien en zo de lasten voor de lidstaten van de eurozone wat lichter maakt.


 

Naast die expliciete schuld van zowat 440 miljard euro moeten wenog de impliciete overheidsschuld in rekening brengen. Het gaat hier over de toekomstige verplichtingen, hoofdzakelijk in de vorm van pensioenen en gezondheidszorg. Als we de huidige waarde van de toekomstige schuldenlasten over een horizon van 45 jaar bekijken, uitgedrukt in euro’s van 2015, komen we uit op ongeveer viermaal het bbp. We kunnen ons afvragen of een dergelijke staatsschuld wel houdbaar is. De meningen over de Belgische schuldgraad lopen sterk uiteen, van ‘buitensporig en zeer gevaarlijk’ tot ‘gemiddeld en niet relevant’. Zoals zo vaak ligt de waarheid ergens in het midden.
 

Dynamiek van de staatsschuld
Of de publieke schuldgraad een houdbare dynamiek vertoont, wordt in essentie bepaald door drie elementen: het gemiddelde rentepercentage dat wordt betaald op de uitstaande schuld, de economische groei uitgedrukt in nominale termen en het primaire budgettaire saldo (met andere woorden, het overheidssaldo exclusief rentelasten).

Concreet komt het erop neer dat bij een primair begrotingsevenwicht, zoals vandaag min of meer in België het geval is, de dynamiek afhangt van de economische groei (g) en de betaalde rente (i) op de uitstaande overheidsschuld. Wanneer g > i, daalt automatisch de schuldgraad. Volgens de recentste prognoses lijkt de Belgische economie de volgende jaren af te stevenen op een nominaal groeiritme van 2,5 à 3,5%. Dat is hoger dan de gemiddelde uitstaande rentelast, die vandaag iets meer dan 2% bedraagt. Zelfs een duidelijke
rentestijging zal dat niet onmiddellijk kunnen veranderen. De rente op de Belgische tienjarige overheidsobligaties bedraagt namelijk minder dan 1% op het moment van schrijven. Als er zich geen nieuwe recessie aandient, kunnen we er dus van uitgaan dat de Belgische schuldgraad de eerstvolgende jaren geleidelijk zal zakken. Natuurlijk maakt de verder toenemende vergrijzing het niet evident om jaar na jaar telkens een primair evenwicht voor te leggen.

 

De houdbaarheid van de publieke schuld
wordt in essentie bepaald door drie elementen:
de implicieterente, de economischegroei
en het primaire budgettaire saldo.



Binnenlandse spaartegoeden
Maar hiermee is de kous niet af. De vraag is ook op welke manier de overheidsschuld wordt gefinancierd. In dat verband is het relevant om een onderscheid te maken tussen de schulden in handen van de binnen- en buitenlandse crediteurs. In het eerste geval kan worden gesteld dat er belangrijke verdelingseffecten optreden, bijvoorbeeld van belastingbetalers naar interestgenieters of van toekomstige generaties naar de huidige generatie.

Binnenlandse spaartegoeden vormen een heel belangrijke stabiliserende factor in de financiering van de overheidsschuld. Dat kan rechtstreeks gebeuren als residenten een Belgische staatsbon kopen bijvoorbeeld, of onrechtstreeks gekanaliseerd via het bancaire mechanisme. In een extremere vorm van financiële regelgeving kan er zelfs sprake zijn van financiële repressie. België is tot nader order een land met een groot spaarsurplus. Alleen al op de Belgische spaarboekjes staat vandaag meer dan 250 miljard euro. De Leterme-bon, uitgegeven in december 2011, werd bijvoorbeeld een groot succes.

Onze staatsschuld wordt natuurlijk ook gefinancierd door buitenlandse geldschieters. Vandaag is ongeveer de helft van de Belgische overheidsschuld in buitenlandse handen. Voor die buitenlandse crediteurs is het dan weer belangrijk dat ze vertrouwen hebben in de terugbetalingscapaciteit van ons land en dus het economische beleid. Over het algemeen geldt dat leningen die het langetermijngroeipotentieel van onze economie gunstig beïnvloeden, zoals infrastructuur of onderwijs en ontwikkeling, positiever worden onthaald.

Schuldenaar versus schuldeiser
Samengevat kunnen we stellen dat de Belgische schuldgraad eerder hoog is in internationale vergelijkingen, maar dat de achterliggende dynamiek op dit moment niet onrustwekkend is. Bovendien spelen de grote binnenlandse spaarmiddelen een stabiliserende rol. Natuurlijk is het van belang dat de staatsschuld niet te ver oploopt. In het slechtst denkbare scenario zou het kunnen leiden tot een volledig verlies van vertrouwen in de solvabiliteit van ons land en in ons financiële systeem.

Besluit
In een boeiende verzameling teksten uit de jaren twintig en dertig over geld en economie wierp Keynes een verrassend heldere blik op de afbrokkeling van de koopkracht van geld. Volgens de Engelse econoom is dat geen toeval, want er liggen twee krachten aan de basis van het waardeverlies van geld: de armoede van regeringen en de politieke invloed van de schuldenaars. Anders gezegd, een buitensporige staatsschuld in combinatie met de moeilijkheid om ze te laten dragen door de burgers, zet de overheid ertoe aan geld te ontwaarden om de schuldaflossing te verlichten. Keynes vond inflatie onrechtvaardig en deflatie ongepast, waarmee hij wou zeggen dat deflatie het ergst van beide is.

Mail