woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

De opmerkelijke groeispurt van Centraal- en Oost-Europa

  • De groeiversnelling van de Europese economie was de verrassing van 2017.
  • Dankzij de sterke groeicijfers is voor veel landen in de regio, op enkele uitzonderingen na, de zogenaamde output gap gesloten en ligt een positieve output gap in het vooruitzicht.
  • Naast oververhitting zijn er nog belangrijkere risico’s aanwezig voor de regio.

 

  • De groeiversnelling van de Europese economie was de verrassing van 2017. Op jaarbasis groeide de Europese Unie met 2.3% en werden zo de groeiprognoses van velen economen overtroffen. Hoewel alle landen in de regio genieten van deze expansie, zijn er toch opmerkelijke verschillen onderling. Nergens is het herstel indrukwekkender dan in de opkomende landen van Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europa (grafiek 1). Tijdens het derde kwartaal van 2017 bedroeg de groei op jaarbasis 3.5% in Slovakije, 3.9% in Bulgarije, 4% in Hongarije, 5% in Polen en Tsjechië en maar liefst 8.6% in Roemenië. Ook Griekenland liet in dezelfde periode een positief groeicijfer optekenen van 1.3%. De sterke prestaties zijn niet verbazend gegeven de sterke economische integratie met de West-Europese economieën, die op hun beurt genieten van een heropleving in de wereldhandel. Ook de werkgelegenheid in de regio neemt fors toe. De Tsjechische arbeidsmarkt doet het zelfs beter dan traditionele groeikampioen Duitsland en is met een werkloosheidsgraad van amper 2.5% Europees koploper (grafiek 2). De huidige groeicijfers lijken eerder uitzonderlijk en zullen daarom waarschijnlijk terug normaliseren tijdens de komende kwartalen.
     
  • Dankzij de sterke groeicijfers is voor veel landen in de regio, op enkele uitzonderingen na, de zogenaamde output gap gesloten en ligt een positieve output gap in het vooruitzicht. De output gap is een indicator van de conjunctuurstand van de economie: een positieve output gap betekent dat de groei boven de potentiële groei ligt en dat er daarmee inflatoire druk kan ontstaan. Deze inflatoire druk blijft vooralsnog beperkt in de meeste landen, hoewel ze toch meer uitgesproken lijkt als we deze vergelijken met de bijzonder lage inflatie in West-Europese landen (grafiek 3). In december vorig jaar bedroeg de inflatie 1.8% in Slovakije, 2% in Polen, 2.1% in Hongarije, 2.4% in Tsjechië, 2.6% in Roemenië en 2.8% in Bulgarije. De vrees voor een langere periode van deflatie, die tijdens de eerste helft van 2016 nog wijdverspreid was in de regio, lijkt daarmee een ver verleden. Daarnaast tonen deze evoluties aan de ECB dat de zogenaamde phillipscurve, de veelbesproken relatie tussen werkloosheid en inflatie, nog steeds actueel is in Europa (grafiek 4). De versnelling van groei en inflatie heeft ervoor gezorgd dat sommigen zelfs vrezen voor een risico voor oververhitting. Dit lijkt voor de meeste landen voorbarig. De inflatieniveaus blijven vooralsnog dicht bij de inflatietargets. De inflatietoename is ook niet volledig te wijten aan de toegenomen vraag, maar ook stijgende voedsel- en energieprijzen hebben een bijdrage geleverd. Ook geïmporteerde inflatie speelt een rol.
     
  • Naast oververhitting zijn er nog belangrijkere risico’s aanwezig voor de regio :

1. De verandering van het politieke landschap
De recente herverkiezing van EU-scepticus Zeman als president van Tsjechië benadrukt dit risico. Daarnaast blijft Polen nog steeds verwikkeld in een geschil met de EU over de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht en blijft het migratiedebat in heel de regio erg moeizaam lopen. Dit debat is in grote mate gekoppeld aan het EU-sentiment door het Europese beleid rond de vluchtelingenquota en zal in het bijzonder naar voren treden tijdens de Hongaarse verkiezingen in april. Daarnaast staat er op termijn met de herziening van het Europese budget ten gevolge van Brexit nog een fiscale tegenvaller voor de regio te wachten. De kans is daarom groot dat de regio tijdens de komende maanden een sterke invloed op de Europese agenda zal hebben, niet in het minst omdat het roterend voorzitterschap van de Raad van de EU achtereenvolgens in de schoot van Bulgarije, Oostenrijk en Roemenië zal vallen, terwijl de uit Polen afkomstige Donald Tusk voorzitter zal blijven van de Europese Raad tot eind 2019. Tegelijkertijd staan enkele landen van de Balkan in rij voor EU-lidmaatschap en zitten Bulgarije en Kroatië op koers om de euro aan te nemen als nationale munteenheid nog voor 2020.

2. Demografie
Net zoals in de West-Europese landen hebben de landen van Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europa te maken met een ouder wordende bevolking. Bovendien heeft de regio te kampen met een sterke daling van de bevolking op beroepsactieve leeftijd onder invloed van emigratie. Dit maakt de politieke terughoudendheid ten aanzien van immigratie des te problematischer. Ook betekenen de demografische vooruitzichten dat er werk moet gemaakt worden van de matige productiviteitsgroei. Structurele hervormingen blijven noodzakelijk. De huidige economische heropleving biedt hiervoor een uitstekend klimaat. Daarnaast moet er gewaakt worden dat de concurrentiepositie van de regio niet ondermijnd wordt door een te snelle loongroei. Indien deze risico’s beheersbaar blijven, zullen de landen van opkomend Europa de volgende jaren hun convergentieproces naar West-Europese levenstandaarden kunnen verderzetten.


Klik hier voor de grafieken.

Mail