donderdag 14/12/2017

Top Header

Talen

De staatsschuld, een heet hangijzer

Head of Macro Research

In de jaren zeventig steeg de inflatie sterk onder impuls van enkele gebeurtenissen. Zo kwam er een einde aan de muntpariteit en aan de goudstandaard die in 1944 was tot stand gekomen. Daarnaast brak de oliecrisis uit en werden keynesiaanse initiatieven genomen als reactie op structurele wijzigingen in de verwerkende economie. Tegelijkertijd nam ook de staatsschuld een hoge vlucht en volgde een reeks devaluaties. De inflatiegolf was nefast voor het kapitaal, terwijl arbeid enigszins buiten schot bleef door de indexering van de lonen.

In de jaren tachtig werd het monetaire beleid gevoelig strikter. Het beleid van 'grote matiging' had als doel de inflatie een halt toe te roepen. Maar om te groeien heeft een economie inflatie nodig. Schulden bleken het redmiddel; in die mate zelfs dat de openbare en private balansen in een wurggreep belandden.

Onze economie gaat bijgevolg gebukt onder torenhoge schulden en kampt met desinflatie. In de buitensporige schuldgraad zien veel economen een signaal om aan de alarmbel te trekken. Maar de schulden zullen niet afnemen zonder inflatie of zonder opzettelijk in gebreke te blijven. Die tegenstelling zou zelfs een domper kunnen zetten op de groei.

En zo komen we uit bij een probleem waarmee de centrale banken worden geconfronteerd: er is inflatie nodig om de buitensporige schulden af te bouwen. Maar schulden zijn zoals een heet hangijzer: iedereen speelt ze door in de hoop ze niet te lang te hoeven vast te houden. De centrale banken die kapitaalbescherming beogen, willen net het omgekeerde.

En dus zullen de buitensporige schulden moeten verdwijnen door in gebreke te blijven.