woensdag 22/11/2017

Top Header

Talen

Monthly Market News

Investment Desk Analyst

De maand juni verliep vrij kabbelend tot de centrale bankiers – ongewild – de rust kwamen verstoren. Dat resulteerde in een uitstekend eerste semester met een zenuwachtig staartje. Onze expert Johan Gallopyn maakt de balans op voor aandelen, obligaties, centrale banken, deviezen en grondstoffen in juni en over het eerste halfjaar.

Aandelenmarkten

De aandelenmarkten evolueerden in juni in een vrij nauwe marge. De Amerikaanse S&P500 kon nog een nieuw historisch record op de tabellen plaatsen dankzij de technologiesector. Het positieve momentum voor de Europese markten lijkt stilgevallen. Over het eerste halfjaar ging de MSCI EMU er niettemin met 8,5% op vooruit. Maar die prestatie werd grotendeels in het eerste trimester gerealiseerd. In het tweede trimester gingen de aandelen uit de eurozone er nog slechts met 1,3% op vooruit. Niet toevallig valt dat samen met de appreciatie van de euro tegenover de meeste andere munten. De duurdere euro kan op de activiteit van de exporterende bedrijven gaan wegen, redeneert de markt. De duurdere euro is er ook voor verantwoordelijk dat de prestatie van de niet-eurozone beurzen in euro uitgedrukt negatief is over de afgelopen maand en grotendeels de performance in lokale munt teniet doet over het eerste semester. In juni ondervond vooral de Europese aandelenmarkt bovendien de impact van de uitspraken van centrale bankiers. De MSCI EMU moest in juni met 2,5% achteruit. Met het einde van het kwartaal staat het resultatenseizoen alweer voor de deur. Voor de S&P500 gaat de consensusverwachting uit van een stijging van 6,6%. Drie maanden geleden werd voor het tweede kwartaal nog een winstgroei verwacht van 8,7%. De neerwaartse bijstellingen zijn een gevolg van de lager dan verwachte groei in de VS.

 

Obligatiemarkten

In de Verenigde Staten bereikte de 10-jarige obligatierente in de loop van de maand nog het laagste niveau van de voorbije zes maanden. Ook in Europa brokkelde de rente in eerste instantie af. Dat was het gevolg van zwakker dan verwachte economische cijfers in de VS en tegenvallende inflatiecijfers aan beide zijden van de oceaan. De commentaren van Mario Draghi en andere centrale bankiers herinnerden de markten eraan dat de periode van ultrasoepele monetaire politiek op haar einde loopt. In de laatste dagen van de maand werd zowel de Duitse als de Amerikaanse 10-jarige rente daardoor een 20-tal basispunten hoger geduwd en sloten beide de maand alsnog hoger af. De Amerikaanse 10-jarige rente staat echter nog altijd lager dan bij het begin van het jaar, wat een gevolg is van de neerwaarts bijgestelde groei- en inflatieverwachtingen. De spreads van de periferielanden van de eurozone werden nauwer in de loop van de maand. In Italië lijkt de kans op vervroegde verkiezingen dit jaar voorlopig afgenomen, nadat de hervorming van de kieswet niet goedgekeurd raakte. Op dat nieuws daalde de Italiaanse rente naar het laagste niveau sinds januari en daalde de spread met Duitse obligaties. De spreads voor de bedrijfsobligaties namen net als de vorige maanden nog wat af. Dat was vooral het geval voor de financiële emittenten die profiteren van de steilere rentecurve.

 

Centrale banken en monetair beleid

De centrale banken hebben in de afgelopen maand een duidelijke impact gehad op de financiële markten, ook al was de Federal Reserve de enige die effectief tot actie overging. Zoals algemeen verwacht verhoogde de Fed de rente met 25 basispunten. Een derde renteverhoging later dit jaar blijft waarschijnlijk. Verder maakte ze ook haar plannen bekend voor de afbouw van haar balans. De afbouw zal uiterst voorzichtig van start gaan met een bedrag van 10 miljard dollar per maand aan vervallen obligaties die niet zullen herbelegd worden (op een balanstotaal van ongeveer 4.500 miljard dollar). Het niet-herinvesteerde bedrag zal om de drie maanden toenemen met 10 miljard dollar tot een maximum van 50 miljard dollar per maand. De normalisering kan al ‘relatief snel’ van start gaan, wellicht in het laatste kwartaal van het jaar. De markten werden het meest in beweging gebracht door het commentaar van ECB-voorzitter Draghi die stelde dat de deflatoire krachten in de eurozone vervangen werden door inflatoire krachten en dat dat gepaard zou gaan met een aanpassing van de monetaire politiek. Dat werd door de markten gezien als een strikter standpunt dan voordien en dus met mogelijke (vervroegde) gevolgen voor het terugschroeven van het aankoopprogramma voor obligaties. Andere ECB-leden temperden achteraf die interpretatie. Ook de voorzitters van de Bank of England (‘het afbouwen van de monetaire stimulus zal wellicht noodzakelijk worden’) en de Canadese centrale bank (‘de renteverlagingen van 2015 hebben hun diensten bewezen’) lieten zich weliswaar in dezelfde zin uit.

 

Deviezen

Net als vorige maand verstevigde de euro. De toespraak van ECB-voorzitter Draghi had ook hier haar weerslag, al moet gezegd worden dat de fundamentals van de overige munten weinig ondersteunend zijn. In de Verenigde Staten wordt de rente weliswaar verhoogd, maar de recente economische cijfers vallen tegen. De USD verzwakte in juni 1,6% tegenover de EUR, waardoor over het eerste semester de depreciatie opgelopen is tot -8,2%. Het GBP moest ook opnieuw achteruit na de voor premier May teleurstellende verkiezingsuitslag die niet de verhoopte grotere meerderheid opleverde. Het GBP bereikte zijn laagste niveau tegenover de EUR sinds begin dit jaar. De Japanse Yen ging 3,1% lager tegenover de euro. De Japanse centrale bank lijkt in tegenstelling tot de centrale banken van de andere grote regio’s nog geen aanstalten te maken om de monetaire politiek minder soepel te maken. De andere dollarmunten vormden een uitzondering: de Canadese dollar verstevigde (+2,4% tegenover de EUR) nadat gunstige economische cijfers de timing voor een renteverhoging (tot dusver verwacht in januari 2018) mogelijk zou kunnen vervroegen. De Australische dollar (+1,6% t.o.v. de EUR) verstevigde eveneens, maar verwacht wordt dat de Australische centrale bank voorzichtiger zal blijven in haar rentevooruitzichten.

 

Grondstoffen

De grondstoffen kenden vrij grote schommelingen in juni. De olieprijs daalde in eerste instantie verder zelfs even tot onder 45 USD/vat. Na de recentste OPEC-vergadering was er weinig bijkomend nieuws (productie in Libië liep op tot 1 miljoen vaten per dag, een niveau dat sinds midden 2013 niet meer bereikt werd) om die val te verklaren. Short posities hebben wellicht de prijs naar beneden geduwd, wat ook de scherpe ommekeer in de laatste dagen van de maand zou verklaren. Niettemin ging de Brent olieprijs er over het eerste semester met 15,7% op achteruit in USD. De industriële grondstoffen gingen erop vooruit in juni, nadat betere economische indicatoren voor China bekendgemaakt werden. De goudprijs ging lager (-2,6% in USD) na de commentaren van de centrale bankiers die een minder soepele monetaire politiek in het vooruitzicht stelden.

 

MSCI indices: source MSCI. Neither MSCI nor any other party involved in or related to compiling, computing or creating the MSCI data makes any express or implied warranties or representations with respect to such data (or the results to be obtained by the use thereof), and all such parties hereby expressly disclaim all warranties of originality, accuracy, completeness, merchantability or fitness for a particular purpose with respect to any of such data. Without limiting any of the foregoing, in no event shall MSCI, any of its affiliates or any third party involved in or related to compiling, computing or creating the data have any liability for any direct, indirect, special, punitive, consequential or any other damages (including lost profits) even if notified of the possibility of such damages. No further distribution or dissemination of the MSCI data is permitted without MSCI’s express written consent.