woensdag 19/07/2017

Top Header

Talen

Cyclisch herstel duurt voort in de eurozone

Chief Economist

De economische activiteit in de eurozone trekt aan. Het vertrouwen bij bedrijven en consumenten is hoog, een indicatie voor een gunstige economische ontwikkeling voor de komende maanden. De inflatie daarentegen, blijft bescheiden. Tegen deze achtergrond verschuift de toon van de ECB weg van het stimulerende beleid, zij het op een geleidelijke en voorzichtige manier.

Afgaande op de meest recente evolutie van de vertrouwensindicatoren, ziet het ernaar uit dat de economische activiteit vlot boven de 2 %-drempel zal gaan (op jaarbasis), wat min of meer het dubbele is van de geraamde potentiële groei in de eurozone (rond 1 %). Dit betekent dat de grote negatieve output gap geleidelijk gedicht wordt en dat de werkloosheid (momenteel op 9,3 %) fors daalt vanuit hoge niveaus. Daarom is het logisch dat de ECB de voorbije weken een positievere toon aannam. Steeds meer waarnemers pleiten nu voor een minder soepel monetair beleid. In dit stadium is er evenwel geen reden om bruusk op de rem te gaan staan. De kerninflatie en de inkomensgroei blijven voorlopig erg bescheiden. Bovendien resten er tussen de landen aanzienlijke economische verschillen. Met de premature verstrakking van het beleid in 2008, 2011 en 2013-2014 vers in het geheugen tot slot, zal de ECB niet overhaast te werk willen gaan.

Dit herstel mag dan wel solider en breder zijn dat wat we de voorbije jaren zagen, op de een of andere manier is het ook het gemakkelijkste onderdeel. De rugwind die te danken is aan de lage rentevoeten, de lage grondstoffenprijzen, de lage wisselkoers, het einde van de bezuinigingen en een meer gesynchroniseerd wereldwijd herstel, mag dan wel zeer welkom zijn, hij zal met de tijd ook gaan liggen. Bemoedigend is dat de structurele hervormingen van de arbeidsmarkt resultaat beginnen op te leveren en de hoop groeit dat Merkel en Macron een positievere dynamiek tot stand zullen brengen in Europa. Indien dit gevolgd wordt door concrete actie op het institutionele front en meer publieke en private investeringen, zouden de structurele problemen in verband met de vergrijzing en de vertragende productiviteitsgroei minder harde noten zijn om te kraken. Belangrijk is dat hogere rentevoeten als gevolg van die duurzaam verbeterde dynamiek meer armslag zouden opleveren om het monetaire beleid te versoepelen bij een volgende economische recessie.