vrijdag 25/05/2018

Top Header

Talen

Een surrealistisch 1 mei-weekend in Nederland

Chief Economist

Iedereen die ooit in Rotterdam of Amsterdam geweest is, weet dat deze twee steden enorm veel te bieden hebben op het vlak van economie, cultuur, geschiedenis, architectuur en toerisme. Ondanks hun typische Nederlandse karakter doen ze me toch steeds denken aan... België.

Surrealisme in Rotterdam

Wie het moderne station van Rotterdam buiten stapt, merkt onmiddellijk de goede organisatie van de stad op. De wederopbouw na de verwoestingen van de tweede wereldoorlog geeft blijk van een rationaliteit en functionaliteit zoals we die in ons land doorgaans niet kennen. Het was dan ook wat ironisch dat ik juist in het land van Spinoza een tentoonstelling over surrealisme ging bezoeken. De kunststroming die ontstond uit het dadaïsme had zich na de eerste wereldoorlog net afgezet tegen het rationalisme en liet zich inspireren door de grondlegger van de psychoanalyse Sigmund Freud. De werken van kunstenaars als Miró, Ernst, Dali of Delvaux spreken tot de verbeelding maar het was toch vooral onze Belgische René Magritte die de meeste aandacht naar zich toe trok.

Ook al ligt het hoogtepunt van het surrealisme achter ons, wie geregeld een blik werpt op de Belgische economie en politiek weet dat de kunststroming verder leeft. Afgaande op de bouwvallige gevangenissen of tunnels, het dichtslibbende gerechtsapparaat, oplopende elektriciteitsprijzen, verouderde spoorweginfrastructuur of de eindeloze files kunnen we moeilijk stellen dat alles op wieltjes loopt. En hoe surreëel is het dat de zogezegde Zweedse droomcoalitie er niet in slaagt om de uit de pan rijzende complexiteit in de fiscale regelgeving terug te dringen?

1 mei in Amsterdam

Na Rotterdam volgde Amsterdam, genoemd naar de in de 13de eeuw aangelegde dam in de rivier Amstel. Het voormalige pelgrimsoord groeide in de 17de ‘Gouden Eeuw’ uit tot zowat de belangrijkste handelsstad ter wereld met een rijke klasse van kooplieden. De Verenigde Oost-Indische Compagnie was destijds zelfs het grootste commerciële bedrijf ter wereld. De ondernemersmentaliteit zit de Nederlanders dan ook in het bloed. Het land werd historisch ook veel minder door het feodalisme gekenmerkt dan de meeste andere Europese landen. Daardoor was de arbeidsmarkt er altijd veel vrijer. Toch kende Nederland nooit echt grote confrontaties tussen werknemers en werkgevers. Misschien is dat wel een van de redenen waarom Nederland geen officiële dag van de arbeid viert. Het feest vindt zijn oorsprong in de late 19de eeuw toen arbeiders in Chicago massaal de straat op gingen om betere werkomstandigheden af te dwingen. Vandaag vieren zo’n 180 landen het feest van de arbeid, al dan niet op 1 mei.

Ook in ons land is dat het geval. Maar of het ook echt een feest is, valt te betwijfelen. De arbeidsmarkt blijft de achilleshiel van de Belgische economie ook al gaat het vanuit cyclisch oogpunt de voorbije jaren een stuk beter. De werkgelegenheidsgraad in ons land ligt met 67% nog altijd ruim onder het Europese niveau (ruim 70%). Het gemiddelde bij onze buurlanden en de Scandinavische landen ligt daar met respectievelijk 75% en 81% nog een pak boven. Cru gesteld, mikt België op een welvaartsysteem naar Noord-Europese normen maar beseft het onvoldoende dat daarvoor een fors hogere arbeidsmarktparticipatie vereist is.

Toegegeven, de Belgische beleidsmakers hebben sinds de Grote Financiële Recessie een aantal maatregelen genomen. Denk hierbij aan de verhoging van de pensioenleeftijd, de indexsprong en de taxshift. Zo is de sinds 1996 gecumuleerde loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden nu volledig verdwenen en zet de stijging van het lage aantal werkende 55-plussers zich door. Toch is er nog veel meer nodig. De relatieve lage tewerkstellingsgraad en de sterke arbeidsmarktfragmentatie (regionaal, inzake leeftijdscategorie, laag versus hoog opgeleid, autochtoon versus allochtoon) vraagt dringend om bijkomende actie. De torenhoge belasting op arbeid springt daarbij het meest in het oog.

Kortom, het weekendje Nederland bevestigde andermaal dat er in België op economisch vlak nog veel laaghangend fruit te plukken valt maar evenzeer dat de ontstane politieke complexiteit het nagenoeg onmogelijk maakt om snel vooruitgang te boeken. Bovendien gingen de grote sprongen voorwaarts in het verleden telkens gepaard met zware externe druk. De vraag blijft of België ook zonder die druk boven zichzelf kan uitstijgen? Ceci n’est pas un pays.

Mail