zaterdag 26/05/2018

Top Header

Talen

Verkiezingen in de eurozone: dreigende onweerswolken?

Investment Desk Analyst

In een notendop

  • Op 15 maart geeft Nederland het startschot van een reeks verkiezingen in de eurozone. Verkiezingen die in Europa en zelfs de hele wereld meer dan gewone aandacht zullen krijgen. Later op het jaar volgen de presidentsverkiezingen in Frankrijk en de algemene verkiezingen in Duitsland.
  • De trends die zich eerder al manifesteerden in het electorale landschap zullen naar alle verwachting nog meer op de voorgrond treden: de traditionele partijen kunnen almaar minder kiezers bekoren, de standpunten aan zowel de linkse als de rechtse zijde worden extremer en populistische partijen winnen aan populariteit.
  • Een gevolg van die polarisering is dat het politieke landschap steeds meer versnipperd geraakt en dat ruimere coalities nodig zijn om een regering te kunnen vormen.
  • Maar wat die verkiezingen zo belangrijk maakt, zeker voor de financiële markten, is de mogelijkheid dat een eurosceptische partij aan de macht komt. Op dit ogenblik wijst alles erop dat die kans gering is, maar uit de evolutie op de obligatiemarkt blijkt toch dat de beleggers er niet gerust in zijn.

Verkiezingskalender 2017

Alsof de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland - kernlanden van de eurozone - nog niet voor genoeg onzekerheid zorgen, staat er nog een reeks andere politieke evenementen op de agenda. In maart zal het Verenigd Koninkrijk het artikel 50 activeren dat de uitstap van het VK uit de Europese Unie officieel in gang zet. In Duitsland zijn er naast de algemene verkiezingen ook nog verkiezingen in meerdere deelstaten. In Spanje zal Catalonië vermoedelijk in september een referendum organiseren over de onafhankelijkheid van de regio, ondanks hevig verzet van de centrale regering in Madrid. En in Italië zijn in het najaar vervroegde verkiezingen mogelijk.

15 maart

Nederland

parlementsverkiezingen

23 april

Frankrijk

eerste ronde presidentsverkiezingen

7 mei

Frankrijk

tweede ronde presidentsverkiezingen

11 – 18 juni

Frankrijk

parlementsverkiezingen

24 september

Duitsland

federale parlementsverkiezingen

 

Inzet in de drie kernlanden van de eurozone

De verkiezingen draaien niet om economie, sociale zekerheid of milieu. In elk van de betrokken landen staan de thema’s immigratie en Europa centraal. Daardoor slagen de eurosceptische en anti-migratie partijen erin de agenda naar zich toe te trekken.

Nederland: PVV mogelijk grootste partij, maar geen deelname aan het beleid

Gedurende de zes jaren dat de huidige coalitie van VVD (van premier Mark Rutte) en PvdA aan de macht was, heeft de Nederlandse economie een meer dan degelijke prestatie neergezet. Het werkloosheidspercentage zakte naar 5,4% (het laagste niveau sinds eind 2011). De huizenprijzen stijgen opnieuw en de overheidsfinanciën zijn op orde (schuldgraad t.o.v. bbp van 61,9% en begrotingstekort van -1,9% t.o.v. het bbp). De  opiniepeilingen tonen evenwel aan dat de eurosceptische en islamkritische PVV van Geert Wilders de grootste partij zou kunnen worden, al wijzen de recente polls op een slinkende voorsprong. De VVD zou pas op de tweede plaats uitkomen. Coalitiepartner PvdA lijkt grotendeels van de politieke kaart te worden geveegd na enkele schandalen en interne twisten.

Als de partij erin slaagt om aan de macht te komen, wil de PVV een referendum organiseren om Nederland uit de Europese Unie terug te trekken. Dat zal echter geen sinecure zijn:

  • De partij van Wilders mag dan wel de grootste partij worden, ze zal niet voldoende coalitiesteun vinden om een meerderheid te vormen en haar anti-Europese programma uit te voeren. Alle partijen van enige betekenis hebben laten verstaan dat ze niet in een regering met de PVV zullen stappen, inclusief de VVD die in 2010 een minderheidsregering opstartte met gedoogsteun van de PVV. De VVD zal naar verwachting als tweede partij uit de bus komen en beschikt met de PvdA, de CDA, de groenen en D66 over heel wat mogelijke coalitiepartners die niet eurosceptisch zijn.
  • Momenteel laat de Nederlandse wetgeving uitsluitend toe om raadgevende referenda te organiseren over nieuwe wetten of verdragen. Om een referendum te kunnen organiseren over het lidmaatschap van de EU zou dus eerst een wetswijziging moeten worden goedgekeurd in de beide Kamers. Om een bindend referendum te kunnen organiseren is een aanpassing van de grondwet nodig, wat een tweederdemeerderheid vereist.

Een Nederlands referendum over de uitstap uit de EU is dus niet meteen aan de orde. Door de versnippering in het stemgedrag (volgens de peilingen halen zeven partijen 10 zetels of meer op een totaal van 150 te verdelen zetels) beloven de onderhandelingen om een regering te vormen lang en moeilijk te worden. Een coalitie met minstens vijf partijen zal op basis van de peilingen nodig zijn om een meerderheid te halen.

Frankrijk: onverwachte kandidaten, dus ook onverwacht resultaat

De uiterst onpopulaire president Hollande heeft zich geen kandidaat gesteld voor een tweede ambtstermijn. De economische uitslagenlijst oogt niet indrukwekkend met een werkloosheidspercentage dat hardnekkig rond de 10% blijft hangen, een schuldgraad die 97,5% van het bbp bedraagt en een begrotingstekort van -3,5%.

Een tiental kandidaten is in de running voor het presidentschap, waarvan de vier onderstaande een reële kans maken. Bij de grote partijen was het meestal niet de verwachte kandidaat die de voorverkiezingen won.

  • Bij de centrum-rechtse Les Républicains haalt François Fillon (eerste minister onder Nicolas Sarkozy) het onverwacht van Alain Juppé (eerste minister onder Jacques Chirac). Fillon staat voor een sterke, groeigedreven hervormingsagenda gesteund op een flexibelere arbeidsmarkt. Hij wil de huidige anti-Europese krachten niet negeren, maar is zelf voorstander van een sterk Europa. Fillon kwam in opspraak toen de fictieve tewerkstelling van zijn echtgenote aan het licht kwam, maar de partijleiding bevestigde Fillon als kandidaat.
  • Bij de Parti socialiste was de verrassende winnaar in de voorverkiezingen de traditioneel linkse Benoît Hamon en niet de gematigde Manuel Valls. Hamon was in 2014 gedurende een korte periode minister van onderwijs, maar nam ontslag omdat hij het oneens was met het te weinig ‘linkse’ beleid van de regering.
  • Een derde verrassing is de kandidaat Emmanuel Macron van de door hem opgerichte partij En Marche! Als voormalig lid van de PS was hij sinds 2014 minister van economie, industrie en digitale zaken. Hij voerde hervormingen door die gunstig waren voor de ondernemingen. De relatief onervaren Macron wint altijd maar meer aan populariteit en profileert zich als een ‘Eurofiel’ politicus. Hij ambieert een sterk Europa en poneert zelfs de idee van Europese verkiezingen als onderdeel van een Europese ‘New Deal’. Macron kreeg de steun van François Bayrou die zich terugtrok uit de race.
  • Marine Le Pen van het rechts-nationalistische Front National bevestigde dat ze een referendum over de euro wil houden als ze wordt verkozen. In Frankrijk kan een referendum door de regering worden georganiseerd zonder dat de toestemming van het parlement daarvoor is vereist. Naast immigratie zijn de andere programmapunten een verlaging van de pensioenleeftijd tot 60 jaar en belastingverlagingen, al geeft ze geen details vrij over hoe ze die dure maatregelen wil financieren.

De peilingen geven aan dat Marine Le Pen als overwinnaar van de eerste ronde uit de bus zal komen. Een van de drie overige kandidaten zal het daarna in de tweede ronde tegen haar moeten opnemen. Volgens de huidige peilingen zou dat Emmanuel Macron zijn. In de tweede ronde zal dan allicht een front ontstaan van de gematigde kiezers tegen het Front National. Daardoor zou Emmanuel Macron het met ruime voorsprong halen van Le Pen. De vraag is wel of de socialistische kiezers kunnen worden gemobiliseerd om voor een andere kandidaat te stemmen, zoals dat in 2002 met vader Le Pen het geval was. De situatie is vandaag namelijk anders: het gaat nu om andere thema’s (euroreferendum) en de tegenkandidaat is ofwel niet onbesproken (Fillon) ofwel relatief onervaren (Macron).

De peilingen waren bij de twee voorgaande verkiezingen in Frankrijk een goede indicator voor het uiteindelijke resultaat van het Front National. De mogelijkheid bestaat dat, na de brexit en de verkiezing van Trump, toch meer kiezers zullen gaan stemmen die er voordien vanuit gingen dat hun stem toch niet wordt gehoord. Daardoor is het mogelijk dat het uiteindelijke resultaat van het Font National toch nog wordt onderschat. Het meest waarschijnlijke scenario blijft dat de presidentsverkiezing niet door Le Pen zal worden gewonnen.

Op 11 en 18 juni volgen in Frankrijk de parlementsverkiezingen. Als algemene regel geldt dat de grootste partij in het parlement de eerste minister levert. Welke kandidaat de presidentsverkiezingen ook wint, een periode van ‘cohabitation’ waarbij de president en de eerste minister van een verschillende politieke strekking zijn, is een reële mogelijkheid.

Duitsland: Merkel-moeheid, AfD geen alternatief

Op economisch vlak is Duitsland een baken van stabiliteit en economische slagkracht in Europa. Het  werkloosheidspercentage is gezakt tot onder de 6%, de overheidsschuld bedraagt 69,4% van het bbp en het overheidsbudget vertoont een positief saldo van 0,7% of circa 30 miljard euro. Daardoor komt er ook ruimte voor belastingverlagingen die vandaag al worden gerealiseerd. Maar de populariteit van kanselier Angela Merkel (christendemocraten CDU/CSU) is na drie ambtstermijnen niet meer wat ze is geweest. Ook de aanpak van de immigratiecrisis heeft zijn sporen nagelaten, al is sinds het vluchtelingenakkoord met Turkije die problematiek wat naar de achtergrond verschoven. Angela Merkel heeft haar standpunt rond vreemdelingen enigszins verstrengd onder druk van zusterpartij CSU en door de opkomst van AfD.

Ook in Duitsland wint het euroscepticisme terrein, waar ‘Alternative für Deutschland’ (AfD) van profiteert. De partij ging na een interne machtsstrijd en het aantreden van de huidige voorzitter Frauke Petry een meer rechtse richting uit met sterke anti-islam standpunten. De partij haalde bij de vorige verkiezingen in 2013 met 4,7% van de stemmen net de kiesdrempel niet en is dus nog niet vertegenwoordigd in het federaal parlement. Bij deelstaatverkiezingen maakt de partij sindsdien een opmars, met als uitschieter de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt waar ze 24% van de stemmen behaalde.

Zelfs het Duitse politieke landschap is niet zonder verrassingen. De sociaaldemocratische SPD stevende als regeringspartij in de huidige coalitie tot voor kort op een stevige terugval af. Maar sinds voormalig voorzitter van het Europees parlement Martin Schultz eind januari naar voren werd geschoven in de kiesstrijd, lijkt de partij een nieuw elan te hebben gevonden. Het grote voordeel van Schultz lijkt te zijn dat hij als nieuwkomer in de Duitse politiek nog onbesproken is en de kiezers in hem een alternatief uit het centrum zien voor de CDU/CSU. In de peilingen maakte de SDP een sprong voorwaarts tussen 5% en 10%, ten koste van alle overige partijen. Of het Schultz-effect zal standhouden, zal nog moeten blijken. Het programma van de SPD moet nog worden voorgesteld.

De verkiezingen vinden in Duitsland plaats op 24 september, en dat is nog veraf. Onvoorziene elementen kunnen de kiesstrijd beïnvloeden, onder andere de resultaten van de verkiezingen in Nederland en Frankrijk. Op dit ogenblik is het meest waarschijnlijke scenario dat CDU/CSU en SPD met voorsprong de grootste partijen zullen blijven.

Mail