vrijdag 25/05/2018

Top Header

Talen

De Belgische welvaart in formule

Chief Economist

Gemeten in bbp per hoofd van de bevolking ligt de Belgische welvaart 8% boven het EU-15 gemiddelde. Maar wat schuilt hierachter en hoe verhouden we ons precies tot de buurlanden?

Een simpele formule toont de sterkte en de zwakte van de Belgische economie. Eenvoudig gesteld is ons welvaartsniveau (in enge zin) het product van het percentage van de inwoners dat aan de slag is en wat elke werknemer gemiddeld aan toegevoegde waarde weet te produceren. Dat laatste staat bekend als het productiviteitsniveau. Rekening houdend met het aantal uren dat er gemiddeld gewerkt wordt, krijgen we volgende formule:

Of concreet voor België:  

De toegevoegde waarde per uur bedraagt in ons land dus 58 euro. Op jaarbasis worden er ongeveer 7,2 miljard uren gewerkt door 4,6 miljoen werknemers (41% van de bevolking). Aldus bedraagt de toegevoegde waarde per hoofd van de bevolking bijna 37.200 euro.  Hoe moeten we dit nu interpreteren? Een manier om deze vraag te beantwoorden is te kijken waar ons land zich bevindt ten opzichte van andere landen. Onderstaande tabel plaatst België ten opzichte van onze buurlanden en een aantal andere landen waarmee we ons vaak vergelijken.

Positie ten opzichte van EU-15 (100), 2016 in *koopkrachtpariteit

Hieruit blijkt dat België zeer productief is. Gemeten in bbp per uur is de Belgische productiviteit maar liefst 21% hoger in vergelijking met het EU-15 gemiddelde. België is ook gemiddeld productiever dan onze buurlanden of de Scandinavische gidslanden. Dat blijft zo als we de productiviteit in termen van bbp per werknemer berekenen. Merk hier het verschil met Nederland op. Onze noorderburen zijn ook heel productief gemeten in bbp per uur maar omdat er per werknemer gemiddeld 11% minder uren wordt geklopt, valt het productiviteitsniveau gemeten in toegevoegde waarde per werknemer terug tot slechts 5% boven het Europese gemiddelde. In België is dat niet het geval. Ook volgens deze maatstaf blijven we zeer productief.

Maar op het vlak van de totale werkgelegenheid loopt het in ons land volledig scheef. In België bedraagt de werkgelegenheid 12% minder in vergelijking met het EU-15 gemiddelde. In Nederland of Duitsland zijn er daarentegen 15% mensen meer aan de slag. Zoals we hierboven hebben getoond, is het de combinatie van het productiviteits- en werkgelegenheidsniveau die bepalend is voor de welvaart (in enge zin). Het ‘productiviteitssurplus’ van 20% in combinatie met het ‘werkgelegenheidsdeficit’ van 12% maakt dat het bbp per hoofd van de bevolking uiteindelijk slechts 8% boven het Europese gemiddelde ligt. We worden dus finaal door vele landen voorbij gestoken zoals de tabel hierboven toont. Hoe die welvaart verdeeld is over de bevolking maakt uiteraard ook een verschil. Maar zoals deze grafiek laat zien, scoren de landen waarmee we ons in bovenstaande oefening vergelijken allen relatief laag inzake inkomensongelijkheid.

De conclusie is dat er in België simpelweg te weinig mensen aan het werk zijn. Dat moet en kan veranderen door een beleid dat arbeid minder belast en werken aanmoedigt. In dit verband werden met de verhoging van de pensioenleeftijd en de taxshift al een paar stappen in de juiste richting gezet. Maar er is duidelijk meer nodig, onder andere op het vlak van flexibilisering. De arbeidsmarkt blijft tot nader orde de achilleshiel van de Belgische economie.

Mail