woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

Wat brengt het afschaffen van de notionele intrestaftrek nu eigenlijk op?

Senior Executive Advisor

De hoop dat het afschaffen van de notionele intrestaftrek ettelijke miljarden oplevert, lijkt te optimistisch. Dat is belangrijk omdat een verlaging van de vennootschapsbelasting vooral zo zou gefinancierd worden. Onze overheidsfinanciën verdienen sterk rekenwerk.

Door Thomas Van Rompuy en Bruno Colmant, macro-economisch departement Bank Degroof Petercam.

De federale begrotingsopmaak gaat de laatste rechte lijn in. Er is nu sprake van een verlaging van de vennootschapsbelasting tot 18 procent voor kmo’s en 23 procent voor andere bedrijven. Om dat te financieren zou onder meer de notionele intrestaftrek worden afgeschaft of anders worden ingevuld.

Bij zulke diepgaande fiscale hervormingen is het cruciaal de geraamde opbrengsten realistisch te becijferen. De maatregelen enkele maanden later bijsturen omdat ze niet de verhoopte opbrengsten opleveren, creëert alleen maar verwarring bij de bevolking. Denk aan de te ruim geraamde inkomsten uit de speculatietaks, de Kaaimantaks en de ‘redesign’ van de overheid.

Overmoedige berekeningen waren een smeermiddel om de recente federale fiscale hervormingen mogelijk te maken, maar ze zijn ook de reden waarom de begrotingssanering de jongste jaren ter plaatse trappelt. Ze verklaren tevens waarom België het beoogde begrotingsevenwicht in 2018 zal moeten uitstellen.

Nu wordt aangegeven dat de afschaffing van de notionele intrestafrek (NIA) circa 3,3 miljard euro zou opbrengen. Men baseert zich op een rapport van de Hoge Raad voor Financiën, die weliswaar veel nuances en kanttekeningen inbouwt.

Merkwaardig

Toch is dit een merkwaardige berekening. Laten we enkele ruwe cijfers samenbrengen. Ter herinnering: de NIA is een jaarlijks vastgelegd percentage dat mag worden vermenigvuldigd met het eigen vermogen van een onderneming. Dat bedrag mag dan worden afgetrokken van haar belastbaar inkomen en verlaagt dus de fiscale druk op de bedrijfswinsten.

Volgens de cijfers van de Hoge Raad ‘kostte’ de NIA de overheid 4,6 miljard in 2012. Dit was aan een aftrekpercentage van 3 procent. Intussen is dat aftrekpercentage door het uitzonderlijke renteklimaat herleid tot bijna niets. Het percentage wordt bepaald op basis van de gemiddelde rentestand van Belgisch schuldpapier met een looptijd van 10 jaar. Het zou volgens schattingen volgend jaar zowat 0,24 procent bedragen. Dat is nog geen tiende van de aftrek in 2012. Indien de belastbare basis (het eigen vermogen) stabiel blijft, betekent dat dat het afschaffen van de NIA ‘slechts’ circa 400 miljoen zou opleveren.

Natuurlijk is het niet zo eenvoudig, en moet men kijken naar de netto-impact van de maatregel. Indien een financieel coördinatiecentrum zich door toedoen van de NIA in België vestigt, levert dat de overheid geld op dat er anders niet zou zijn. Een studie van de Nationale Bank geeft aan dat de NIA in 2006 de overheid netto 140 à 430 miljoen euro kostte. Het aftrekpercentage bedroeg toen 3,4 procent.

Rooskleurig

Wat het exacte cijfer dus ook moge zijn: is een opbrengst van ettelijke miljarden niet te rooskleurig? De vraag is vitaal, aangezien de verlaging van de vennootschapsbelasting vooral via deze maatregel zou worden gefinancierd.

Natuurlijk is het lage NIA-percentage op zich ook een besparing voor de overheid, omdat de bedrijfswinsten niet kunstmatig kunnen worden verminderd. Daartegenover staat echter dat de lage rente tegelijk de kapitaalinkomsten en -transacties doet dalen, wat waarschijnlijk een grotere negatieve impact heeft op de overheidsinkomsten.

Om de mogelijke gedragseffecten goed in kaart te brengen zou het voor de regering interessant zijn te praten met de grootste ondernemingen die gebruik maken van de NIA, om te zien wat hun reactie zou zijn bij een afschaffing.

Een verlaging van de vennootschapsbelasting nastreven en daarbij de NIA in vraag stellen is verdedigbaar. Maar het pijnpunt is dat de overheid dat wil doen zonder dat het de staatskas extra geld mag kosten. Er moeten dus besparingen tegenover staan, zoals een afschaffing van de NIA beoogt. In dat geval moet men werken met ernstige en conservatieve ramingen van de werkelijke besparing door compenserende maatregelen, zoniet riskeren we opnieuw jaar na jaar de begroting fors te moeten bijsturen.

Is de ambitie er nog om de vennootschapsbelasting te verlagen in het kader van de moeilijke begrotingsoefening? Dan moet men kiezen voor een realistische budgettaire benadering. Anders moet men aanvaarden dat een verlaging van de vennootschapsbelasting een kostprijs met zich meebrengt op korte termijn, maar mogelijk op lange termijn meeopbrengsten oplevert in de vorm van een toegenomen competitiviteit en een hogere potentiële groei.

Luxemburg, Ierland en Zwitserland hebben hun tarief al verlaagd om aantrekkelijk te blijven voor ondernemingen. Wat men ook kiest, onze overheidsfinanciën verdienen sterk rekenwerk.

Door Bruno Colmant en Thomas Van Rompuy, macro-economisch departement Bank Degroof Petercam.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in De Tijd van 5 oktober 2016.

Mail