woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

De stand van het land

Chief Economist

Het Belgische ondernemersvertrouwen schakelde een tandje lager in augustus. Dat hoeft op zich niet al teveel zorgen te baren. Het is in lijn met anderen indicatoren die erop wijzen dat de groei al bij al bescheiden zal blijven, net zoals in de rest van Europa. De economische gevolgen van de Brexit-stem blijken voorlopig beperkt. Maar de echte onderhandelingen moeten natuurlijk nog starten. De Belgische export naar het VK bedraagt 7% van het bbp (tegenover EU-gemiddelde van 2.5%). Ons land blijft in dit opzicht dus iets meer kwetsbaar.

Oplossingen?

De Belgische overheid zoekt al jaren naar manieren om het groeipotentieel op langere termijn op te krikken. Wie zoekt die vindt. Maar beleidsmakers hoeven niet uit te blinken in inventiviteit. De belangrijkste pijnpunten van de Belgische economie zijn intussen al geruime tijd bekend onder de vorm van een relatief lage tewerkstellingsgraad, sterke arbeidsmarktfragmentatie (regionaal, inzake leeftijdscategorie, laag versus hoog opgeleid, autochtoon versus allochtoon) en tanende productiviteitsgroei, ook al is dat laatste geen louter Belgisch fenomeen. Een en ander pleit voor een flexibelere arbeidsmarkt, hogere effectieve pensioenleeftijd, de afschaffing van de automatische loonindexering, een lager overheidsbeslag, efficiëntere  fiscaliteit, slimme investeringen in onderwijs en infrastructuur, en meer budget voor onderzoek en ontwikkeling. In dat opzicht is er nog genoeg laaghangend fruit voorhanden.

Complex België

Een succesvolle implementatie van deze maatregelen leidt evenwel niet zomaar naar het land van honing en zoete koek. België is immers het derde meest geglobaliseerde land ter wereld en blijft aldus sterk afhankelijk van het internationale conjunctuurplaatje. Ten tweede, in een sterk geglobaliseerde economie gekenmerkt door toenemende mate van digitalisering en vergrijzing zijn het simpelweg voor de hand liggende keuzes die moeten beletten dat ons land verder afglijdt. Ook andere landen nemen immers maatregelen. Ten derde is er de specifieke Belgische context. In hoeverre de complexiteit van de Belgische instituties zelf weegt op de economische performantie maakt al decennialang het voorwerp uit van intense discussie. Men kan er gif op innemen dat het communautaire aspect vroeg of laat een weinig fraaie comeback zal maken. Waar het op dat vlak naartoe gaat, kan niemand ernstig voorspellen. Maar dat het mogelijke internationale investeerders nu al afschrikt, is waarschijnlijk.

Ook al verloopt de implementatie stroef en traag en is de frustratie over de gemiste kansen in het verleden onmiskenbaar groot, het is niet dat er de laatste jaren niets gebeurt. Met de verhoging van de pensioenleeftijd, de indexsprong, de taxshift en nu de poging to verlaging van de vennootschapsbelasting (ook al is dat niet evident) wordt getracht een antwoord te bieden. Dat is verdienstelijk. De grootste fout die de Belgische en Europese beleidsmakers de voorbije jaren evenwel maakten, is dat ze te strak vasthielden aan de budgettaire doelstellingen, althans in woorden. Maar dat de taxshift budgettair neutraal zou zijn of geen impact zou hebben op de inflatie was al op voorhand twijfelachtig.

Begrotingsevenwicht: een illusie?

Het vasthouden aan een structureel evenwicht tegen 2018 komt vandaag neer op een begrotingsinspanning van acht tot tien miljard euro (afhankelijk van de geraadpleegde bron). Het lijkt erop dat die doelstelling nu zal worden losgelaten. Dat is terecht. Op twee jaar tijd een kloof dichten van bijna tien miljard euro daar waar nog geen drie miljard (exclusief rentelasten) werd gevonden over de voorbije vijf jaar, is weinig realistisch. Ook de media, internationale instellingen en al teveel economen gingen trouwens gretig mee in het budgettaire evenwichtsverhaal. Een vaak gehoorde verklaring was het grote risico dat de financiële markten België anders in het vizier zouden nemen en fors hogere risicovergoedingen zouden eisen. België had immers een hoge overheidsschuld en was dus zogezegd extra kwetswaar. Dat eerste is natuurlijk nog altijd het geval natuurlijk maar voor eenieder met een beetje kennis van de Belgische economie mocht dat tweede toch vooral verbazen. De hoge overheidsschuld is mede het gevolg van suboptimale beleidsbeslissingen in het verleden, daarover bestaat dan weer weinig discussie. Maar het is op dit moment niet beleidsprioriteit nummer één.

Beleid afstemmen op realiteit

Dat betekent zeker niet dat er geen ruimte meer zou zijn voor verdere besparingen of dat er geen weerstand zal komen bij de implementatie van structurele hervormingen, integendeel. De regering had er evenwel beter aan gedaan om de voorbije jaren duidelijk te maken dat de sociaaleconomische hervormingen absoluut prioritair waren op het dichten van de begroting. Belgische beleidsmakers moeten daarbij niet te veel illusies koesteren noch uitblinken in inventiviteit. Ze stemmen hun beleid inzake loonvorming, mobiliteit, innovatie, energie en onderwijs best af op de dagdagelijkse realiteit van de internationale concurrentie. Dat beleid vraagt natuurlijk investeringen en compenserende maatregelen voor de achterblijvers. Het kan er ook voor zorgen dat het budgettaire evenwicht nog gedurende een langere tijd niet wordt gehaald. Maar het biedt  op termijn de meeste kans om het potentieel inzake werkgelegenheid- en productiviteitsgroei te realiseren.

Mail