woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

De vloek van seculaire stagnatie

Chief Economist

Het teleurstellende herstel na de Grote Financiële Crisis blies de stelling van Alvin Hansen uit de late jaren dertig nieuw leven in. Frequente lezers van deze blog weten inmiddels dat we eerder al wezen op het risico van langdurig lage rente en ondermaatse groei. Hansen sloeg de bal mis. Maar wel op zo’n manier dat hij alsnog gelijk zou kunnen krijgen.

Terwijl de Westerse economieën worstelden met de nasleep van de Grote Depressie, stelde de Amerikaanse econoom Alvin Hansen dat de economie leed aan een chronisch onevenwicht, te wijten aan een gebrek aan kapitaalintensieve investeringen en een grote neiging om te sparen. Door de zwakke demografische vooruitzichten en de ontoereikende investeringskansen dreigde de economie af te steven op een langdurige toestand van relatief matige groei in combinatie met erg lage rentes. De Tweede Wereldoorlog maakte abrupt een einde aan dat scenario. De Amerikaanse oorlogsmachine slorpte het teveel aan privéspaargeld op, terwijl het werkloosheidscijfer slonk van 11% in 1940 naar slechts 1% in 1942. De naoorlogse tijd kenmerkte zich daarnaast door openbare investeringen in de voorsteden, hogere vruchtbaarheid, aanwending van oorlogstechnologieën en een inhaalbeweging van de private consumptie. De seculaire stagnatietheorie van Hansen was daarmee van tafel geveegd.

Tenminste, zo leek het. De voormalige hoofeconoom van de World Bank, de Amerikaan Larry Summers, blies het idee in 2013 nieuw leven in. En helaas verloopt de economische toestand min of meer volgens het patroon dat hij in gedachten had. Acht jaar na het uitbreken van de Grote Recessie is het wereldwijde economische herstel nog altijd aarzelend, krijgt de demografie met tegenwind af te rekenen en is de nominale rente ongezien laag. De reële beleidsrente is al enkele jaren negatief. En die onderliggende tendens was al sinds het begin van de jaren tachtig dalend, ondanks relatief gunstige demografische omstandigheden en forse stijging van de private kredietvraag.

Maar hoewel het scenario van seculaire stagnatie mogelijk is, is het niet onvermijdelijk. Seculaire stagnatie vertoont grote gelijkenissen met een liquiditeitsval. Ook daar doet de voorkeur voor sparen boven investeren de reële rentes dalen. Het verschil is dat een liquiditeitsval een meer tijdelijk karakter heeft. Voorspellen wat de toekomst brengt, is onmogelijk. Maar een expansiever fiscaal beleid is hoe dan ook wat de dokter in beide gevallen zou voorschrijven. En wat dan met de digitalisering, artificiële intelligentie en robotica? Je kunt simpelweg niet naast de technologische innovaties kijken. Alles evolueert bliksemsnel. De vraag hoe dit alles zich zal vertalen in productiviteitsgroei of werkgelegenheid is weliswaar van een heel andere orde. Dat bespreken we graag in een van onze volgende blogposts. 

Mail