vrijdag 25/05/2018

Top Header

Talen

Voorlopige lessen uit de Grote Financiële Crisis

Chief Economist

In november 2008, nog geen twee maanden na het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers, bezocht de Britse koningin Elizabeth de prestigieuze London School of Economics voor de opening van een nieuw gebouw. Verbouwereerd door het tafereel dat zich afspeelde op de internationale financiële markten, vroeg ze aan een van de aanwezige professoren waarom niemand die malaise had zien aankomen.

Hoe is het mogelijk dat slechts weinigen de Grote Financiële Crisis zagen aankomen? Hoe kon het leeglopen van de Amerikaanse huizenmarktzeepbel het wereldwijde financiële systeem besmetten en het kapitalisme op de rand van de afgrond brengen? Hoe kan het dat het globale economische herstel bijna acht jaar na de val van Lehman Brothers nog altijd bijzonder mager oogt en de beleidsrentes van de belangrijkste centrale banken kort bij of zelfs onder 0% noteren? Welke voorlopige economische lessen kunnen uit het voorbije decennium getrokken worden? Om toekomstige crisismomenten het hoofd te bieden, is het uiteraard belangrijk om die vragen juist te beantwoorden.

Er is intussen veel geschreven over de oorzaken van de Grote Financiële Crisis. Algemeen wordt aangenomen dat er meerdere elementen daarvoor verantwoordelijk waren en dat die elkaar bovendien op verschillende manieren beïnvloed hebben. De kern van wat fout ging in 2008 vond zijn oorsprong in deregulering en schaduwbankieren. De ondoorzichtigheid ervan verklaart waarom slechts weinigen de crisis zagen aankomen. Eenmaal de contouren van die systeemcrisis duidelijk werden, kon met de beschikbare economische kennis redelijk snel vooruitgang gemaakt worden om de wereldeconomie in rustiger vaarwater te brengen. Een expansieve budgettaire en monetaire politiek zorgden er aldus voor dat een nieuwe Grote Depressie vermeden werd.

Maar ondanks dat initiële succesverhaal geraakten lang verworven economische inzichten in een later stadium in verval. Ideeën zoals “expansieve austeriteit” of de zogenaamde “90%-schuldgrens” konden op buitensporig veel aandacht rekenen, maar stoelden op weinig theoretische onderbouw. En de vrees dat onconventionele monetaire beleidsmaatregelen, zoals quantitative easing, snel zouden leiden tot buitensporige inflatie, heeft de ECB wellicht te laat tot actie aangezet, waardoor al te fors ingezet werd op budgettaire besparingen. De afwezigheid van een eigen munt en de onmogelijkheid om de nulrente nog veel verder te laten dalen, maakten dat besparingen zwaar op de groei wogen, zodat de budgettaire situatie amper verbeterde.

In een situatie van liquiditeitsval heeft het juist zin om meer in te zetten op publieke investeringen. De reden is dat het monetaire beleid in dat geval zwaar aan effectiviteit inboet en dat budgettaire multiplicatoren groter zijn dan in normale omstandigheden, omdat er geen crowding-out effect optreedt. Een expansiever budgettair beleid kan de economie dus mee uit het slop helpen. De belangrijkste vraag is bijgevolg niet waarom er zo weinigen de crisis zagen aankomen, maar eerder waarom de inzichten uit het verleden al te gemakkelijk overboord gegooid werden.

Het probleem is niet dat de juiste economische modellen niet voor handen waren, maar wel dat ze in onvoldoende mate gebruikt werden. Een eenvoudig IS-LM-model biedt een goed vertrekpunt om de wereld na 2008 beter te begrijpen, ook al dateren de inzichten uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Hoewel het zeker geen onfeilbaar of alles verklarend model is, laat het niettemin toe een aantal belangrijke maar voorlopige economische lessen te trekken uit de voorbije jaren. Het verklaart bovendien mee waarom, bijna acht jaar na de val van Lehman Brothers, het economische herstel nog altijd zeer mager oogt, waarom het risico van deflatie overeind blijft en waarom de rente historisch laag is.

Klik hier voor een meer uitgebreide analyse. De bedoeling van dit hoofdstuk is niet om de crisis in al zijn details te analyseren. Wel wordt getracht om het ruimere beeld te schetsen. De nadruk op het voorlopige karakter is niet onbelangrijk omdat de Grote Recessie nog vele decennia het onderwerp zal vormen van uitgebreid academisch onderzoek. Een definitieve eindbalans zit er om die reden niet in.

Mail