woensdag 14/08/2019

Top Header

Talen

Micro-ondernemer: het Franse voorbeeld

Head of Macro Research

De vernieuwing van onze economie verloopt via creativiteit en innovatie. Dat is niet zonder belang. Hoe we handel drijven, is met de komst van het digitale tijdperk grondig door elkaar geschud. Nieuwe, gedecentraliseerde ecosystemen brengen de aanbieders van goederen en diensten en hun potentiële kopers of gebruikers rechtstreeks met elkaar in contact. Die zogenaamde samenwerkende economie bloeit en maakt gebruik van netwerken. Iedereen kan almaar vrijer en volgens zijn eigen agenda competenties aanbieden op een markt die niet langer een "arbeidsmarkt" is, maar zich meer en meer richt op projecten.

Volkomen concurrentie
Een dergelijke professionele omgeving vertoont gelijkenissen met de voorspelling van de Frans-Zwitserse econoom Léon Walras (1834-1910). Hij stelde dat een economie streeft naar een evenwicht in een context van volkomen concurrentie. Net zoals de beurzen, is de markt volgens zijn theorie een uitwisselingsplaats waar de prijzen tot stand komen via aftasten (trial en errormethode). Of beter gezegd via opeenvolgende herhalingen. Het marktgebeuren heeft veel weg van een immense verkoopzaal, geanimeerd door de veilingmeester die de goederen en diensten van hun prijskaartje voorziet. Het evenwicht komt er stand als de productiefactoren (meer bepaald arbeid en kapitaal) bij opbod worden verkocht op basis van hun marginale waarde. In de ogen van Walras is niet de absolute hoeveelheid arbeid van belang maar wel het grensnut ervan. De mondialisering die de wereldhandel beetje bij beetje in een soort gigantische eBay doet veranderen, dat is wat Walras zich voorstelde. Hij beeldde zich de wereld in als een reusachtige markt met eigen middelen voor zelfregulering.

Flexibel werken
Maar waarom Walras ter sprake brengen in een belastingkroniek? Omdat de fiscale en sociale gewrichten van ons stelsel zich veel soepeler moeten kunnen bewegen. Ik spreek hier niet over de "mini-jobs" die in de regering-Di Rupo tot tandengeknars leidden, maar over het begrip micro-ondernemer dat in 2014 in Frankrijk werd ingevoerd. Dat is een specifiek statuut dat tegemoet komt aan de behoefte van flexibiliteit (eigenlijk moet ik kneedbaarheid zeggen) die deze nieuwe economie kenmerkt. Dat statuut staat haaks op de belastingmethodes die in de samenwerkingseconomie van toepassing zijn en die werden geschetst in het begrotingsconclaaf van begin april. We spreken dus eerder over een alternatief voor het huidige statuut van zelfstandige in bijberoep.

Wat houdt dat dan precies in? Een micro-ondernemer is een persoon die een individuele onderneming opricht om een activiteit uit te oefenen in hoofdberoep of bijberoep. Daarbij kan het zowel gaan als een vrij beroep als om een commerciële of artisanale activiteit. Iedereen kan van dat regime gebruik maken: werkzoekenden, studenten, loontrekkenden, ambtenaren, vrije beroepen, gepensioneerden. Allemaal kunnen ze vrij gemakkelijk een activiteit opstarten en die combineren met een loon of een pensioen. Het is echter niet verenigbaar om tezelfdertijd als micro-ondernemer actief te zijn en als zelfstandige een bedrijf te runnen.

Als het omzetcijfer lager is dan zowat 82.000 euro voor een handelsactiviteit of ongeveer 33.000 euro per jaar voor een dienstverlenende activiteit, dan wordt de winst berekend op basis van de bereikte omzet (tegen een percentage dat varieert van 1% tot 2,2% van het omzetcijfer naargelang de activiteit) en niet op basis van het belastbare resultaat dat de boekhouding zou opleveren. De belasting moet maandelijks of driemaandelijks worden betaald. De boekhouding wordt dus veel minder omslachtig.

Een vernieuwend initiatief
Natuurlijk betekent een en ander ook dat de kosten niet aftrekbaar zijn. De geleverde prestaties zijn bovendien vrijgesteld van de btw. En micro-ondernemers bijgevolg dus ook. Vanuit administratief en boekhoudkundig oogpunt vergemakkelijkt de btw-vrijstelling het beheer aanzienlijk. Het bedrag dat de micro-ondernemer aan sociale bijdragen betaalt, komt overeen met een percentage van het omzetcijfer en situeert zich tussen 13,3 en 22,9%. De verschuldigde bijdragen hangen dus af van de inkomsten, wat een enorm verschil is in vergelijking met het kafkaiaanse Belgische systeem. Ze zijn definitief en dekken het geheel van de sociale verplichtingen: invaliditeit en overlijden, pensioen, familiale bijdragen, enz. Een micro-ondernemer geniet dezelfde sociale bescherming als een zelfstandige. Als we de belasting op het omzetcijfer en de sociale lasten combineren, dan komen we uit op een heffing die varieert van 14% tot 25% van de omzet.

Het nieuwe Franse stelsel voor belastingen en sociale bijdragen is waarschijnlijk niet feilloos. En ook niet vrij van kritiek. Maar het is op zijn minst vernieuwend in een professionele wereld die aan structuur inboet. En die, in grote mate, niet langer voor een collectieve aanpak kiest. Het statuut van micro-ondernemer is naar mijn gevoel een interessant gegeven. Het is misschien geen slecht idee dat onze minister van Financiën het eens nader bestudeert.

Mail