donderdag 20/09/2018

Top Header

Talen

Welke zijn de kwetsbare groeilanden?

De jongste maanden is het sentiment ten aanzien van de groeilanden verbeterd. Dat was mede te danken aan de wat minder sterke dollar en aan het prijsherstel van de grondstoffen. Toch blijven er aanzienlijke risico’s bestaan die met name te maken hebben met de moeilijke evenwichtsoefening voor de Chinese economie. Ook de onzekerheid over de richting die de Fed zal inslaan voor haar rentebeleid blijft nog even aanhouden. We bekijken in deze blogpost even welke groeilanden het kwetsbaarst zijn.

Volgens de economische literatuur zijn een gebrek aan buitenlandse reserves, een sterke stijging van de reële wisselkoers (REER), een hoog tekort op de lopende rekening en een snelle toename van de kredietgroei de belangrijkste alarmsignalen voor een crisis in de groeilanden. In onderstaande oefening kijken we naar kredietgroei voor de niet-financiële sector als percentage van het BBP sinds de globale financiële crisis.  We beoordelen vervolgens de externe situatie van verschillende groeilanden aan de hand van de lopende rekening en de netto externe financieringspositie op korte termijn (een bredere graadmeter die zowel rekening houdt met de lopende rekening, de officiële reserves en de uitstaande externe schulden op korte termijn).  Tot slot wordt ook rekening gehouden met de evolutie van de REER.

De twee bovenstaande grafieken geven zicht op enkele algemene conclusies. In de eerste plaats is het aantal toegestane kredieten na de globale financiële crisis in diverse landen, zoals China, Brazilië, Maleisië, Thailand en Turkije, snel gegroeid. In de tweede plaats blijkt dat diverse groeilanden nog altijd kampen met een aanzienlijk tekort op de lopende rekening. Dat geldt met name voor Zuid-Afrika, Turkije, Indonesië, Argentinië, Mexico, Brazilië, Polen en Indië.  En in de derde plaats kampen een aantal groeilanden zoals Argentinië, Zuid-Afrika en Turkije met een negatieve financieringspositie op korte termijn. Hieronder bekijken we de toestand in enkele van die landen wat meer in detail.   

  • China: Sinds de globale financiële crisis is het aantal toegestane kredieten aan de niet-financiële sector met meer dan 74 procentpunten van het BBP gestegen. Sterker nog: terwijl andere groeilanden blijk geven van voorzichtigheid rond de krediettoename, kiest China juist voor een tegenovergestelde houding.  Rekening houdend met de omvang van de Chinese economie en de mate waarin een mogelijke snelle kredietcrisis impact zou kunnen hebben op de andere groeilanden, zijn wij van oordeel dat het erg belangrijk is om de zeepbel van de krediettoename in China van nabij op te volgen. Dat China over heel wat buitenlandse reserves beschikt (3300 miljard USD) in combinatie met het surplus op de lopende rekening (+2% van het BBP) en het relatief kleine bedrag aan buitenlandse schulden  zorgt ervoor dat de externe situatie van China nu stabieler lijkt. Daar staat tegenover dat de reële effectieve wisselkoers van de renminbi (RMB) de jongste jaren met 27% is gestegen. Net als het feit dat het Chinese financiële systeem nog altijd broos is en de liberalisering van de kapitaalmarkten moeilijk blijft, houdt die forse koersstijging van de munt aanzienlijke risico’s in voor de toekomst.  
  • Brazilië heeft een tekort op de lopende rekening (2% van het BBP) en heeft sinds de globale financiële crisis een sterke krediettoename laten optekenen. Bovendien kampt het land momenteel met een politieke en economische crisis. De reële effectieve wisselkoers van de Braziliaanse real (BRL) is sinds de globale  financiële crisis met meer dan 20% gedaald, al moeten we daaraan toevoegen dat de koers de jongste maanden weer aan het stijgen is. De risico’s blijven dan ook aanzienlijk. Tegelijk zou Brazilië in staat moeten zijn om te voldoen aan externe financieringsnoden op korte termijn aangezien het land over heel wat buitenlandse reserves beschikt (20% van het BBP) en relatief weinig buitenlandse schulden heeft op korte termijn (ongeveer 3% van het BBP).
  • Argentinië heeft een groot tekort op de lopende rekening (3% van het BBP) en beschikt over heel weinig buitenlandse reserves (geschat op 4% van het BBP), die bovendien niet erg liquide zijn. Daar komt nog bij dat de reële effectieve wisselkoers van de Argentijnse peso (ARS) sinds de globale economische crisis met 50% is gestegen. De devaluatie van de munt van vorig jaar, na de beslissing van de centrale bank om te opteren voor een vlottende wisselkoers, kon dit maar gedeeltelijk rechtzetten. Verdere scherpe koersschommelingen blijven mogelijk als het land opnieuw geconfronteerd wordt met een schok of als president Macri er niet in slaagt het moeilijke evenwicht te bewaren bij de implementatie van de beoogde verreikende economische hervormingen.  
  • De financieringsnoden op korte termijn van Zuid-Afrika blijven vrij aanzienlijk, gezien het tekort op de lopende rekening van 5% van het BBP en een buitenlandse schuld op korte termijn die overeenstemt met 12% van het BBP.  Sinds de globale financiële crisis is de reële effectieve wisselkoers van de Zuid-Afrikaanse rand (ZAR)  met om en bij de 30% gedaald waardoor de munt nu verhandeld wordt tegen een koers die 20% lager ligt dan de gemiddelde koers over een periode van vijf jaar. De koersdaling moet normaal wel helpen om het tekort op de lopende rekening te verminderen, hoewel dat het vooruitzicht op lage grondstoffenprijzen en structurele competitiviteitsproblemen hier op kunnen wegen.  
  • Turkije kampt met een negatieve netto financieringspositie en het aantal toegekende kredieten nam er sinds de globale financiële crisis sterk toe. Het tekort op de lopende rekening van 4% van het BBP moet van nabij worden opgevolgd.  Bovendien is de Turkse (geo)politieke situatie zorgwekkend wat de economische kwetsbaarheid niet ten goede komt. De reële effectieve wisselkoers van de Turkse lira (TRY) is sinds de globale financiële crisis met 11% gedaald. De munt wordt nu verhandeld tegen een koers die 7% lager ligt dan het gemiddelde op vijf jaar. Een verdere koersdaling is waarschijnlijk, al is het zo dat de centrale bank wel de reputatie heeft om op een actieve manier van haar reserves gebruik te maken in een beheerd vlottend wisselkoersregime.  


Ondanks de recente verbetering van het sentiment ten aanzien van de groeilanden, vinden wij dat deze landen al bij al nog niet uit de problemen zijn. De moeilijke evenwichtsoefening in China en de onzekerheid die verband houdt met de mogelijke verstrakking van het monetaire beleid in de Verenigde Staten, zouden zeker nog meer zwakke punten van de groeilanden kunnen blootleggen. Hoewel geen enkel model of graadmeter perfect de timing of de omvang van een mogelijke volgende crisis in de groeilanden kan voorspellen, zijn wij van oordeel dat China, Argentinië, Zuid-Afrika en Turkije momenteel erg kwetsbaar lijken. 

Mail