vrijdag 14/12/2018

Top Header

Talen

Zal de ECB de doelstelling van 2% inflatie opnieuw bereiken?

Chief Economist

De vorige week gepubliceerde eerstekwartaalgroeicijfers voor de eurozone lagen boven de verwachtingen. De economische activiteit steeg met 0.5% (2.1% geannualiseerd) ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015 en 1.5% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Op zich een puike prestatie. Anderzijds overschreed de economische activiteit in de eurozone nu pas het piekniveau van begin 2008. Spreken van een verloren decennium is dus geenszins overdreven.



De uitdagingen voor de muntunie en bij uitbreiding de hele Europese unie zijn legio, zeker tegen de achtergrond van oprukkend populisme (geen louter Europees fenomeen trouwens), een kwakkelakkoord met buur Turkije in de vluchtelingencrisis en onderling wantrouwen tussen de lidstaten. Intussen blijft het te stil rond verdere integratie op fiscaal vlak, allicht noodzakelijk voor het voortbestaan van de muntunie op langere termijn. En op korte termijn werpen nieuwe verkiezingen in Spanje, moeilijke onderhandelingen tussen Griekenland en zijn schuldeisers en het doemscenario van een Brexit zich op als mogelijke struikelstenen. Good luck.

Hypotheses en gevolgen
Maar wat als we nu eens zouden aannemen dat de Eurozone deze gevaarlijke klippen kan omzeilen en op hetzelfde groeiritme kan blijven surfen? Met de huidige recordlage rente, lage grondstofprijzen en lage wisselkoers ogen de weercondities alvast ideaal. En wat zou dit dan kunnen betekenen voor het vandaag al te vaak verguisde monetaire beleid van Draghi en co? Wanneer zou de onderliggende inflatie opnieuw duurzaam het streefdoel van om en bij de kunnen 2% bereiken? Voorspellen is moeilijk maar gelukkig kan de economische theorie ons toch een eind op weg helpen. Aan de hand van de historische relatie tussen de inflatie en werkloosheid (de zogenaamde Phillips-curve) enerzijds en de werkloosheid en economische activiteit (de zogenaamde wet van Okun) anderzijds kunnen we dit proberen te schatten. Ter opfrissing, de werkloosheid in de eurozone bedraagt vandaag nog altijd 10.2% van de beroepsbevolking en de kerninflatie schommelt rond een magere 1%. Welnu, deze oefening leert dat de werkloosheidsgraad tot ongeveer 8% moet dalen vooraleer de kerninflatie weer duurzaam naar de beoogde 2% zou klimmen. Bij de optimistische aanname dat de eurozone het huidig groeiritme van 2% kan aanhouden, zou het vervolgens iets meer dan drie jaar duren vooraleer de arbeidsmarkt voldoende hersteld is om de onderliggende inflatie op het gewenste niveau te krijgen. Ter vergelijking, bij een groei van 1.5%, nog altijd aanzienlijk meer dan het gemiddelde van 0.9% sinds begin 2010, is meer dan vijf jaar nodig om de klus te klaren. Dit laatste houdt al rekening met het feit dat er sinds de crisis een trendbreuk ontstond. Door de toenemende vergrijzing en doordat een deel van de ontmoedigde beroepsbevolking zich terugtrok uit de arbeidsmarkt is er na 2009 immers minder economische groei nodig om de werkloosheid in dezelfde mate te doen dalen. Maar dan mag er onderweg uiteraard niets fout gaan uiteraard. Opnieuw…good luck.

En het monetaire beleid?
Hieruit kunnen we dus concluderen dat het monetaire beleid in de eurozone zelfs in het meest optimistische scenario nog geruime tijd erg soepel zal blijven. Op zich is die uitkomst misschien niet verrassend. Anderzijds, afgaande op de kritiek die het nulrentebeleid de afgelopen jaren kreeg te verduren, lijkt dit nog onvoldoende begrepen. Het blijft bijvoorbeeld verbazend om vast te stellen hoeveel vrij spel sommige critici krijgen zonder ook maar een keer een duidelijk en coherent alternatief of model voor te stellen. Een expansiever gecoördineerd budgettair beleid zou een antwoord kunnen zijn maar ook dat wordt door velen van hen afgeserveerd als zijnde onverantwoord ten opzichte van toekomstige generaties, ook al zijn financiële markten vandaag bereid om hun geld gratis ter beschikking te stellen. Daarmee is lang niet gezegd dat het huidige monetaire beleid een wondermiddel is en al evenmin dat het risicoloos is inzake financiële stabiliteit. Het valt ook niet uit te sluiten dat het beleid van negatieve rente en kwantitatieve versoepeling de hierboven economische theorieën op de helling zet en dat de inflatie alsnog sneller zou opveren. Dat laatste resultaat zou zeer wenselijk zijn maar het is helaas lang niet gegarandeerd. Kijk maar naar Japan waar de combinatie van een fors stimulusbeleid en zeer lage werkloosheidsgraad nog steeds niet de gewenste inflatoire druk creëert. Anyway…good luck.

Mail