maandag 21/08/2017

Top Header

Talen

"De digitale economie: droom of nachtmerrie?"

In De digitale economie: droom of nachtmerrie, het tweede volume van de boekenreeks Economisch denken, stellen de macro-economen van Bank Degroof Petercam hun analyse voor van de impact die de digitale (r)evolutie heeft op ons economisch weefsel.

Wie kon twintig jaar geleden voorspellen dat mobiel internet en smartphones zo prominent aanwezig zouden zijn in ieders leven? Of dat drones uw pakjes zouden leveren?

De digitalisering heeft een sluipende invloed op de productieketen en op de manier waarop jobs vandaag worden ingevuld. De vraag is welke definitieve voetafdruk de digitalisering en hyperglobalisering zullen achterlaten en welke landen en type-ondernemingen als ‘winnaars’ uit de bus zullen komen.

In de verschillende hoofdstukken in dit boek zullen onze experts aantonen dat fiscaliteit anders moet worden benaderd in een digitale economie en hoe de digitalisering onze toekomstige groei zal vormgeven. Daarnaast zullen zij belichten dat big data en digitale informatie het economisch denken zelf beïnvloeden en tot slot zoomen zij in op hoe technologie de middenklassejobs onder druk zet, daarbij de inkomensongelijkheid vergroot en deels ook het succes van Trump verklaart.

 

Download hier in pdf-versie

 

Hieronder vindt u beknopt de conclusies per hoofdstuk.

Bruno Colmant - Maatschappelijke verschuiving

  • Door de ‘creatrieve destructie’ van de digitale economie verschijnen steeds meer gedecentraliseerde organisaties waardoor de rol van de natiestaat afneemt. In de plaats komen flexibele, mobiele netwerken waarin het internet centraal staat.
  • De landen die het internet controleren en innovatief zijn, zullen die nieuwe rijkdom opslorpen. Het gaat vooral om kapitaalintensieve bedrijven die daarom niet noodzakelijk veel banen zullen creëren.
  • Er is een geografische globalisering (naar het oosten, die betrekking heeft op productie) en een intellectuele globalisering (naar het westen, die betrekking heeft op diensten).
  • Binnen die nieuwe wereldorde moet een impuls komen om publieke en private instanties dichter bij elkaar te brengen binnen bepaalde domeinen zodat de maatschappelijke ontwrichting binnen de perken wordt gehouden.

Hans Bevers – Over langdurige stagnatie, innovatie en productiviteit

  • De vraag werpt zich op of we ons bevinden voor een periode van langdurige stagnatie. Het gegeven dat de reële rente (rente gecorrigeerd voor inflatie) de laatste decennia almaar verder wegzakt, duidt op een structureel vraagtekort. De zwakke investeringsvraag en afnemende bevolkingsgroei versterken die mogelijkheid.
  • Zal de volgende generatie een positieve economische toekomst tegemoet gaan? De periode tussen 1870 en 1970 was speciaal door de opkomst van de spoorweg, het stoomschip, de telegraaf, elektriciteit en de verbrandingsmotor. Zij vuurden onze productiviteit aan. Innovaties van die aard blijven vandaag enigszins achterwege en verklaren daarom mee de daling van de productiviteitsgroei.
  • De digitalisering draagt bij tot het algemene welzijn. Maar meer ontspanningsmogelijkheden en meer informatie-uitwisseling tussen vrienden leveren tot op heden geen extra loon of belastingopbrengsten op. De vraag bestaat erin of opleiding en nieuwe vaardigheden onze arbeidsbevolking kunnen laten blijven vooroplopen op machines.
  • Een snellere keuze door de overheid voor monetaire versoepeling en budgettaire investeringen d in slimme toepassingen geënt op de digitale evolutie hadden ons mogelijkerwijze meer slagkracht kunnen geven als maatschappij om hiermee om te gaan.
    De ‘triple H-remedie’ van ‘Herschool, Herinvesteer en Herverdeel’ lijkt broodnodig om de schadelijke neveneffecten van globalisering en technologische vooruitgang op te vangen en zo de maatschappelijke cohesie te bevorderen.

Michiel Verstrepen – Hoe big data een economie kunnen meten (en veranderen)

  • De laatste twintig jaar hebben verschillende innovaties de economie veranderd. Dat is meer bepaald toe te schrijven aan de toenemende rol van informatica en communicatietechnologie in productieprocessen en economische transacties. Die ontwikkelingen hebben gezorgd voor een explosie van nieuwe data.
  • De opkomst van de digitale economie maakt alleszins opnieuw duidelijk dat het bbp geen (goede) indicator is van welvaart. De digitale economie heeft namelijk een enorme waaier aan goederen en diensten gebracht waarvan vele goedkoop of gratis (denk aan muziek, films, zoekmachines) ter beschikking worden gesteld. Volgens sommigen zijn vele goederen en diensten meer waard voor consumenten dan wat ze ervoor moeten betalen.
  • Al die nieuwe beschikbare informatie leidt tot verfijndere en snellere meetmogelijkheden van ons economische groeiritme. We denken hierbij aan zoektermen via internet-zoekrobotten of satellietbeelden of  bliksemsnelle prijswijzigingen in e-commerce.
  • De uitdaging bestaat erin almaar accuratere data te verkrijgen zodat ook de juiste (beleids)beslissingen daaraan kunnen worden gekoppeld. Dat brengt wellicht een privacy-conflict metg zich mee waardoor data enkel zullen kunnen worden  verzameld binnen bepaalde juridische afbakeningen.

Thomas Van Rompuy –Middenklasse technologisch werkloos?

  • Welke impact heeft de digitale revolutie gehad op de verdeling van onze welvaart, de toekomst van onze arbeidsmarkt en onze bredere samenleving?
  • Een eerste vaststelling is dat ongelijkheid de laatste jaren toeneemt in de westerse wereld; België is hierop wel een uitzondering. Een gevolg is dat een belangrijke deel van de westerse samenleving het voorbije decennium een afname van zijn beschikbaar inkomen heeft ervaren ondanks de technologische vooruitgang en de explosie van welvaart voor de topklasse.
  • Daarbij komt dat – ook in België – het aantal middengekwalificeerde jobs afneemt samen met het aantal industriejobs. Dat is een gevolg van enerzijds globalisering (activiteiten verhuizen naar de landen waar ze het meest kostenefficiënt zijn) en anderzijds technologie (robotica kan bepaalde routinematige jobs gedeeltelijk of volledig vervangen). Laaggekwalificeerde banen zijn minder getroffen door die evolutie omdat arbeidsintensieve, niet-routinematige jobs zoals kinderopvang, poetshulp en bouwvakker  niet kunnen worden ingevuld door robots of niet kunnen worden verplaatst naar het buitenland.
  • De toenemende ongelijkheid wordt ook aangedreven door de zogenaamde ‘economie van supersterren’ waarbij één onderneming, één software, één netwerk een natuurlijke quasi monopoliestatus kan verwerven op globale basis.
  • Het maatschappelijke gevolg van de technologische revolutie en globalisering ligt vandaag in de opkomst van politieke strekkingen zoals die van Trump en het Brexit-kamp die proberen in te gaan tegen de globalisering en protectionisme bepleiten. Zij staan in contrast met een nieuwe generatie die globalisering en netwerken als een evidentie beschouwt.
  • De winnaars van de digitale revolutie zullen de landen zijn met een flexibele hoogopgeleide bevolkingen en goede infrastructuren.

Bruno Colmant – Complexe fiscale vergelijking

  • Het digitale tijdperk betekent dat fysieke stromen de reële economie verlaten en worden vervangen door digitale stromen die worden ondersteund door automatisering.
  • Het probleem stelt zich vooral binnen de fiscaliteit. In het pre-digitale wereldbeeld werd toegevoegde waarde gecreëerd uit arbeid die dan werd belast via het inkomen uit arbeid. Als mensen door computers of robots worden vervangen, verplaatst de productiviteitswinst zich naar het bedrijf dat eigenaar is van die processen. De belastbare basis verschuift van het inkomen naar het bedrijf. Dat bedrijf is daarbij niet onderhevig aan één belastingautoriteit.
  • Als de productiviteitswinsten verschuiven naar digitale processen waaruit de eigenaars belangrijke schaalvoordelen kunnen halen, zal ook de grondslag van de belastingen mogelijkerwijze verschuiven richting verbruik/consumptie wat minder sociaal rechtvaardig is. Die bredere evolutie vereist vandaag al een diepgaande denkoefening.