maandag 21/01/2019

Top Header

Talen

"De risico's van de speculatietaks"

Gedelegeerd bestuurder

Volgens Alain Schockert, gedelegeerd bestuurder, belemmert de meerwaardebelasting de goede werking van de durfkapitaalmarkt.

Alle ogen zijn gericht op de uitgangsdeur van Euronext Brussels. Prestigieuze bedrijven als CMB, Pairi Daiza en Spadel zetten een punt achter hun notering op de beurs. De financiële wereld vraagt zich af om welke redenen. Zonder te blijven stilstaan bij de specifieke redenen die elk bedrijf aanhaalt, veroorzaakt deze trend een malaise. Die mag niet geminimaliseerd worden, ook al bedraagt de beurskapitalisatie van die drie bedrijven samen nog geen half procent van Euronext Brussels. Momenteel zijn trouwens nog bijna 120 Belgische bedrijven op de beurs genoteerd.

Die herhaalde uitstappen zouden wel voor besmettingsgevaar kunnen zorgen en dat zou bijzonder schadelijk zijn voor ons financieel centrum. Vooral omdat het centrum hard moet roepen om zijn rechtmatige plaats binnen Euronext te kunnen behouden. Toch moet gezegd dat Euronext Brussels, ondanks een zeer beperkt team, nog altijd mooie successen kan boeken.

Samen met de talrijke financiële actoren spannen de animators van Euronext zich in om familiebedrijven en andere bedrijven te blijven wijzen op de argumenten die pleiten voor een beursintroductie - zonder daarbij de beperkingen te negeren -, en op die manier bij hen belangstelling op te wekken. Ter herinnering: de belangrijkste troeven voor een beursnotering zijn de liquiditeit van de aandelen, de naamsbekendheid van het bedrijf, een gemakkelijkere toegang tot de kapitaalmarkt en de daling van de kapitaalkost. Tegenover die voordelen staan dan weer de kosten voor de notering, de – soms discriminerende –informatieverplichting en de regels met betrekking tot corporate governance en het vrouwenquotum. Al heeft die laatste verplichting op zich niets te maken met de bescherming van de beleggers. Het is trouwens verbazingwekkend dat een klein beursgenoteerd bedrijf het vrouwenquotum in acht moet nemen, terwijl een grote niet-beursgenoteerde groep dat niet hoeft te doen. De nadruk mag dus niet onnodig gelegd worden op de verplichtingen voor beursgenoteerde bedrijven, want dat zou eventuele kandidaten kunnen afschrikken om tot een beursgang over te gaan.

Vanaf 2016 wordt een taks van 33% geheven op de meerwaarde die particuliere beleggers realiseren op aandelen die zij binnen de zes maanden na aankoop verkopen (de zogenaamde speculatietaks). Dat zou de goede werking van de kapitaalmarkt kunnen schaden, meer bepaald het succes van toekomstige beursintroducties, of zelfs van kapitaalverhogingen van beursgenoteerde bedrijven. Bij een beursintroductie worden bestaande aandelen verkocht en/of worden nieuwe aandelen uitgegeven. De ervaring leert ons dat aandelen tegen een aantrekkelijk geachte prijs moeten worden aangeboden, om het succes van de beursintroductie te vergroten. Statistisch gezien blijkt dat doorheen de jaren acht beursintroducties op de tien op de Belgische beurs het eerste boekjaar met een meerwaarde afsluiten. Ongeveer 20 tot 50% van het bedrag van de verrichting stroomt tijdens de eerste weken na de beursintroductie terug naar de financiële markten. Zeker in een gunstig beursklimaat.

Een voorbeeld: twee maanden na de beursgang van Ontex en Bone Therapeutics werd respectievelijk 27% en 58% van de bij de introductie aangeboden aandelen (‘free float’) op Euronext Brussels verhandeld.

Een aandelenkoers is niets anders dan een evenwichtsprijs tussen vraag en aanbod. Hoe meer volumes een tegenpartij vinden, hoe kleiner het relatieve illiquiditeitsdisagio wordt. Die volumes worden aangeboden door sterk uiteenlopende beleggers, zoals renteniers, goede huisvaders, speculanten op korte termijn, institutionele beleggers, hedge funds en traders.

Het zou fout zijn om die beleggers in grofweg twee categorieën onder te brengen: ‘goede beleggers’ en ‘stoute speculanten’. Het is een paradox, maar goede beleggers zijn niet het slachtoffer van stoute speculanten. Ze profiteren integendeel van de liquiditeit die die laatsten genereren.

Is er een wijziging in een marktparameter, dan past de evenwichtsprijs zich onmiddellijk aan.

Een belasting op de meerwaarden zal dus de kapitaalkosten van de bedrijven automatisch doen toenemen. Een verminderde liquiditeit zal immers op het niveau van de koersen wegen en zo de kapitaalkosten opdrijven.

Hoe kunnen wij de impact meten van een belasting op de meerwaarden die particuliere beleggers realiseren in de dagen, weken en maanden na een beursintroductie? Door dergelijk fiscaal kader zouden de beursvolumes weinig veranderen en zouden de beurskoersen kunstmatig ondersteund worden door het langzaam verdwijnen van verkopers. Tenzij de Belgische belastingbetalers het rechtstreeks aanhouden van aandelen zouden opgeven ten gunste van instellingen voor collectieve belegging, zoals beveks. De nieuwe fiscale maatregelen zijn gericht op de particuliere beleggers, die nu nog amper een 15% van de Belgische beurskapitalisatie in handen hebben. Die belasting zal hen alleen maar ontmoedigen om nog rechtstreekse aandelen aan te houden wat ten koste zal gaan van beursintroducties.

Waarom dus enerzijds een speculatietaks opleggen aan private aandeelhouders die willen beleggen in bedrijven die bij de beurs aankloppen, terwijl anderzijds regering, beursautoriteiten en economische en financiële actoren zich inspannen om het risicokapitaal aan te zwengelen en zo de groei van de bedrijven te ondersteunen?

Een dergelijke afschrikkende maatregel zou het financiële centrum van Brussel discrimineren op een moment dat het tracht om de toegang tot de beurs opnieuw in de schijnwerpers te zetten.

 

Mail